KEW piano 2021, finaledag 5: Dmitry Sin geeft zich over en overtuigt

by Knopskaya

Foto: © Queen Elisabeth Competition

We vernamen dat Dmitry Sin tijdens de repetities totale cool toont, om het eens hip uit te drukken. We verwijzen daarbij nogmaals graag naar de blog vol informatie ter plekke van hoboïst Bram Nolf, te raadplegen via Klara.be. Muzikanten zijn ook mensen, en dat maakt de wedstrijd interessant. Er is zoveel dat een prestatie van een kandidaat en dus ook een finalist kleurt. Emoties uitschakelen op een podium is soms een defensiemechanisme, maar steriliseert. Prestaties worden gekleurd door wie je bent, wat je beleefde. Net daarom werd men muzikant. En misschien is het fijn om tussen die lijntjes te lezen. Een waarom is veel belangrijkers dan een ja of nee, een ophemeling of afwijzing.  Dat Sin alle kalmte bewaart geeft ons een goed gevoel. Wat we ook te horen zouden krijgen, kon niet verkeerd zijn. Stilte voor de storm en alle hens aan dek voor zijn versie van Rachmaninov 3?

Wat we ons herinneren:

  • Eerste ronde: Dmitry Sin (Rusland (Federatie), °1994) Lijkt wel met Wataru Hisasue overlegd te hebben. Ook hij speelt een kort programma een correcte Haydn, gevolgd door de Grande Étude de Pagannini nr 6 van Franz Liszt. Ook Skryabin hadden we al beter gehoord.
  • Halve finale: Dmitry Sin voelde zich bijzonder in zijn nopjes. Er was weinig dat hem afschrikte en in zijn totaal eigen stijl, smeet hij zichzelf opnieuw in het concours. Hij genoot zijn opleiding samen met Marcel Tadokoro, bij prof. Shereshevskaya. Twee pianisten die met het orkest in dialoog gaan, maar elk op hun eigen manier. Ze genoten vooral een opleiding waarbij hun identiteit niet verloren ging, waardoor we elk hun stempel op de wedstrijd konden drukken. Hij begint rustig en neemt je mee in een soort van meditatie en bouwt dan dynamieken op waardoor je mee naar boven wordt getrokken. Zijn bewegingen, zijn beleving, de lichtheid in zijn touché, alles versmolt met het orkest tijdens het concerto van Mozart. Hij nam iedere nuance mee, zette ze soms krachtig neer, maar alles bleef deel uitmaken van een perfect evenwichtige balans. Vooral zijn keuze voor Schumann en Lyadov was speciaal en toch heel persoonlijk. Hij droomde steeds om Schumann te mogen spelen in publiek. Het feit dat hij die droom mocht beleven, maakte het gewoon perfect. Het leek bij momenten gezongen. zoals hij het zelf zo mooi stelt “I can’t control this. I have  to dive into the music.”

Als we het geheel moeten overschouwen, was alles zeer trouw aan de stijl van Dmitry Sin. Hij zette heel eenvoudig d’un jardin féerique van Bruno Mantovani. Maar o zo fijn, zeker, afgewerkt dat het ontroerde. Gewoon de perfectie die spreekt. Sin bekijkt het allemaal vanuit pianistieke hoek en weet zo te scoren, want de muziek neemt je in.  De techniek erachter vertelt het verhaal van een pianist die in de partituur kruipt. Hij reageerde ook echt opgetogen collegiaal nadien, alsof hij een gevoel had dat de juiste sfeer was gezet. Het kon enkel nog bergop gaan.

Rachmaninov drie zat er vanaf het eerste moment op. Fijn, lyrisch, echte muzikaliteit zonder gezweem of gezwam. Dmitry Sin leeft in symbiose met de piano en weet in alle klasse wanneer welke emotie en crescendo moet volgen om de dynamiek erachter maximaal te benutten. Hij doet het vanuit zichzelf, zijn oneindig zelfvertrouwen zonder pretentie. Dmitry Sin kwam niets bewijzen, maar ons een mooi geschenk geven. Mooie ademruimtes laten de glansrijke cadansen die volgen nog zoveel betekenisvoller uitpakken. Geen uitstapjes, maar het pure product met persoonlijke touch en inleving. Het orkest is ook compleet mee in het verhaal en geniet, zoveel is zeker. We liggen van onze stoel. Boenk!

Zoals Lou Andreas Salomé het stelde in 1885: Er leeft iets in mij. Het is warm en het juicht en het moet naar buiten.

… omdat het niet anders kan…

We spreken niet graag over scores, maar mag dit in onze top 3 aub? Morgen volgt het verdict…

Meer info: http://www.queenelisabethcompetition.be

 

Misschien houdt u ook van: