Festival 20.21 sluit af – Fin(n)ishing Touch – Tussen licht en duisternis

by Knopskaya

De Finse componisten klinken als een mysterieuze wereld apart. Het lijkt vaak of  het noorderlicht samen met de overheersende duisternis in hun  muziek is verwerkt. Kleine klanken vloeien door mekaar, op voorgrond en achtergrond. Niets klinkt leeg, als een constante aanwezigheid, een nevel die bezit van je neemt.

Met deze gedachte in het achterhoofd werd Festival 20.21 afgesloten. Nieuwe muziek vraagt bovendien om nieuwe inzichten, het is het resultaat van pure dynamiek binnen de ervaringswereld van de componist. De Finse Kaija Saariaho (geb. 1952) kwam volledig  zelf tot muzikaal besef. Ze werd weinig gesteund door haar naaste omgeving, wat haar zelfvertrouwen aantastte, maar haar honger  naar kennis  niet  verminderde. Ze  zette door, en ging  pas  na haar studies componeren.  Gezien er zoveel tijd verstreek tussen de eerste klanken in haar hoofd en het op papier neerpennen ervan, konden haar ideeën rijpen. Alles kreeg zoveel meer nuance, dat  het moest worden omgezet in klanken. Zo raakte ze gefascineerd door trillingen en ruisgeluiden uit de natuur die ze zo nauwkeurig mogelijk wilde kunnen laten gereproduceerd worden.

Haar tweedelige compositie, Aile  du songe (Parijs – 2001), wordt bijgevolg gekenmerkt door een veelvoud aan geluiden, gecreëerd door klassieke instrumenten gecombineerd met een veelvoud aan grote en kleine slaginstrumenten zoals buisklokken en marimba en minder voor de hand liggende instrumenten, zoals schuurblokken. Tijdens de opvoering, door  het Antwerp Symphony Orchestra, was het daardoor trouwens bijzonder interessant om naast de fluitiste, de percussie-sectie te observeren.

De compositie klinkt harmonieus, ondanks het feit dat ze vele tegenstellingen bevat. Klanken zijn licht dissonant, maar klinken samen harmonieus. Zo gaat de fluit ook een aantal keren tegen het  orkest in. Natuurlijk of onnatuurlijk? Het is zoals professor Bergé  het tijdens de inleiding stelde: vogels  zingen zelden in Do Groot, maar toch ervaren we  hun geluid als harmonieus. Het is het lied van de natuur. Bovendien  krijgt de  fluitiste in de partituur te  maken met verschillende sonoriteiten die samen dienen uitgevoerd te worden. Zo zijn er stukken waarbij er  in de fluit geblazen en zelfs gezongen dient te worden.  De natuur praat en spreekt een ontwaken uit in een noordelijke tuin van Eden.

Het leek een beetje als van lichtinval naar schemering en duisternis gaan, bij de uitvoering van de Vijfde Symfonie van Jean Sibelius (1915-1919). Sibelius was eveneens een componist die resultaat kende – al was het grotendeels postuum – door zijn eigen ideeënwereld en klankwereld te  volgen. Hij zette zich door groeiend eigen denkdynamiek niet af tegen de overheersende spelers binnen de  toenmalige nieuwe muziek, maar ging ten koste van zijn roem zijn eigen koers volgen. Toch voelde hij zich vaak alleen en onzeker. Hij componeerde vijf  jaar lang aan zijn Vijfde Symfonie en herzag ze meerdere malen onder invloed van critici. Toch is het net zijn eenzaamheid die de verbinding met de natuur in zijn composities laat voelen, de geluiden die men hoort wanneer er geen mensen zijn. Die geluiden geeft hij weer om ze te laten grootser te worden om uiteindelijk in een apotheose te eindigen, een apotheose die het orkest  onder het mooie inlevingsvermogen van de dirigent prachtig wist in de verf te zetten.

Fin(n)ishing Touch: grootsheid tussen twijfel en zekerheid, tussen licht en duisternis.
Gezien op 25  oktober 2019, LUCA Campus Lemmens.

 

Misschien houdt u ook van: