De Weense gevoelige snaar – Raphaella Smits’ eerbetoon aan Mertz en Schubert

by Knopskaya

Hoe zielen mekaar vinden? Via herkenbare woorden en muziek, een diepe taal van gevoelens. Het is zoals Schubert het stelde, hoe meer liefde hij zocht, hoe meer zorgen hij ontdekte en hoe meer zorgen hij had, hoe meer liefde hij vond. Meester-gitariste Raphaella Smits legt met haar snaren de vinger op de wonde die Johann Kaspar Mertz (1806-1856) en Franz Schubert (1797-1828) tot eeuwig muzikale zielsverwanten maakten ondanks het lichte tijdsinterval tussen beide componisten,  en troost.

Sehnsucht
Zowel privé als muzikaal kenden beide mannen veel overeenkomsten waardoor hun muziek mekaar zo goed aanvult. De eeuwige zoektocht van Schubert naar zelfherkenning via poëzie en melancholie, zijn eenzame inborst, zijn bijna tragisch gevoel voor romantiek en gebrek aan erkenning, kunnen perfect getoetst worden aan de toch wel zeer bescheiden persoon die Mertz was, ondanks het feit dat hij gebukt onder Sehnsucht de meest virtuoze stukken wist te componeren voor gitaar. Ook Schubert was in het bezit van 2 gitaren van betere Weense Luthiers. Zijn leefomstandigheden lieten het niet toe zich een klavier aan te schaffen. Daarvan genoot hij in de kamers, bars en lesgelegenheden. Dat is mogelijk een verklaring waarom zijn werk op gitaar klinkt alsof het er origineel voor geschreven werd.

Vertrouwen
Smits nam de spiegel van de componist in de hand tijdens het maken van dit album en creëerde mooie overgangen. Door de meest mooie Weltschmerz-stukken van Schubert zoals het Ständchen en Aufenthalt uit het Schwanengesang, samen met Der Leiermann, slotstuk van de Winterreise zorgvuldig tussen de Fantasieën, Romanzen en Nocturnes van Mertz in te plannen. Zo kan de meer gekende nostalgie zich moeiteloos koppelen aan mogelijk nieuwe stukken voor de luisteraar. Het wekt een vorm van vertrouwen op die onmiddellijk ideologisch vervoert naar andere gevestigde waarden binnen de Weense Romantiek zoals Schumann en Mendelssohn, maar evenzeer naar de Parijse tranen van Chopin.

8 snaren
Merz was zonder twijfel dé gitaarvirtuoos van zijn tijd. Hij bespeelde verschillende gitaren, tussen de 6 en 10 snaren. Voor deze opname werd een Mirecourt gitaar gebruikt uit 1827,  de periode waarbinnen Mertz zijn muziek schreef en waar luthier Bernhard Kresse 2 bassnaren (darmsnaren) aan de overige zilversnaren toevoegde. Alle werken werden aangepast aan het instrument.  Het gevolg is een diep geluid dat zich tot het volledige bereik van Mertz’ oeuvre leent; virtuoos en waarheidsgetrouw.

Raphaella Smits beschrijft de uitvoerende muzikant als een tolk die met minstens twee talen werkt: diegene waarin het werk  is geschreven en diegene waarmee het dient uitgevoerd te worden. Dit zorgt voor een volwaardige overdracht van klank en emotie van componist naar de toeschouwer.

Raphaella Smits – Vienna Concert – SR1121- Soundset Recordings

http://www.rsmits.com/

Misschien houdt u ook van: