Viva Sarcuni! Sarcuni Viva! Mechelen wekt Italiaanse componist na 300 jaar tot leven.

by Knopskaya

Het zou een sprookje kunnen zijn., en het zou zo beginnen…

Er was eens een klein meisje, ze heette Filomena Sarcuni. Ze had een al even kleine viool en haar vader zei telkens opnieuw dat ze moest oefenen, want dat hij wist dat het moeilijk was. Maar toch, ze had muziek in haar bloed, want een van hun voorvaderen, Giacomo Sarcuni(1690-1749) was een groot componist.

Matera-Gent-Mechelen
Filomena werd groot en studeerde zo hard, dat ze haar geboortestad Matera, in Zuid-Italië kon inruilen voor het Belgische Gent, waar ze in haar tweede master barokviool terechtkwam bij Ann Cnop, de bezielster van het ensemble le Pavillon de Musique, datzelfde ensemble dat recent de verloren gewaande vioolconcerti van Belgisch barokcomponist Jacques-Henri De Croes opnieuw op de kaart zette.

Driehonderd jaar later: Henri-Jacques De Croes leeft! – Le Pavillon de Musique kleurt Sint-Katelijne Klassiek – Cultuurpakt.be

Beide vrouwen geraakten in gesprek over de voorvader van Filomena, en wat bleek, de componist was wel degelijk eveneens afkomstig uit het Napolitaanse Matera. Ze was echt een nakomeling en besliste zijn leven en werk terug op de kaart te zetten, in haar scriptie een harde zoektocht. Aanvankelijk vond ze zo goed als niets. Zo mentor Ann Cnop, zo student Filomena Sarcuni. De zoektocht werd verder gezet tot op het bot, en jawel. Er werd dan wel geen exact portret meer gevonden van de componist, maar wel heel wat manuscripten die verspreid lagen in kerken en bibliotheken doorheen Europa. Of het verhaal over  hoe men dus wel degelijk gouden naalden in hooibergen kan vinden.

En zo ging het van Gent naar Mechelen. Het zou een verhaal van enkele honderden jaren oud kunnen zijn, vindt u niet? Laat ons even tijd-overschrijdend denken. Philippus de Monte (1521-1603), een van de grootste componisten van zijn tijd, werd 500 jaar geleden in Mechelen geboren, en werd een van de beroemdste Belgen – of man van de regio die intussen zo heet – ooit. Hij was een van de grondleggers van de polyfonie en madrigaalcomponist, wiens naam in een adem wordt genoemd met grote namen als Orlandus Lassus en Josquin Deprez.

Festival
Dat zo’n kanjer vijfhonderd kaarsjes mag uitblazen, is natuurlijk een reden tot feest. Stad en Cultuurcentrum Mechelen stelde Ann Cnop aan als curator van een festival moderne muziek. In dat kader kon dus ook de muziek van Giacomo Sarcuni opnieuw tot leven worden gewekt. Er werden onmiddellijk grote middelen ingezet, voor grote muziek. Het is namelijk helemaal niet zo dat de beste muziek de tand der bekendheid overleefde. Of een componist bekend was, heeft veel meer te maken met hoe machtsverhoudingen lagen binnen politiek en kerk, en wie en hoe de bronnen van deze instituten bewaard bleven. Naast de instrumentale  leden van het Pavillon de Musique, staken ook  de mensen van la Hispanoflamenca onder leiding van Bart Vandewege hun schouders mee onder het project. Twee sopranen, een alt, tenor en Vandeweghe zelf als bas. Cnop en Sarcuni als eerste en tweede  barokviool – orgel, barokcello en dito bas. Het kader was zo authentiek als maar kon.

Van Madrigaal naar Vier Seizoenen
Dat Sarcuni schreef in naam van stem en geloof, hij was dan ook kapelmeester aan verschillende Napolitaanse kloosters en kerken. Maar hoe klonk hij eigenlijk? Verrassend fris, met toetsen uit heden en verleden. Het was een heel interessante periode binnen de oude muziek waarin hij leefde en mocht schrijven, de periode waarin de oude muziek stilaan het renaissancegegeven verliet om het licht van de vroeger barok te laten schijnen. Wat meteen opviel was het gevoel voor traditie en evenwicht van de componist. Zo lopen de eerste en tweede vioollijn vaak gelijk, net als de lagere registers van cello, contrabas en orgel. Het is ook zo dat hij fijne dialogen gaf een de strijkers onderling door de twee violen beurtelings met contrabas en cello in dialoog te laten gaan. Hij speelt ermee alsof het menselijke stemmen zijn, wat dan weer een voor een mooi evenwicht zorgt met de zangers – die in zeer afwisselende opstelling werden ingezet.

Wat bij de zang opvalt, zijn  de accenten die bijna rechtstreeks verwijzen naar componisten uit het vroege verleden en eigentijdse gegeven van toen, alsook uit de latere Italiaanse Barok. Zo ontdekten we stukjes madrigaal, en stukjes met Monteverdi-toets, maar evenzeer heel wat materiaal waar de Pergolesi-fans onder u van zouden snoepen. Ook invloeden vanuit de Napolitaanse oude volksliederen, manifesteren zich in stevige opzwepende passages. De hogere, iets frivolere accenten, laten dan weer aan Vivaldi denken, al was dat in Sarcuni’s tijd nog niet aan de orde. Oude muziek vol aanknopingspunten voor de hedendaagse melomaan.

We hebben dan wel geen fysiek portret van Giacomo Sarcuni, maar we kunnen ons zijn ontroerde blik voorstellen, moest hij geweten hebben dat zijn muziek opnieuw tot leven zou worden gewekt in  een kerk in het Mechelen van grootmeester De Monte, uitgevoerd door een van zijn nakomelingen. Hij zou er vast een aangrijpend lied over geschreven hebben.

Het schone aan geschiedenis, dat is de sleutel tot dit festival.

Viva De Monte, Viva Sarcuni!

Gezien in de Sint-Pieter-en-Paulkerk te Mechelen op 1 oktober 2021 – Foto: Steven Defoor – CC Mechelen

Meer info: https://www.cultuurpakt.be/andere/gloednieuw-festival-oude-muziek-te-mechelen/

Misschien houdt u ook van: