Wichelen Kamermuziek Festival

by Knopskaya
Frédéric d'Ursel, Julien Beurms, Diederik Suys en Sébastien Walnier
Het Wichelen Kamermuziek Festival was dit jaar aan zijn achtste editie toe. Dankzij altviolist Diederik Suys, een man met visie en passie, werd het derde luik van de vier muzikale avonden een speciale ervaring. Op zaterdag 23 april sleepte hij het publiek doorheen de muziekwereld van de  belle époque en romantiek. 
Diederik Suys studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel en aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Hij vervolmaakte zijn studies aan het Conservatoire National Supérieur de Paris. Hij ontving verschillende onderscheidingen bij nationale wedstrijden en is momenteel solist bij het Nationaal Orkest van de Opera van Parijs. Hij is artistiek raadgever van het Wichelen Kamermuziek Festival, en is docent aan het conservatorium van Gent.
Frédéric d’Ursel studeerde viool bij Edith Volckaert en Philippe Hirschborn. Hij houdt zich vooral bezig met de vorming van jonge violisten en is medeoprichter van Oxalys. Hij is assistent in de vioolklas van Véronique Bogaerts aan het Conservatoire Royal de Bruxelles. Dat vroege romantiek zijn specialiteit is, kon men tijdens de loop van het concert merken.
Cellist Sébastien Walnier is als cello solist verbonden aan de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel. Hij specialiseerde zich vooral in kamermuziek. Daarnaast heeft hij een passie voor hedendaags klassiek waarmee hij vier cd’s opnam. Hij geeft momenteel les aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar hij afstudeerde.
Pianist Julien Beurms, een getalenteerde pianist, is internationaal niet aan zijn proefstuk toe. Hij trad op in de Verenigde Staten, IJsland en Israël en werkte samen met grote namen zoals de Franse celliste Julie Sevilla-Fraysse. Tijdens zijn studies deed hij ervaring op bij grote meesters zoals David Lively. Hij is de oprichter van het Brussels Chamber Music Festival, waarvan hij artistiek directeur is.
Geduide luisterervaring
De avond begon met een mooie, gepassioneerde duiding van de muziek door Diederik Suys. Helder en met de nodige zin voor ironie beschreef hij het ‘Klavier Kwartet nr.1 in Do Mineur, Op. 15’ van Gabriël Fauré dat volgde. Hij sprak daarbij over de tristesse van de componist, een positieve tristesse omwille van zijn vreugde tijdens het musiceren. Suys beschikt bovendien over de gave om op overtuigend in interactie te gaan, zowel met zijn publiek als met zijn collega-muzikanten. Zijn lichaamstaal neemt zijn publiek op sleeptouw, met zijn blik creëert hij een gevoel van welbehagen bij zijn medespelers. Het gekozen werk van Fauré was zeer typerend voor de belle époque periode en kwam prima tot zijn recht in de kapel waarin het concert plaatsvond. Deze ruimte voor de muziek, of de muziek voor deze ruimte, was goed gekozen omdat het representatief was voor de grote ruimtes in herenhuizen met hoge plafonds waarin deze kamerconcerten plaatsvonden. Het eerste deel van het concert werd zodoende een interessante muzikale tijdreis.
Na de pauze kon men genieten van het ‘Klavier Kwintet in Mi Bemol, op. 44’ , vroeg werk van Robert Schumann. Opnieuw kwam Diederik Suys als een pedagoog het publiek vertellen wat hen te wachten stond. Zo kwamen we te weten dat Schumann de eerste was die composities schreef voor vier strijkers met klavier. Daarop verwelkomde hij zijn zoon, Jeroen Suys. Op zesjarige leeftijd ging deze jonge violist bij Jean-Yves Branquet aan het Conservatorium van Parijs studeren. Hij werd er lid van het Frans Nationaal Jeugdorkest en studeerde verder bij Thierry Huchin, tweede violist aan de Opera van Parijs.
De interactie tussen de heren veranderde. Waar Frédéric d’Ursel tijdens het eerste deel een meer ingetogen indruk gaf, borrelde er bij Schumann een grotere speelvreugde op.  De houding van cellist Sébastien Walniers bleef tijdens de hele avond onveranderd, waardoor hij kan getypeerd worden als een zeer beheersd muzikant. Pianist Julien Beurms toonde zichzelf helemaal op de manier zoals hij beschreven stond in het programmaboekje, begenadigd en passioneel. Dit werkte de interesse op om zowel cellist als pianist ooit solo te zien spelen. Jeroen Suys speelde even bevlogen en onbevangen als zijn vader. Opnieuw was het fijn om deze muziek te beluisteren zoals Suys ze had uitgelegd: het scherzo gebaseerd op een toonladder, tijdens de finale de knipoog naar Mendelssohn gevolgd door een fuga gebaseerd op Johann Sebastian Bach. Dankzij deze aanwijzingen kon men de muziek ook beter ervaren.
De avond werd een aangename onderdompeling in de kamermuziek, een stuk muziekgeschiedenis dat overtuigend werd gebracht. Wichelen staat hierbij op de kaart als een jaarlijkse trekpleister voor liefhebbers van dit genre.

Misschien houdt u ook van: