The Girl Who Cried Wolf – A(R)MOR

by Philippe De Cleen

Talent genoeg bij de jonge bands in de muziekwereld. Zo nemen we met genoegen kennis van het langverwachte debuut van de Antwerps-Mechelse groep The Girl Who Cried Wolf, ‘A(R)MOR’ getiteld, dat via Starman Records de wijde wereld in trekt. De groep rond vocaliste Heleen Destuyver speelt zich danig in de kijker, met richtinggevende inspiraties als goth lady Chelsea Wolfe, Swans en PJ Harvey of dichter bij ons bands uit de Consouling stal zoals AmenRa.

Opener Hidden mept met onderhuidse dreiging en onheilspellend donkere klanken de luisteraar een flinkse linkse dreun en geeft met gaandeweg op zijn Swans ontsporend gitaarwerk direct al aan wat de groep in huis heeft. Donker en moody, al wordt er even goed ruimte gemaakt voor clevere en hoogst toegankelijke pop. Zoals single Running bijvoorbeeld, een song waarmee de groep dankzij de sensuele vocal van Heleen Destuyver zowaar op haar verleidelijkst klinkt. Een song dat iemand als Alex Callier (Hooverphonic) stevig gevloek en een portie jaloezie oplevert.

Elders, zoals probeerseltje Willow Tree – een lossere vingeroefening op piano, blijkt dat de groep soms nog wat zoekende is. Dergelijke tussendoortjes bieden ademruimte en werken prima, zeker als de band er vervolgens het korte, vuige maar bovenal vuile Pestilence tegenaan kwakt. En ook tijdens Iron & Stone is het alle hens aan dek, zeker als halfweg de gitaarversterkers het danig te verduren krijgen. De groep is gelukkig zo slim om te spelen met heel uiteenlopende klanken, kleuren en nuances, waardoor het resultaat behoorlijk meeslepend genoemd mag worden.

Als tegengewicht voor die zwaardere, heavier songs is er iets als Left, waarbij Destuyver zachtjes in je oor fluistert, terwijl de haar omringende band (drummer Michael-John Joosen, bassist Casper Heijstee, gitarist Samir Boureghd en celliste Sofie Sweygers) een zacht openbarstende en voorzichtig ademhalende song ten beste brengt. Triphop light, zeg maar. Een heel ander gezicht van de band die aan het begin nog vooral krachtige uithalen demonstreerde. Hier is de uithaal véél geconcentreerder en meer uitgepuurd. Gouden vocal, meeslepende en tot dagdromen aanzettende track. Maar ook : een song die naar het einde toe haast aan flarden gespeeld wordt, zodat aan de einder heel even Sophia en de brutale energie van het genadeloze God Machine opduiken.

Mooi ook hoe breed de groep soms gaat. Hold On beschikt initieel over breekbaarheid, maar bloeit vervolgens fraai open. Het erna volgende Senseless tracht dan weer middels een resem vioolpartijen (o.a. Nele Paelinck,..) op dat élan voort te gaan, maar gaat ons net als Skin helaas wat voorbij zonder écht bij het nekvel te grijpen. Reden daarvoor is de vocal die ons soms iets te klef en zeemzoeterig is, al maakt het op tranen en kippenvel mikkende afsluiter Ashes dat ergens wel goed.

‘A(r)mor’ is goed en soms krachtig album met een paar verrassend sterke uitschieters, zoals Running en Left. Sober, maar dodelijk efficiënt artwork met vanitasmotiefjes ook. Alles eraan doet vermoeden dat het ook live zeer de moeite is.

Misschien houdt u ook van: