Ervaren Amuzement: Diederik Suys en Jean-Claude Vanden Eynden

by Knopskaya
Diederik Suys en Jean-Claude Vanden Eynde

Vrijdag 30 september stond de zon letterlijk en figuurlijk op haar hoogste punt tijdens het middagconcert in AMUZ. Twee grootmeesters slaagden er moeiteloos in om me drie maal mijn eigen overtuigingen en vooroordelen aan de kant te schuiven.

Diederik Suys, artistiek directeur en bezieler van het Wichelen Kamermuziekfestival dat dit jaar spijtig genoeg voor de laatste keer plaatsvond, is een altviolist met wereldklasse. Toen ik hem voor het eerst hoorde spelen, ervoer ik naast een begenadigd muzikant ook een begenadigd verteller en pedagoog. Dit is de ideale cocktail voor totale bezieling voor het vak. Hij studeerde zelf af aan het Conservatoire National Supérieur de Paris en het Conservatorium van Brussel. Op dit moment is hij docent altviool aan de Hogeschool voor Muziek te Gent. Daarnaast speelt hij altvioolsolo bij het Orchestre National de l’Opéra de Paris.

Jean-Claude Vanden Eynden ging reeds op twaalfjarige leeftijd naar het Brussels Muziekconservatorium, waar hij studeerde bij Eduardo Del Pueyo. Hij werd op zestienjarige leeftijd laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd en speelde bij diverse grote internationale symfonische orkesten – Londen, Sint-Petersburg en Den Haag. Hij werkte samen met grote namen zoals Walter Boeykens en het Ysaÿe-kwartet en is momenteel professor aan het Conservatorium van Brussel.

Het eerste deel van het programma bestond uit het Opus 42 in 7 bewegingen van Ludwig Van Beethoven. Beethoven, het was voor mij steeds een beetje vlees noch vis. Hij komt na grootmeesters zoals Mozart, maar komt nog voor de typische kamermuziek uit de belle époque-periode. Ik vind het mooi klinken, melodieus. Beethoven kan mij enkel beroeren indien de uitvoerende muzikant me ervan overtuigt. Eliane Rodrigues was hierin met haar Beethovenbox reeds geslaagd. Ik dacht dat het een unicum was, maar werd voor een tweede maal verrast. Deze beide heren deden het weer, en dat kan alleen maar van pure wereldklasse getuigen. Dat beide heren elkaar al jaren kennen en daardoor ook mekaars muzikaliteit en bewegingen perfect aanvoelen, stond als een paal boven water. Iedere beweging en klank werd door henzelf beleefd, op zo een manier dat het publiek mee in hun beleving werd gezogen. Het was een prachtige balans van warme vloeiende klanken en kleine fijnzinnige accentuering.

Het tweede deel bestond uit de Arpeggione-sonate in drie bewegingen van Schubert. Beide componisten hebben mekaar kort gekend en werden met anderhalf jaar verschil ten grave gedragen. De Arpeggione was in die periode een nieuw snaarinstrument en werd anderhalf jaar voor de compositie van deze sonate ontwikkeld. Populair werd het instrument echter nooit. De compositie wordt over het algemeen opgevoerd door cello, maar blijkt ook uiterst geschikt voor altviool. Bij de uitvoering hiervan moest ik mezelf voor de tweede maal op de vingers tikken. Schubert was voor mij steeds lied en heb in het verleden weinig aandacht geschonken aan zijn andere werken. Alle mooie muzikale kwaliteiten die beide muzikanten tijdens het eerste deel zo spontaan aan het publiek toonden, werden bevestigd.

Tijdens het bisnummer, de Romance Oubliée van Franz Liszt, wist ik het. Dit verdient zonder twijfel een nominatie, waardoor ik voor de derde keer tegen mezelf inging. Het is een mooi ideaal om jong talent te willen bekronen, maar vakmanschap is nog steeds meesterschap. Wanneer het mooie van de muziek na zoveel jaren ervaring nog steeds uit iemands ziel straalt en via zijn of haar instrument naar buiten vloeit, ja… Dan verdient dit terecht en oprecht een bekroning, want wat ik hoorde en zag was muziek hoe ze hoort gespeeld te worden, in alle perfectie.

Misschien houdt u ook van: