KEW finaleavond 6: Jonathan Fournel – did they save the best for last?

by Knopskaya

Foto: © Queen Elisabeth Competition

Jonathan Fournel wist zich twee maal te plaatsen op het laatste moment; op de laatste dag van de eerste ronde én op de laatste dag van de halve finale. Is dit een omen?

Wat we ons nog herinneren van de halve finale was dat hij een totaalbeleving bracht. Partituur perfect onder controle, en een eigen lyrische signatuur zoals Brahms het verwacht. De componist ligt hem helemaal. De verwachtingen zijn dan ook hoog en gespannen.

We schreven toen:

Jonathan Fournel smeet er zich compleet in tijdens zijn recital. Een onmeetbaar uithoudingsvermogen. En dan moet men dit niet in kracht zien, maar in concentratie. Ieder nootje klopte. Het opgelegde stuk van Pierre Jodlowski bracht hij eerder ingetogen. De variaties op een thema van Händel van Johannes Brahms, waren zo vol dat de piano in een orkest veranderde  met alles erop en eraan. Vierentwintig variaties hielden ons in de ban. De jongeman zijn passage was compleet.  Zijn finaleplaats is dan ook terecht.  Tijdens de eerste ronde, schreven we het volgende over hem: Jonathan Fournel (Frankrijk, °1993) haalt het uit zijn zelfzekerheid. Een mooi virtuoze Mozart, Rachmaninov met beheersing, toch werd het tijdens de opvoering van Chopin een beetje overdreven.

Tijdens de finale brengt hij opnieuw Brahms, we kijken er enorm naar uit.

D’un jardin féérique van Bruno Mantovani werd aanvankelijk ingezet met een aantal vraagtekens, het verhaal bleef een beetje zoek. Heel even maar, eens Jonathan zijn draai gevonden had, ging hij vooral voor een pianistieke verkenning, eerder dan het verhaal van de vogeltjes en de ontluikende bloemen. En toch konden we zijn signatuur van de vorige avonden perfect opnieuw proeven. Hij zocht perfectie, heel misschien zelfs een beetje teveel.

Zijn Brahms kent meer dan een geniaal moment en hij streeft perfectie na. Zijn allermooiste momenten zijn, diegenen waarin we merken dat hij zich crescendo overgeeft aan de muziek en haast versmelt met het orkest. Wat mooi opvalt zijn de passages – tweede beweging –  die geïnspireerd zijn op klassiekers als Bach. Daar lijkt de focus heel erg te liggen. Mathematische perfectie die de ziel moet roeren.  En het bouwde verder op, tot in de kleinste puntjes wist hij de accentjes aan te brengen en zo de lyriek juist geproportioneerd weer te geven. Net zoals we van hem gewoon waren. Een pianist met een duidelijk eigen signatuur die niets anders is dan hemzelf. Kan dat ooit teleurstellen? U kent het antwoord.

Leg dat tegenover de Brahms-prestatie van Tomoki Sakata en beeld je dan in dat je in de jury zou zitten en binnen een goed uur moet beslissen. Een sinecure is echt wel wat anders.

 

Tot zo…

 

Meer info: http://www.queenelisabethcompetition.be

Misschien houdt u ook van: