Vargas Llosa’s laatste roman: de Peruviaanse wals als stormram tegen vooroordelen

by Knopskaya

Je kan een boek kiezen om de mooie kaft, omwille van een goede aanbeveling of de korte inhoud. Bij Vargas Llosa’s laatste boek werd ik overhaald door de titel: ‘Ik draag de stilte op aan jou’, een bijzonder mooie gedachte.

Het boek vertelt een aantal jaren uit het leven van de journalist-musicoloog Toňo Azpilcueta. Zijn leven neemt een wending als hij op een dag de gitarist Lalo Molfino hoort spelen. Beiden zijn fictieve figuren, al is er op YouTube een afspeellijst te vinden met nummers alsof ze van Molfino zouden zijn. Niet dus, deze is samengesteld door fans van het boek en volledig fictief.
Kort na het optreden verneemt Toňo dat Lalo in alle eenzaamheid is overleden. Hij begint diens leven uit te spitten met de bedoeling om over deze held een boek te schrijven. Heel veel komt hij niet te weten, maar al snel verruimt de focus van zijn boek tot alles wat met de criollomuziek te maken heeft, in het bijzonder de Peruviaanse wals. Even terzijde: Música criolla is een rijke, traditionele muziekstijl die hoofdzakelijk afkomstig is uit de kuststreek van Peru en elementen uit Spaanse, Afrikaanse en inheemse Andes-culturen combineert.

En de spot op die muziek laten schijnen doet Vargas Llosa ook zelf. Elk hoofdstuk van het eigenlijke verhaal rond Toňo, Lalo en Cecilia Barraza, die op haar beurt wel echt heeft bestaan en een legendarische Peruviaanse zangeres was, wisselt hij af met de geschiedenis van de criollo- en walsmuziek van Peru. Dat is al bij al een harde dobber. Llosa dropt heel veel namen waar we als niet-Peruanen niet bekend mee zijn. Dat in combinatie met heel wat Spaanse termen die de vertaalster bewust onvertaald liet, maar wel uitgelegd in een register, halen het tempo uit het boek. Maar je leert bij. Wie de namen intypt in Spotify of YouTube komt komt heel leuke en verrassende muziek tegen. Die van Chabuca Grande bijvoorbeeld. Naar het einde van het boek toe is Llosa pienter genoeg om de geschiedkundige hoofdstukken achterwege te laten en alle ruimte te geven aan het verhaal.

Een echte kluif had ik aan de begrippen Huachaferia of Huachafo. Llosa heeft het er veelvuldig over. Het zijn termen die bij snobs met een slechte smaak passen, maar in de roman positief beoordeeld worden als een sentimentele en goedaardige manier om de dingen te beleven en te zien. Helemaal begrijp ik het nog altijd niet, maar dat bewijst Llosa’s punt: het is iets typisch Peruviaans.

Utopist
Het verhaal van Toňo heeft een diepe sociale dimensie. Het speelt zich af in de tijd dat Peru werd verscheurd door de terreur van Het Lichtend Pad. Toňo, idealist, ziet in de criollo-muziek, meer bepaald in de wals van Peru, het middel om het land te herenigen. “Ik heb de mensen recht in het hart getroffen met mijn ideeën”, vertrouwt hij Cecilia toe. “Ze erkennen dat criollo-muziek meer is dan amusement, ze beginnen die muziek te zien als een stormram waarmee je vooroordelen kunt verpulveren.”

Is dit Llosa’s beste boek? Nee, het komt bijvoorbeeld niet in de buurt van ‘Het ongrijpbare meisje’. Maar het is overduidelijk dat hij het centrale thema van dit boek, de verbinding, het samenbrengen van zijn geboorteland Peru aan de hand van de nationale wals, absoluut nog aan het papier wou toevertrouwen. Het idealisme van Toňo heeft het hoofdpersonage weliswaar kortstondige roem opgeleverd, hij moet tot het einde van zijn dagen voor een hongerloontje stukjes voor obscure tijdschriften blijven schrijven om zijn ideeën te verspreiden. Dat is wat deze culturele utopist aan zichzelf verplicht is en dat gaat lijnrecht in tegen de destructieve ideeën die Peru toen in de greep hielden.

Chabuca Granda met La flor de la canela

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord