Subtiliteit en kwetsbaarheid

by Geert De Cubber

De hoes van Some Kind of Peace van Olafur Arnalds weerspiegelt de titel: met gesloten ogen bereik je makkelijker een soort van vrede, wil het cliché. Net daardoor krijgt het album het aura van een meditatie.

De repetitiviteit in de composities heeft iets bezwerends. De elektronica ondersteunt en draagt de muzikale zinnen van Arnalds, veeleer dan ze te overheersen. Daardoor grijpt de sound vanaf het eerste nummer naar de keel. De instrumentale lijnen van Loom zijn uitgepuurd. Elke noot, elke galm, elke echo krijgt zo voluit betekenis. De bas, bijvoorbeeld, doorklieft de hele compositie, maar brengt op eigengereide wijze een diepe rust binnen.

Diepgang

In dezelfde beweging weeft het weefgetouw – Loom – het tweede nummer, ook in de titel die het draagt: Woven Song. Arnalds’ zoektocht naar subtiliteit in de stemmen leidt tot muzikale diepgang. Dat weeft de muzikant ook in het volgende nummer: een bloedmooie vioollijn zet fragiel – en alleen – Spirals in. De kwetsbaarheid wordt in die song gethematiseerd en uitgewerkt. Het nummer zwelt aan totdat de bas – alweer die diepe klanken – de grondtoon blootlegt en de luisterervaring verwijdt.

Still/sound gaat in zijn titel in op de stilte als perfect geluid. Toch is er een touche van geluid nodig om je daarvan bewust te zijn. De luisteraar die zich op de geluidsgolven van Arnalds’ elektronische klanken laat meevoeren, zou zo wel eens de toestand van vrede kunnen bereiken die de titel van de plaat belooft.

Grondtoon van broosheid

Zang wordt slechts karig toegestaan op Some Kind of Peace. In Back to the Sky wordt de lyrische melodie van gastmuzikant JFDR in eerste instantie gedreven door een subtiele beat. Maar nogmaals – en bij herhaling: zang en tekst zijn absoluut minimalistisch. De harp in Zero brengt een nieuwe laag van vredevolle klanken aan. Alweer klinkt de verhaallijn subtiel, meditatief, biddend bijna. Even proef je een Keltische sfeer. In het midden zwelt het geheel opnieuw aan. De grondtoon van broosheid wordt zowaar een zachte bries.

In dezelfde sfeer begint New Grass. Daar komen de huilende violen bij, die wat oosters aandoen. Eerst klinkt het nog aarzelend, maar uiteindelijk neemt de viool beslist de leiding. Met haar op het eerste gehoor breekbare stem draagt gastzangeres Josin in The Bottom Line bij aan de breekbare sfeer die het hele album doordrenkt. Het samenspel van tokkelenede akkoordlijnen, subtiele basdreun en lyrische leadzang brengen – opnieuw – serene vrede.

Niet af

Met We Contain Multitudes, het voorlaatste nummer, kabbelt de plaat naar het volgende sfeerstuk, zonder evenwel te vervelen. De gelaagdheid wordt in de titel van deze song letterlijk gethematiseerd. De Keltische aandoende harpakkoorden dragen daartoe bij. De afsluiter van de plaat is Undone. De meditatie is – ook na het slotakkoord – niet af. Pas als de kwetsbaarheid ten volle wordt uitgespeeld, is er een kans. Dat is nu net hoe Arnalds zijn beginbelofte waarmaakt. Willen we some kind of peace bereiken, begint die pelgrimstocht pas nadat de laatste klanken zijn uitgespeeld.

 

Olafur Arnalds, Some Kind of Peace, Mercury KX, 39’.

Misschien houdt u ook van: