Zes gelukkige jonge pianisten: Ontmoet de finalisten KEW 2021

by Knopskaya

Het was allemaal een beetje verwacht en onverwacht tegelijk. Van een aantal van de halve finalisten wisten we sowieso dat ze de finale zouden halen. Van sommigen wisten we het niet echt zeker. De wedstrijd blijft natuurlijk in heel haar verloop een weerspiegeling van wat de kandidaten presteerden gedurende hun hele reis van kandidaat naar finalist. Daarom zetten we ze nog eventjes op een rijtje. We beginnen bij de laatste halve finale-avond, waarop we spijtig genoeg nog afscheid moesten nemen van halve finalist Yuki Yoshimi, die een fantastisch recital speelde, maar kansen liet liggen tijdens het concerto. We wensen deze fantastische pianist, samen met de anderen die de finale niet mochten halen een geweldige carrière toe en hopen nog veel van hen te mogen horen.

Maar nu… Op naar Bozar!

Foto’s:  ©Queen Elisabeth Competition

Volledig en af: Jonathan Fournel 


Jonathan Fournel smeet er zich compleet in tijdens zijn recital. Een onmeetbaar uithoudingsvermogen. En dan moet men dit niet in kracht zien, maar in concentratie. Ieder nootje klopte. Het opgelegde stuk van Pierre Jodlowski bracht hij eerder ingetogen. De variaties op een thema van Händel van Johannes Brahms, waren zo vol dat de piano in een orkest veranderde  met alles erop en eraan. Vierentwintig variaties hielden ons in de ban. De jongeman zijn passage was compleet.  Zijn finaleplaats is dan ook terecht.  Tijdens de eerste ronde, schreven we het volgende over hem: Jonathan Fournel (Frankrijk, °1993) haalt het uit zijn zelfzekerheid. Een mooi virtuoze Mozart, Rachmaninov met beheersing, toch werd het tijdens de opvoering van Chopin een beetje overdreven.

Tijdens de finale brengt hij opnieuw Brahms, we kijken er enorm naar uit.

Delicaat en secuur: Sergei Redkin 

  • Eerste ronde: Sergei Redkin (Rusland (Federatie), °1991) is geen onbekende in ons land. Hij treedt onder andere op met de organisatie Arte Amanti, een concertorganisatie voor jong toptalent. Eindelijk, een Chopin zoals Chopin hoort te klinken. Mooi, ingetogen, gebalanceerd. Geen krachtspel. Zen. En enkel zo kan alles vloeien.
  • Halve finale: Ook Sergei Redkin gaat voor intimiteit. Hij weet sferen op te roepen die ons dichter bij de componist brengen. Hij slaagde er  tijdens de Nocturne  van Pierre Jodlowski, het opgelegde stuk, perfect het ontwaken uit de slaap op te wekken. Zijn intieme momenten waren zo mooi dat men oprecht ontroerd raakte. Maar toch, de momenten waarop er een stevig contract met glans mocht weerklinken, speelde hij mogelijk op zeker.  Hij koos voor het delicate. Het delicate moet hoogst secuur uitgevoerd worden en daar  legt hij dan ook al zijn liefde in, vooral tijdens het Mozart concerto. Dat  zeer persoonlijke zorgde natuurlijk voor een prachtige Schubert, een componist die hier toch wel om vraagt. Hij suikerde fijnzinnig met La plus que Lente van Debussy, alles  walste lieflijk. Tijdens l’Isle joyeuse smeet hij zijn kaarten op tafel. Men kan het een rem noemen, waarop hij tijdens de vorige stukken ging staan, maar langs de andere kant een maturiteit. Hij is tenslotte een van de oudere kandidaten en kent daardoor het belang van rijping en rust. Voor de finale, kiest hij voor Rachmaninov. Hij maakte ons vooral benieuwd.

Pure Poëzie: Keigo Mukawa

  • Eerste ronde: Keigo Mukawa (Japan, °1993) straalt vooral rust uit beroert de toetsen met liefde. Maar soms weer een beetje te zacht waardoor het contrast wat verloren ging. Vooral een gemiste kans tijdens zijn opvoering van Debussy’s Feux d’artifice.
  • Halve finale: Keigo Mukawa toonde ons poëzie, eenvoud en emotie. De schoonheid van het spel primeerde boven de techniek. En dat is  de kracht van een grote pianist; technisch zo sterk zijn dat  je emoties de vrije loop kunnen nemen. Maar alles zo mooi gekaderd. Eenvoud was alles. Deze halve finalist bleef trouw aan zichzelf, aan de stukken die hem raken en droeg ze ons voor als in het meest verbindende gedicht.  Eindelijk iemand die aandacht besteedde aan de stiltes in de Nocturne van Pierre Jodlowski. Vooral zijn keuze voor de Gavotte et six doubles van Jean-Philippe Rameau. Het gaat om een stuk dat overloopt van eenvoud. Niet een kruis of mol aan de sleutel. Het correct uitvoeren is echter een absolute kunst, het moet dansen bovendien. En net dat kwam ook zo mooi naar boven tijdens het Mozart-concerto. Hij was ook de enige die het laatste  Mozart concerto durfde kiezen. Hij leert ons de Mozart kennen die praat over de liefde en de dood in de ogen kijkt, in alle eenvoud en intimiteit. We zouden het eigenlijk niet mogen schrijven, maar hij heeft toch een bijzondere streep voor.  Deze pianist schrijft trouwens zelf poëzie, transcripties en variaties. Het is de liefde voor de levenskunst die hem vormde. Er leeft  iets in hem. Prachtig. Voor de finale voorziet hij Prokofiev te brengen. We hopen mee.

Kracht: Tomoki Sakata

  • Eerste ronde: Tomoki Sakata (Japan, °1993) begint met een ingetogen correcte Beethoven, waarna hij extreem veel indruk naliet wat virtuoos snel vingerspel betreft. Na een etude van Chopin, wordt het enkel nog maar beter tijdens de Feux Follets en de Paraphrase op een thema van Verdi’s Rigoletto eveneens van Franz Liszt. Dit is zo’n kandidaat waarvan het onbegrijpelijk zou zijn indien we hem niet terugzagen de volgende ronde. De jury was dan ook niet karig met applaus.
  • Halve finale: Tomoki Sakata wist vooral het temperament en de fantasie van Mozart naar boven te halen, het confronterende dat praat met het zachte en speelse. Hij wist dat hij goed bezig was en probeerde dan ook de sfeer op de drijven tijdens zijn concerto. Het bleef crescendo in kracht, wat echt wel in glans en briljante passages resulteerde.  Vooral het opgelegde stuk van Pierre Jodlowski en de sonate in b van Liszt waren echt stevig van aanpak . Debussy zorgde voor zalving en ontroering. Of we hem opnieuw aan het werk zullen zien tijdens de finale, hangt vooral af van wat de jury vond van al die power die plots werd losgelaten.  Dat hij voor het tweede concerto van Brahms kiest, voorspelt heel wat energie tenslotte. Laten we ervan uitgaan dat hij die in diepgang zal weten over te brengen.

Expressie: Dmitry Sin

  • Eerste ronde: Dmitry Sin (Rusland (Federatie), °1994) Lijkt wel met Wataru Hisasue overlegd te hebben. Ook hij speelt een kort programma een correcte Haydn, gevolgd door de Grande Étude de Pagannini nr 6 van Franz Liszt. Ook Skryabin hadden we al beter gehoord.
  • Halve finale: Dmitry Sin voelde zich bijzonder in zijn nopjes. Er was weinig dat hem afschrikte en in zijn totaal eigen stijl, smeet hij zichzelf opnieuw in het concours. Hij genoot zijn opleiding samen met Marcel Tadokoro, bij prof. Shereshevskaya. Twee pianisten die met het orkest in dialoog gaan, maar elk op hun eigen manier. Ze genoten vooral een opleiding waarbij hun identiteit niet verloren ging, waardoor we elk hun stempel op de wedstrijd konden drukken.Hij begint rustig en neemt je mee in een soort van meditatie en bouwt dan dynamieken op waardoor je mee naar boven wordt getrokken. Zijn bewegingen, zijn beleving, de lichtheid in zijn touché, alles versmolt met het orkest tijdens het concerto van Mozart. Hij nam iedere nuance mee, zette ze soms krachtig neer, maar alles bleef deel uitmaken van een perfect evenwichtige balans. Vooral zijn keuze voor Schumann en Lyadov was speciaal en toch heel persoonlijk. Hij droomde steeds om Schumann te mogen spelen in publiek. Het feit dat hij die droom mocht beleven, maakte het gewoon perfect. Het leek bij momenten gezongen. zoals hij het zelf zo mooi stelt “I can’t control this. I have  to dive into the music.”

Zen: Vitaly Starikov

  • Eerste ronde: Vitaly Starikov (Rusland (Federatie), °1995) is vooral een verkennend pianist die ieder hoekje van het instrument ten volle wil benuttigen en doorgronden. Het lukt hem daarbij flink om zijn publiek mee op sleeptouw te nemen. Stevige Beethoven en Shostakovitch, sterk doorleefde Liszt en geladen Debussy. Zeker geen pianist om in een klein zaaltje te zetten.
  • Halve finale: Vitaly Starikov voelt zich nog steeds kiplekker in zijn nieuwe labo. Het opgelegde stuk van Jodlowski zit hem als gegoten. Maar toch verrast hij behoorlijk, door zijn relaxte houding. De uitspraak dat we hem niet in een klein zaaltje mochten zetten, bleek totaal niet meer van toepassing. Zijn recital was bijzonder intiem, kalm, beheersd, zelfzeker. En zelfs Brahms mocht ademen. Een pianist die duidelijk de dag plukt naar de mood waarin hij zich bevindt, een oprecht muzikant met andere woorden. Zijn Mozartconcerto KV488 verliep correct. Duidelijk de sterkere halve finalist van vandaag. Zien we hem binnen 14 dagen terug, kiest hij voor Tchaikovsky.

Maandag 24 t.e.m. zaterdag 29 mei horen we hen opnieuw aan het werk, telkens om 20 u.

En toen werd het écht spannend…

Meer info: http://www.queenelisabethcompetition,be

Misschien houdt u ook van: