Fabio Luisi en de Dallas Symphony Orchestra – Der Ring des Nibelungen (Delos, 13 cd’s)

by Knopskaya

Wanneer een nieuwe integrale opname van Richard Wagners Der Ring des Nibelungen verschijnt, is dat nog steeds een gebeurtenis. Niet alleen omdat de tetralogie tot de grootste ondernemingen uit de muziekgeschiedenis behoort, maar ook omdat het aantal complete opnamen sinds de eeuwwisseling opvallend beperkt is gebleven. Waar de tweede helft van de twintigste eeuw een ware gouden periode kende met de legendarische registraties van Solti, Böhm, Karajan, Janowski, Haitink, Levine en Barenboim, is het de laatste decennia veel stiller geworden. De economische realiteit van de klassieke muziek maakt studio-opnamen van deze omvang vrijwel onmogelijk, terwijl ook operahuizen slechts sporadisch beschikken over de middelen om een volledige cyclus op hoog niveau vast te leggen. Tegen die achtergrond krijgt de live-opname van de Dallas Symphony Orchestra onder Fabio Luisi een bijzondere betekenis.

Dat deze uitgave niet uit Europa maar uit Texas komt, maakt haar des te opmerkelijker. De Dallas Symphony behoort al geruime tijd tot de beste Amerikaanse orkesten, maar werd zelden geassocieerd met het Duitse romantische repertoire in zijn meest monumentale vorm. Onder Fabio Luisi heeft het orkest zich echter ontwikkeld tot een ensemble dat niet alleen technisch excelleert, maar ook een opmerkelijke stilistische affiniteit met Wagner heeft verworven. De concertante uitvoering van de volledige Ring in 2024 betekende bovendien een primeur: voor zover bekend was dit de eerste keer dat een Amerikaans symfonieorkest de volledige tetralogie als concertcyclus presenteerde. Dat alleen al verleent deze opname historische waarde.

Fabio Luisi behoort al vele jaren tot de meest onderschatte dirigenten van zijn generatie. Zijn carrière voerde hem langs onder meer de Semperoper Dresden, de Metropolitan Opera in New York en het NHK Symphony Orchestra in Tokio. Hoewel hij een indrukwekkend operarepertoire dirigeert, heeft hij zich vooral onderscheiden in het Duitse laatromantische repertoire. Zijn Wagner kenmerkt zich door een combinatie van architectonisch overzicht en lyrische soepelheid. Anders dan sommige collega’s zoekt Luisi zelden de uitersten op. Zijn interpretaties vermijden zowel de monumentale zwaarte die bepaalde oudere uitvoeringen kenmerkt als de haast analytische afstandelijkheid die in enkele moderne lezingen de overhand krijgt. Hij kiest voor een natuurlijke stroom waarin de muziek zich organisch ontwikkelt.

Die benadering blijkt al vanaf Das Rheingold. Luisi benadrukt niet zozeer de mythische monumentaliteit als wel de voortdurende beweging van het drama. De beroemde opening groeit bijna ongemerkt uit de diepte op zonder overdreven mystiek te willen suggereren. Het orkest klinkt helder, transparant en uitzonderlijk goed uitgebalanceerd. Vooral de houtblazers profiteren van de uitstekende opnamekwaliteit, waardoor talloze details hoorbaar worden die in oudere registraties soms verborgen blijven onder de massieve orkestklank.

Wat onmiddellijk opvalt gedurende de volledige cyclus is de uitzonderlijke discipline van het Dallas Symphony Orchestra. De strijkers beschikken over een warme maar nooit logge klank. De kopersectie, traditioneel een van de grootste uitdagingen in Wagner, speelt met indrukwekkende zekerheid en homogeniteit. De beroemde Wagner-tuba’s mengen zich natuurlijk in het orkestweefsel, terwijl de hoorns vrijwel voortdurend een voorbeeldige zuiverheid behouden. Ook de slagwerksectie levert uitstekend werk zonder ooit nadrukkelijk op de voorgrond te treden.

De opname laat tevens horen hoezeer Wagner eigenlijk een componist van kamermuzikale verfijning kan zijn. Luisi geeft de vele contrapuntische lijnen alle ruimte waardoor de enorme orkestapparaten opmerkelijk transparant blijven klinken. Men hoort voortdurend hoe zorgvuldig Wagner zijn orkest heeft georkestreerd. Dat is misschien wel de grootste verdienste van deze uitvoering.

De bezetting bestaat grotendeels uit ervaren Wagnervertolkers zonder dat hier sprake is van een verzameling internationale supersterren zoals Georg Solti destijds voor Decca bijeenbracht. Dat blijkt uiteindelijk eerder een voordeel dan een nadeel. De stemmen vormen een opvallend homogeen ensemble waarin vrijwel niemand de behoefte voelt om de aandacht uitsluitend naar zich toe te trekken.

Mark Delavan tekent voor een waardige Wotan die vooral overtuigt door zijn tekstbehandeling en psychologische ontwikkeling. Zijn stem bezit misschien niet de vocale grandeur van Hans Hotter of James Morris, maar zijn interpretatie wint aan geloofwaardigheid door intelligent fraseren en een genuanceerde uitbeelding van Wotans innerlijke conflicten. Vooral in Die Walküre bereikt hij een indrukwekkende emotionele intensiteit.

Lise Lindstrom beschikt als Brünnhilde over een krachtige dramatische sopraan die voldoende reserve behoudt voor de enorme eisen van de volledige cyclus. Haar vertolking ontwikkelt zich geleidelijk van de jeugdige strijdlust van Die Walküre naar de menselijke warmte van Siegfried en uiteindelijk de tragische wijsheid van Götterdämmerung. Hoewel sommige hoge passages enige scherpte vertonen, blijft haar prestatie over de volledige cyclus bewonderenswaardig consistent.

Daniel Johansson kiest voor een eerder lyrische dan heroïsche benadering van Siegfried. Dat maakt zijn karakter geloofwaardiger als jonge, onbezonnen held dan sommige zwaardere tenoren uit het verleden. Zijn stem mist wellicht het staal van Lauritz Melchior of de heroïsche projectie van Wolfgang Windgassen, maar zijn muzikaliteit en tekstbegrip maken veel goed.

Stephen Milling is als Hagen een van de absolute hoogtepunten van de bezetting. Zijn donkere bas bezit precies de dreigende autoriteit die de rol verlangt zonder in karikaturale boosheid te vervallen. Ook Michael Laurenz levert een bijzonder levendige Mime af, terwijl Štefan Margita een intelligente, beweeglijke Loge neerzet.

Misschien nog belangrijker dan individuele prestaties is de manier waarop Luisi zijn zangers voortdurend ondersteunt. Nooit worden zij door het orkest overstemd; de balans blijft voorbeeldig. Dat verraadt een dirigent die de theaterpraktijk door en door kent. Ondanks het concertante karakter blijft de dramatische spanning vrijwel voortdurend aanwezig.

Interessant is ook de plaats die deze opname inneemt binnen de uitvoeringsgeschiedenis van de Ring. Waar Solti nog duidelijk de nadruk legde op spectaculaire orkesteffecten en een bijna cinematografische benadering, kiest Luisi voor een meer natuurlijke presentatie. Zijn tempi bevinden zich vaak tussen de breed uitgesponnen lezingen van Knappertsbusch en de nerveuze dramatiek van Böhm. Vergeleken met Karajan klinkt Luisi minder sensueel, maar wel directer. Ten opzichte van Janowski ontbreekt misschien een zekere analytische strengheid, terwijl hij tegelijk warmer klinkt dan veel moderne interpretaties.

De opnamekwaliteit behoort zonder meer tot de sterkste punten van deze uitgave. Delos slaagt erin de akoestiek van het Morton H. Meyerson Symphony Center optimaal te benutten. Het geluidsbeeld is ruimtelijk zonder kunstmatig te worden. Instrumentale details blijven hoorbaar, terwijl de enorme climaxen voldoende dynamische ruimte behouden. Dat het om live-opnamen gaat, merkt men nauwelijks. Publieksgeluiden zijn vrijwel afwezig en de montage verloopt voorbeeldig.

Juist omdat deze opname zo consequent kiest voor muzikale helderheid, zullen sommige luisteraars wellicht een zekere rauwheid of existentiële spanning missen die oudere Bayreuth-opnamen soms bezitten. Luisi zoekt nergens bewust het gevaar op. Zijn interpretatie is gecontroleerd, zorgvuldig opgebouwd en vrijwel steeds elegant. Voor sommigen zal dat minder meeslepend zijn dan de visionaire intensiteit van Furtwängler, de vulkanische energie van Böhm of de theatrale spontaniteit van Barenboim. Daar staat tegenover dat de structurele samenhang van de volledige cyclus zelden zo overtuigend hoorbaar wordt gemaakt.

Daarmee levert deze uitgave vooral een eigentijdse visie op Wagner op. Niet de romantische overrompeling of de heroïsche monumentaliteit staan centraal, maar de rijkdom van de partituur zelf. Luisi vertrouwt volledig op Wagners notentekst en laat de muziek haar eigen dramatische kracht ontwikkelen. Dat maakt deze Ring wellicht minder spectaculair dan sommige beroemde voorgangers, maar tegelijk bijzonder duurzaam. Bij herhaald beluisteren openbaren zich steeds nieuwe details in de orkestratie en de dramaturgie.

Deze Delos-uitgave hoeft de legendarische Decca-opname van Solti niet van haar troon te stoten, noch pretendeert zij het laatste woord over Wagner te spreken. Wel bevestigt zij dat de Ring ook in de eenentwintigste eeuw nieuwe, overtuigende interpretaties kan voortbrengen. Fabio Luisi en het Dallas Symphony Orchestra hebben een opname gerealiseerd die zowel artistiek als historisch van groot belang is. Niet omdat zij het verleden probeert te overtreffen, maar omdat zij laat horen hoe Wagners monumentale meesterwerk met hedendaagse uitvoeringspraktijk, een uitstekend orkest en een homogeen ensemble opnieuw tot leven kan worden gebracht. Het resultaat is een integrale Ring die zich zonder aarzeling kan meten met de belangrijkste moderne referentieopnamen en die voor vele Wagnerliefhebbers een vaste plaats in de discotheek zal verdienen.

Delos LC04487 http://www.outhere-music.com

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord