Le Pavillon de Musique o.l.v. Ann Cnop zet fijnzinnige Belgische Barok op de kaart

by Knopskaya

We kunnen het niet genoeg herhalen, hoezeer alles toeval is wanneer men in de geschiedenisboeken belandt. Grotendeels hangt dit af van hoe en door wie bronnen werden bewaard en bekendgemaakt. Het mag gerust gezegd worden dat onze Belgische componisten tijdens de barok reeds – en ervoor – internationale roem genoten. Van een aantal onder hen was het echter onduidelijk of er nog partituren voorhanden waren. De redenen voor het verdwijnen van partituren hadden niet altijd te maken met impopulariteit, integendeel. Onze barokcomponisten waren bijzonder virtuoos en eigenzinnig, hun muziek vereiste nauwgezette studie om tot een gewenst resultaat te komen. Het speciale karakter dat op zo’n moment vrijkomt, is echter geen complexiteit, maar muzikale verlichting. Zo ook bewees violiste Ann Cnop samen met het Pavillon de Musique, toen ze de partituren van Henri-Jacques De Croes uit 1734 – VI concerti voor viool –  herontdekte en bestudeerde om ze samen ten volle uit te voeren.

Ontdekking
Henri-Jacques De Croes werd in 1705 in Antwerpen geboren. Over zijn muzikale opleiding is weinig gekend, behalve dat hij in de leer ging in de Sint-Andrieskerk, zangmeester werd in Sint-Jacob en daar als achttienjarige de eerste viool voor zijn rekening mocht nemen. In 1729 werd hij internationaal ontdekt en kwam in dienst van het hof van Thurn und Taxis als eerste violist en kapelmeester. Hij verhuisde naar Frankfurt en bouwde daar zijn verdere carrière uit. Toch bleef hij door de verschillende residenties van het hof van Thurn und Taxis doorheen Europa reizen. Zo kreeg hij ook belangrijke posten in Brussel, zoals de Munt, Sint-Goedele en als kapelmeester onder Karel van Lotharingen.  Zijn allereerste uitgave  werd bijgevolg in Brussel gedrukt. Lang werd deze verloren gewaand en zelfs werd het bestaan ervan betwijfeld. Recent werden ze echter teruggevonden in een bibliotheek in Stockholm. Hoe ze daar terechtkwamen weet niemand,  gezien het hof van Thurn und Taxis er geen residentie had. Vermoedelijk zijn ze naar ginds “gereisd” door de faam waar De Croes van genoot. Na de dood van De Croes in 1786 , vroegen zijn nabestaanden de exemplaren terug op ter compensatie van achterstallig loon van de hofkapel. Meer is niet geweten. Cnop besliste geen tijd te verliezen en haar ontdekking samen met het Pavillon de wereld in te sturen. Terecht.

Unieke tessituur
Wat we vooral ontdekken bij De Croes, is de fijnzinnige opbouw van de muziek, waarbij ieder frivool nootje met de grootste voorzichtigheid en zuinigheid werd neergezet om tot een juist inwerkend resultaat te komen.  Even kan men verward worden, gezien men de Italiaanse invloeden waarneemt, duidelijk ontleend aan componisten zoals Antonio Vivaldi. En toch heeft de muziek van De Croes een zeer uniek en eigenzinnig karakter, gezien het heden en verleden bindt op een manier van weelde zonder overvloed. Het is zeer duidelijk barokmuziek, maar de baslijnen zijn geen zware stuwende ondertonen. De communicatie tussen de instrumenten doet het werk in de plaats. Er wordt ook gebruik gemaakt van vier vioolpartijen in plaats van drie. De vierde viool (violino secondo ripieno) speelt een heel andere partij.  Het kan op dat gebied zelfs aan beetje als futuristisch worden beschouwd. Men herkent patronen van opbouwende dialogen die men later terug zal vinden bij Haydn en Mozart.  Dit is strijkmuziek op zijn best, door de zorgvuldige afmeting van de ingrediënten. Het geeft zelfs een vermoeden dat De Croes er zelf een enorm creatief genot aan beleefd heeft, in die tijd iets voor de durvers, en met positieve ontvangst door publiek en notabele muziekkenners.

http://www.anncnop.com

Bestel hier, 21,50 euro – 2CD

KTC 1707 . 2CD . 8711801017075 . 05/01/2021 . ETCETERA RECORDS

 

Misschien houdt u ook van: