On an overgrown Path – roots and farewells

Wiegelied voor een stervend kind

by Knopskaya

De Tsjechische componist Leoš Janáček (1854-1928) had een leven dat niet steeds over rozen liep. On an overgrown path (1901-1908) is misschien het meest diepzinnige en reflectieve werk dat hij ooit schreef.

Het was de ziekte en vooral de  dood van zijn dochter Olga, die hem het werk in zijn definitieve vorm lieten afwerken. Toch werd de cyclus aanvankelijk gebaseerd op een Moravisch traditioneel huwelijkslied.

Het pad naar mijn moeder is volgroeid met klaver

De eenvoud van de volksmelodie wordt laag per laag bijgewerkt, tot het echt overgroeid is met andere sferen. Het heeft iets overstijgend en mystiek. Alsof men een naïef kind naar de eeuwigheid begeleidt. Ook andere volksgegevens worden verwerkt, zoals de processie van de Madonna van Frýdek en de gedachte aan passages uit zijn succesvolle opera Jenůfa (de stiefdochter), waarbij leven en dood in een Moravisch dorp aan bod komen. Uit Jenůfa zou hij muziek gespeeld hebben aan Olga’s ziekbed.

Hij had het allemaal al eens meegemaakt, ook zijn zoon Vladimir stierf jong.

Na de dood van Olga, zonk de componist weg. Zijn verdriet was te groot. De cyclus die hij achterliet was echter uitgegroeid tot een van de meest rakende werken binnen zijn eigen oeuvre, binnen zijn land. Het wiegelied voor zijn gestorven kinderen dat tot zoveel mensen hun verbeelding kon spreken. Folklore en de hardheid van het leven gaan vaak hand in hand.

De pianocyclus werd door violist Daniel Rumier in een arrangement gegoten voor de strijkers van het Camerata Zürich o.l.v. Igor Karsko. Iedere nuance wordt vanuit zijn afscheid, verdriet en ontgoocheling benaderd. Maar ook vanuit zijn uitgereikte arm naar de eeuwigheid waarin zijn kinderen zich bevonden. Speelse elementen vormen de ondertoon, de verwijzing van zijn afkomst, van hun gezamenlijke roots.

Duiding
Men moet de tijd nemen om zich in de sfeer van dit werk in te leven. Ook na afloop heeft men tijd nodig om op adem te komen. Ook daar werd tijdens deze opname aan gedacht. Gezien folklore toch wel een rode draad vormt doorheen het geheel, wordt de cyclus voorafgegaan door de reflectieve compositie Meditation on the Old Czech Chorale St. Wencensias opus 35a van Josef Suk (1874-1935). Het geheel wordt geduid door dichteres Maïa Brami, die een tekst maakte die de zintuigen prikkelt. Misschien een fijn idee om alles nog een tweede maal te beluisteren om het geheel nog beter te doorgronden. Afgesloten wordt met de nocturne in B Groot opus 40 van Antonin Dvořák (1841-1904).

Een CD voor dagen waarop u het nodig hebt. Warm, genegen en toch confronterend en mysterieus.

ECM new series 2597 485 6432 http://www.outheree-music.com

Misschien houdt u ook van: