Ann Cnop en Luc Devos – advokaten van het historische geluid

by Knopskaya

Liefhebbers van klassiek weten welke zoektocht het soms kan zijn binnen een doolhof van muzikanten en labels om een geschikte opname van een stuk te vinden. Er zijn verschillende interpretaties, bewerkingen en arrangementen. Men neemt daarbij aan dat een viool ten tijde van de componist ook klonk als een viool en een piano als een piano. Niets is minder waar. De instrumentenbouw en interpretatie van partituren ondergingen een hele evolutie door de eeuwen heen.

Violiste Ann Cnop en pianist  Luc Devos namen de beslissing om nu eens eindelijk bloot te leggen hoe muziek klonk ten tijde van het schrijven van de partituur. Op dit album bestaand uit drie cd’s, ontrafelen zij de geheimen van de kamermuziekperiode  aan de hand van vioolsonates van Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Robert Schumann, Felix Mendelssohn en Johannes Brahms.

Van Beethoven naar Brahms

De sonates vanaf de periode van Beethoven (1770-1827) zijn een interessant studiegegeven omdat Beethoven de grondlegger was van de geavanceerde sonatevorm uit de romantiek. Hij was de eerste die van het strakke zeventiende eeuwse concept afstapte en meer fantasie toeliet. Elk van de componisten die op deze schijven te horen zijn, volgden zijn voorbeeld en evolueerden zelfs nog een stukje verder. Dat de volgorde van de cd’s chronologisch is opgesteld en dus eindigt bij Johannes Brahms (1833-1897), geeft didactisch deze evolutie mooi weer. De pedagogische missie van dit album zit duidelijk heel diep.

Reis naar de waarheid

Cnop onderzocht de romantische vioolschool en deed daarbij opmerkelijke ontdekkingen wat geografische invloeden en invloeden binnen de schriftuur van de partituur betreft. Virtuozen maakten indruk, zoals de Italiaanse violist Giovanni Battista Viotti in 1792 Parijs deed achterover vallen. Later werd de Parijse school dan weer opgemerkt door Louis Spohr (1784-1859). Spohr nam deze kennis op zijn beurt mee naar zijn studenten. Vingerzettingen en strijktechnieken werden aangepast op herdrukken van partituren en leerboeken. Het was dus een zoektocht naar negentiende eeuwse bronnen van en over de muzikanten die de oorspronkelijke partituur gespeeld hadden. Zo kon men voor Beethoven en Schubert bijvoorbeeld gelijkenissen terugvinden aan de hand van één bepaalde violist. Wat Brahms betreft, moest men zelfs op zoek gaan naar naaste collega’s van Joseph Joachim, die zelf weinig bronnen naliet.

Sereen en oprecht

Ann Cnop en Luc Devos speelden dit album niet enkel op de originele manier in, ze speelden op instrumenten uit die periode. Zo werden er ook geen kunststof snaren gebruikt, maar – jawel, u leest het goed – originele snaren vervaardigd uit schapendarm. De vroege kamermuziekwerken werden op een historische pianoforte uit het midden van de negentiende eeuw opgenomen, Brahms op een Bösendorfer piano uit het Wenen van 1884.

Het geluid is verrassend oprecht en natuurlijk. Men meent vaak dat kwaliteit er enkel op vooruitgaat met de jaren. Dus  het zal nu wel beter klinken. Niets is minder  waar. De muziekinstrumentenindustrie begint het spijtig genoeg stilaan te winnen van de kennis van de kleine instrumentenbouwer. Een instrument dat met liefde werd gemaakt, wordt ook met  liefde bespeeld. Daarbij moet  men denken dat de componist van toen enkel dit klankenpallet kende en er ook totaal in functie van schreef. Het resultaat kan dus niet anders dan optimaal zijn.

Sigiswald Kuyken noemt de opname terecht een non-macho performance waarbij iedere overbodige spierbeweging achterwege wordt gelaten.

Dus kruip in de Tardis – dit album verscheen niet voor niets in dezelfde week als de nieuwe dr. Who – en reis naar de kamers van toen. Het resultaat  is eveneens enkele vingerknoppen van u verwijderd.

ExyLyre.com Exyl18-01

I.s.m. Piano’s Maene en HoGent

 

 

 

 

Misschien houdt u ook van: