Marnix Peeters slaat ze dood

by Knopskaya

klopt ze plat, vermorzelt ze genadeloos. Durft u uit te spreken wie? Daar draait het allemaal om. Met zijn jongste boreling, De jacht op Urusla Graurock, gaat de schrijver nog zoveel stappen verder dan in zijn vorige romans. Het was intussen zijn handelsmerk; op een gezonde manier kunnen praten in termen die deel uitmaken van de maatschappij. U mag de man dus gerust sympathieke kletskop noemen.

Stel u voor, je hebt tijdens corona maandenlang geobserveerd wat er naast de pandemie gaande is in de wereld. Als schrijver moet dat een enorme biotoop aan inspiratie leveren. Peeters ging aan de slag en confronteert u met uw eigen hersenen en de associaties die ze maken. Tenzij u niet opgelet hebt tijdens de les geschiedenis, weet u verdomd goed aan wie u denkt bij het horen van de naam Sese Seko. En u weet ook verdomd goed wie er vriendelijk staat te lachen achter de toonbank terwijl hij u nachtelijk uw fles wijn of doosje sigaretten overhandigt. In het geniep allitereert u op de naam van iemand met bijzondere lichaamskenmerken en vergeet u daar mogelijk bij dat al die dingen ooit hele dorpsgemeenschappen bij mekaar hielden als gewapend beton. Dikke Donny en smalle Wout helpen u dat kompas recht te zetten en leren u dat u dat u best mag geïntrigeerd worden door de geschiedenis achter het nazisme zonder daarbij zelf tot rechtse zak te hoeven nagewezen worden.

Met dit boek bewijst Peeters een gewone jongen te zijn die zijn volkse roots niet verloochent, maar die de blik op oneindig zet en de wereld observeert als een kleine verwonderde jongen, die twee madammen over het leven hoort spreken bij de beenhouwer of twee venten op café na hun voetbalmatch. Hij neemt het materiaal en maakt er een knotsgek maar met fijnzinnig gevoel voor taal en verhaalwendingen van. Wat beter dan zo een aantal figuren samen op zoektocht te laten gaan en zich eens dik te laten verschieten. Het concept is gekend van de eerste bijbelse volksverhalen met 12 speciale gasten op trot tot bij Indiana Jones, laar ons vooral Karl May op de Balkan niet vergeten.

En dan die Ursula, die daar zo staat te piepen op die cover alsof ze ontsnapt is uit een of andere DDR-jeugdreeks, en toch de Beierse vleeswarenindustrie ergens zou leiden? Woutje Timmermans zoekt het uit voor zijn doctoraatsscriptie en u leest het in de nieuwe van Marnix Peeters, uitgegeven bij de Arbeidspers. Lachen absoluut niet verboden.

9789029545167 – 191 blz paperback

 

Misschien houdt u ook van: