Knipwerk van Alfred Schnittke als bouwsteen – Festival 20-21

by Knopskaya

Festival 20-21 is vooral een leerrijk festival, ieder jaar opnieuw keren leek en melomaan met nieuwe inzichten huiswaarts. Het is de ervaring van lezingen, doorspekt met voorbeelden, dat ervoor zorgt dat  je muziek gaat begrijpen waar je vroeger mogelijk veel vragen bij had. Hoe beluister  ik het klassiek van morgen, wat valt op en van waar  komt het? De leden van het BISS Quartet nemen ook deze insteek ter harte en bezorgden het publiek een boeiende avond waar tijdens het derde strijkkwartet van Alfred Schnittke (1934-1998) werd uit de doeken gedaan. Pieter Bergé zorgde tijdens dit lecture-recital voor de nodige duiding.

Orde en chaos
Drie stukken lagen aan de basis van het strijkkwartet – het Stabat Mater van Orlandus Lassus, de Grosse Fuge van Ludwig van Beethoven en het achtste strijkkwartet van Dmitri Sjostakovitch. Het feit dat  het Stabat Mater helemaal geen strijkkwartet was, werd opgevangen door de voor deze gelegenheid speciaal gecreëerde bewerking van Jeroen D’hoe. Fijnzinnig intiem, fragiel verzorgend gespeeld, liefdevol. Een hele tegenstelling tot het  toch wel hevigere karakter van Beethovens (1770-1827) Grosse Fuge. Het was een futuristisch werk dat hem door zijn tijdgenoten bijna kwalijk werd genomen, en door latere experimentele krakken zoals Arnold Schönberg werd bejubeld. Er wordt gespeeld met tonaliteiten en thema’s lopen volgens voor die tijd chaotische structuren door mekaar, als een antwoord op het contrapunt dat men bij momenten toch heel erg stevig weet waar te nemen. Alle mogelijkheden worden uitgeput.  Een stelling die door het werk van Schnittke nog meer betekening krijgt – zie volgende paragraaf. Het achtste Strijkkwartet opus 110 van Dmitri Sjostakovitch (1906-1975) uit 1960 is ondanks het door hemzelf een beetje als een opgelegd werk door de hem opgedrongen communistische partij werd gezien, toch wel een heel meesterstuk. Mooie, heel ontroerende stukken. Maar liefst drie van de vier bewegingen zijn een largo, waardoor het Allegro Molto wel heel erg naar de keel grijpt van bevlogenheid. Wanneer men de noten in letters uitdrukt, komt men trouwens een heel fijn letterspelletje op het spoor, een viernotenmotief waarin hij zijn naam verwerkt – DSCH – Dmitri Schostakovitch (uitgaand van de Duitse schrijfwijze). Schnittke laat in zijn compositie op een bepaald moment het laatste stukje Beethoven door het eerste stukje Sjostakovitch lopen. Het resultaat, toeval of niet, is B-A-C-H.

Alles is nu
Wat Schnittke in 1983 met al deze stukken deed, is ondanks ze vier eeuwen overspannen – van polyfonie tot heden-, ze bevrijden van context en tijd. Hij ziet het verleden niet als een logische volgorde, maar als een verzameling van inspirerend materiaal. Zo gebruikte hij de overeenkomsten die hij zag in het verloop van deze drie composities en wist ze ingenieus te versmelten. Men moet het een beetje zien als werken met muziek als een elastisch begrip. Men kan thema’s uitrekken in toon en tempo, omkeren, verstrengen, enz… Maar toch blijft dat thema of die notengroep identiek. Wanneer men de instrumenten apart zou laten spelen, zou dat heel erg herkenbaar zijn. Wie denkt dat Schnittke plagieerde of lui was is er echt wel extreem aan voor de moeite. Hij toont net aan dat muziek als taal oneindige communicatiemogelijkheden biedt. Men kan van een enkele bouwsteen een stad bouwen. Bovendien bouwde Schnittke bruggen tussen de oogkleppen van conservatieven en al te bevlogen modernisten.

Een boeiende lezing, een doorvoeld recital en een oogopener van formaat.

BISS: Pieter Janssen en Jessica Tortorice – viool, Maxime Desert – altviool, Francis Mourey – cello

Versnippering en Spel, gezien in het Maria Theresia College, Leuven, 20 oktober 2021

http://www.festival2021.be

 

 

Misschien houdt u ook van: