Victor Julien-Laferrière geeft zich diepgevoelig bloot.

by Knopskaya

We zullen ons Victor Julien-Laferrière allemaal herinneren als de allereerste eerste laureaat van de Koningin Elisabeth Wedstrijd voor cello, alweer vier jaar geleden. Het is vooral zijn trouw aan de exactheid in het lezen van de partituur dat hem met de uitvoering van het eerste celloconcerto van Sjostakovitch  de overwinning bezorgde. Met zijn nieuwe album, uitgegeven bij Alpha Classics, en opgenomen met het Orchestre Philharmonique Royal de Liège o.l.v. Gergely Madaras, geeft hij zich buiten het wedstrijdgebeuren volledig over aan de Slavische passie van de Tsjechische componisten Antonín Dvořák en Bohuslav Martinů.

Verhaal van de Nieuwe wereld
Antonín Dvořák verliet zijn Boheemse geboortegrond in 1892, om te gaan doceren aan het conservatorium van New York. Het was rond die periode dat hij de eerste noten op papier zette van een compositie voor piano en cello. Het ironische was echter dat hij eigenlijk niet zo’n fan was van het instrument. Hij raakte vermoedelijk geïnteresseerd om voor een solo-instrument met orkest te schrijven door het werk van zijn collega Victor Herbert. Stilaan evolueerde  Dvořák naar een heel eigen magistrale en sterke perceptie van wat diende geschreven te worden.

Adem
Hij vatte het op als schrijven voor een zanger, ook een instrument moet kunnen ademen om zijn schoonheid ten volle kunnen tentoon te spreiden. En daarin schuilt de magie van zijn tweede cello concerto, adem voor het instrument gedragen door de magie van het orkest. Laferrière geeft zich dan ook volledig over aan deze opzet, waardoor de cello de verteller wordt binnen een verhaal met vele dialogen. Wanneer men de muziek nauwgezet analyseert, kan men trouwens invloeden voelen van de nieuwe wereld waarin de componist verbleef, zoals spirituals. Deze invloeden worden getoetst aan elementen uit de Weense laatromantiek. Wanneer men dit beseft, merkt men dat Antonín Dvořák een idealistisch kantje had waarbij hij zich niet in een hokje liet stoppen en schoonheid verkoos boven afkomst. Inspiratie is vrij, en dat is dan ook de adem die dient genomen te worden binnen het grootse. Pure ontroering is op dit album het resultaat.

Dansende toccata’s
Het was eveneens in de Verenigde Staten dat de dollar van Bohuslav Martinů viel. Hij was in zijn Boheemse thuishaven reeds begonnen aan zijn eerste Cello Concerto, met Cassals als uitvoerder in het achterhoofd. De première zou echter in 1931 uitgevoerd worden door Cassadó, te Parijs, waar Martinů op dat moment verbleef. Het concerto kent een neo barok karakter met een knipoog richting kamermuziek.  Pierre Fournier wilde zich om de uitvoering bekommeren nadat het werk al enkele keren werd aangepast. Toch schrok  Martinů enorm toen hij het werk in de States op de radio hoorde en niet direct herkende. Hij eiste toen dat alle vorige versies niet meer zouden worden uitgevoerd en ging nogmaals aan de slag met de partituur. Hij wilde alle obstakels van andere instrumenten laten verdwijnen  en de perfecte balans creëren om de cello ten volle naar de voorgrond te verplaatsen. Ook hier werd bewust of onbewust gebruik gemaakt van elementen uit de Nieuwe Wereld, zoals de galopperende cadans aan het begin van de uitvoering. Maar toch ontstaan er ook dansachtige motieven die twee werelden aan mekaar verbinden.

Op dit album sleept Victor Julien-Laferrière u gewillig mee in een prachtig verhaal van invloeden die mekaar ontmoeten en die zich via de muziek laten verspreiden. Dit maakt hem ongetwijfeld tot grootste “krak” van deze generatie cellisten.

Alpha Classics Alpha 731  http://www.outhere-music.com 

 

 

 

Misschien houdt u ook van: