De verborgen parels van Ernst von Dohnányi en Leó Weiner

by Knopskaya

Ernst von Dohnányi was een man van zijn tijd met een tijdloos karakter. De concertzaal was zijn biotoop, of het nu als dirigent, componist, pianist of dirigent was. Hij zocht ook steeds verdere extremen op binnen de wereld van uitvoerende kunsten die hij als een geheel zag. Zo schreef hij een pantomimeballet Der Schleier der Pierrette en waagde hij zijn kans binnen de opera. Toch zou hij uit dat laatste weinig erkenning halen.

Te fijnzinnig
Onterecht, zijn eenakter Tante Simona uit 1912 had het allemaal, maar mogelijk schuilde er veel te veel in de details en was er te weinig drama. Het was de periode waarin de passie van het verismo het publiek charmeerde, maar het was eveneens de periode van de korte successen, waardoor stukken als Der Schleier en Tante Simona werden gezien als introducties. Of de componist ergens heeft willen inspelen op het karakter van de tijd, is te vermoeden. Kijk maar naar de eenakters Cavalleria Rusticana en Pagliacci van Giacomo Puccini. Maar Ernst was Hongaar, geen Italiaan.  U hoort de ouverture.

Toch verbreedde hij zijn horizonten, ondanks hij zich vooral bij de groep van Duitse componisten voelde thuishoren. Zo reisde hij in 1898 naar Amerika waar hij ook kamermuziek ging schrijven. Hij werd directeur van de academie van Boedapest op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en zou  zich sterk verzetten tegen het nazisme. Dit maakt dat er zoveel invloeden in zijn muziek zitten. Op dit album ontdekt u de mooie pareltjes die verborgen bleven of van kort succes waren, samen met zijn American Rhapsody. Het mooie symfonische, met alle respect voor een rijke muzikale erfenis en tinten van Brahms, Tchaikovski en een tikkeltje Gerschwin aan het einde uit 1953. Een mooi muzikaal portret.

Balkan
Leó Weiner (1885-1960) was een van zijn land- en tijdgenoten die zijn invloeden vooral haalde uit de romantiek, componisten als Beethoven en Schumann. Dat is toch iets dat ook zeer alomtegenwoordig is bij Von Dohnányi. Het geeft een mooie symbiose Zijn serenade in F min voor klein orkest opus 3 uit 1906 kent vooral Slavische tinten, een element dat in de periode van de kamermuziek zeer gesmaakt werd, de fascinatie voor Bohemen en de zigeunerklanken, voor de  invloeden die de muziek in zijn eigen land zouden gaan kruisbestuiven.

Twee componisten nemen u mee op reis naar de hoekjes van hun carrière, als die kleine pralines die stiekem tot op het laatst in het doosje blijven, gewoonweg omdat ze het lekkerst smaken. Het label Capriccio heeft het goed begrepen. Een prachtige opname, uitgevoerd door  het ORF Vienna Radio Symphony Orchestra o.l.v. Dirigent Roberto Paternostro, die zijn hart aan Von Dohnányi verloren heeft.

C5380 – http://www.outhere-music.com

 

Misschien houdt u ook van: