Anna Vinnitskaya – een gulden middenweg

by Erik Vertriest

De Russische pianiste Anna Vinnitskaya (www.annavinnitskaya.com), die in 2007 de Elisabethwedstrijd won, is met deze “full Chopin”-cd al aan haar achtste plaat toe.

Haar Chopin-debuut omvat 2 cycli: de 4 Ballades en de 4, veel minder gespeelde Impromptu’s (tenzij dan het populairdere Fantasie-Impromptu).

De langzame, ietwat mysterieuze en tegelijk dramatische aanhef van de 1ste Ballade houdt je als luisteraar meteen in de ban. Sober, als een klein vonkje dat ontspringt, maar langzaam uitdeint tot een laaiend vuur.

De 4 Ballades verklanken de kwintessens van Chopins kunst: tegelijk elegant en krachtig, nu eens speels, dan weer duister-dreigend. Met hun veelzijdigheid, hun onuitputtelijke rijkdom aan stemmingen en melodische vondsten nemen ze een unieke plaats in in Chopins oeuvre. Een kolfje naar de hand van een “instinctieve” artieste als Vinnitskaya, die in een interview ooit verklaarde dat ze in de eerste plaats vanuit de buik speelt. Niet zo evident als het klinkt: Chopins muziek verdraagt geen compleet “laissez-faire”, maar evenmin een overdreven controledrang, anders wordt ze star en steriel.

Bij Vinnitskaya gaan klankrijkdom, kracht en lichtheid hand in hand. Van de onvoorwaardelijke energie waarmee ze zich in pakweg de concerti van Rachmaninov en Prokofiev gooit, is ook deze Chopin-plaat doordrongen. Maar het sterkst komt ze uit de hoek in de meest kwetsbare passages, die veel vertolkers – bewust of onbewust – verleiden tot tranerige sentimentaliteit. Doodzonde bij Chopin. In die val trapt ze op geen enkel moment.

 

De 4 Impromptu’s zijn strakker van vorm en gelijkmatiger qua stemming, en hebben ook meer een “salonkarakter” (zeker niet pejoratief bedoeld ). Al laait ook hier onder het charmante oppervlak een verschroeiend vuur. Voor de anekdote: uitgerekend het bekendste Impromptu, het Fantasie-Impromptu in c klein op. 66, werd tijdens Chopins leven niet gepubliceerd. Bij de talloze bestaande uitvoeringen vinden we helaas een pak hoogst middelmatige – de reden laat zich makkelijk raden. Anna laat ons deze parel herontdekken. De loopjes en arpeggio’s rollen er zo spontaan en vanzelfsprekend uit dat je, mee dankzij de elegante frasering, meteen een “that’s it”-gevoel krijgt.

Het is precies die balans tussen raffinement en “klanksubstantie” die mij voor de titel “Een gulden (midden)weg” deed kiezen. Ik had er evengoed nog een vraagteken kunnen bij plaatsen. “Dé gulden middenweg” bestaat überhaupt niet, en al zeker niet bij Chopin. Maar als je er als musicus in slaagt om zo’n dynamisch evenwicht te bereiken tussen Apollo en Dionysus, zonder ook maar op één moment de verleidelijke zijwegen van meligheid en overdaad in te slaan, heb je Chopin een geweldige dienst bewezen en doe je hem recht zonder je eigen temperament te verloochenen. Moét Chopin zo klinken? Zoiets zou ik nooit schrijven. Wel: (h)eerlijk als je Chopin zo kúnt laten klinken…

 

Frédéric Chopin: 4 Ballades & 4 Impromptu’s

Anna Vinnitskaya, piano

Verschenen bij Alpha Classics

http://www.outhere-music.com

Misschien houdt u ook van: