Belgische saxofoonschool zendt zijn zonen uit

by Knopskaya

Een prachtige beweging ontstond er, intussen zo’n vier jaar geleden, toen onderzoeker en saxofonist Kurt Bertels door zijn ontdekking van het eerste saxofoonconcerto van Paul Gilson België weer als land van de saxofoon op de kaart zette en daarmee toetrad tot die lange en mooie traditie van muzikanten. En wat  is  er  dan mooier als iemand in het buitenland dat geluid oppikt en hoorbaar wil maken? De Poolse safoxonist Jakoub Jarosj beet er zich stevig in, in onze rijke traditie, samen met pianist Kryzstof Augustyn. Belgische muziek, Belgisch geluid, letterlijk in een Pools jasje dankzij uitgever DUX uit Warschau en met medewerking van de Waalse gemeenschap.

Jarosj studeerde aan het Brusselse Koninklijk Conservatorium, hetgeen hem in aanraking bracht met de toch wel heel eigen stijl die de Belgische muziek kent. Het Belle époque gebeuren waren onmiskenbaar de gouden decennia van de saxofoon, het moment waarop er zoveel mogelijk uit het instrument moest gehaald worden, waarbij de mogelijkheden zoveel mogelijk dienden te worden uitgepluisd en uitgeplozen.

Jarosj is vooral gespecialiseerd in hedendaagse klassieke saxofoonmuziek en laat daar onze Belgische school nog steeds sterk staan met componisten zoals Piets Swerts. Het is de Klonos voor saxofoon en piano van zijn hand (World Phonographic Première) die de sectie hedendaags klassiek inzet op de tweede helft van het album, gevolgd  door Michel Lysight, Alain Crépin en Simon Diricq (*1984).

Vooral de compositie  L’ Effet de Coriolis for solo saxophone  (hier in wereldpremière) uit 2019 laat het zeer jonge hart van de traditie horen. Heel mooie elementen met duidelijke patronen die aansluiten bij de geluiden van weleer. Virtuoos, af en toe vragend mysterieus, steeds vragend en antwoordend. Het uitgangspunt moet trouwens ook hetzelfde geweest zijn als dat van de prille saxofonisten, de mogelijkheden van het instrument maximaal ontdekken binnen een sereen kader. Het voordeel dat men heden ten dage heeft, is natuurlijk dat de saxofoon geen tweede instrument meer is, waardoor het allemaal nog dát tikkeltje meer mag hebben.

Het fijne aan de composities van Lysight, Crépin en Diricq is dat we de klassieke saxofoon ook als solo-instrument ontdekken – een instrument dat zijn tonen helderder en sneller weet te plaatsen dan eender welke andere blazer, alsof er een viooltje ergens werd ingebouwd.

Het bijzonder fijne aan dit album is de combinatie van muzikale achtergronden en temperamenten. Pianist Krysztof Augustin is een echt kind van de Slavische school. Hij kent passie en laat een wind uit het oosten waaien bij de fortes.  Vooral het begin van de Images d’Orient van Georges Lonque (1900-1967) geeft dit mooi weer.  Er wordt met mooie contrasten gewerkt. Wanneer we dan bvb naar de compositie van Nazaire Beekcman (1822-1900), de Élégie pour saxophone et piano, luisteren, ervaren we een mooie rust, de erkenning van muziek die om adem vraagt en kleine fijnzinnige intermezzi tussen die rust plaatst. Dit getuigt van een zeer eigen beleving van het geheel. We leren onze Belgische school kennen via de ogen van een andere traditie die de onze omarmt. En dat is niet alleen mooi, maar ook zeer interessant.

Een mooi overzicht van componisten van heden en verleden en een verkenning van het instrument dat zoveel meer aandacht verdient. Misschien moeten we maar massaal oproepen dat  ieder land zijn Belgische saxofoonrevolutie gaat beleven. Wenen en Parijs mogen er zijn, maar Brussel eens te meer!

Dank.

DUX1725 – Belgian Saxophone Music, Jakub Jarosj, Krysztof Augustin

 

Misschien houdt u ook van: