Michel Bartosik – Berichten uit het sorteercentrum

by Klaas Chielens

In het Letterenhuis te Antwerpen werd gisteren een verzameling essays over poëzie van de hand van Michel Bartosik, dit jaar tien jaar overleden, voorgesteld; verschenen onder de titel “Berichten uit het sorteercentrum. Waar de boekvoorstelling van schroomruil – zijn verzamelde gedichten – nog kon rekenen op de belangstelling van oud collega’s, waaronder zowel dichters als academici, was de opkomst voor de verzamelde essays beduidend minder.

Sprekers en herinneringen

De inleiding werd gegeven door Wiel Kusters; een dichter uit het Noorden van Noord-Nederland, of was het nu het Oosten? De verwarring werd er niet minder op tijdens zijn uiteenzetting die, hoewel hier en daar onsamenhangend, toch een mooi beeld schepte van de stijl van Bartosik als het ging over recenseren. Een recensent met een potloodje achter de oren, zo parafraseerde Kusters Herman de Coninck, die daar wat meesmuilend over deed. De essays van Bartosik zijn echter net dat; een nauwgezet bestuderen – geen comma noch letter wordt onaangeroerd gelaten – met verwijzingen naar de groten der poëzie en flarden van gedichten op elke pagina.

Ik zie hem zo voor me; een woord vindend en dan bedenkend dat hij daar ooit wat anders over las, naar zijn bibliotheek stappend en dan de rekken afspeuren tot hij precies datgene vond wat hij zocht. Een computer gebruiken en het even snel opzoeken zou nooit in hem opgekomen zijn – dichters van dit kaliber gebruiken geen computer –  maar het zorgde er voor dat de recensie niet enkel erg nauwkeurig was maar ook dat het een doorwrocht stukje werd dat bol stond van referenties zonder dit te willen verwarren met hautaine name-dropping. Rencenseren was, voor Michel Bartosik, een ambacht dat hij uitoefende als een meester van het gilde der recensenten. Poëzie is zoeken naar de kieren tussen woorden, om uit te drukken waar geen woorden voor zijn.

In een reflectie naar de poëzie van Bartosik, die heel even aan bod kwam – hoe kan het anders – maakte Kusters gewag van het belang van de stilte; “De dimensie van stilte is de manier om je tot de wereld te richten. Stilte als ultieme, utopische en mystieke taal”. Afsluiten deed Kusters met een gedicht van Bartosik, dat hij voorlas, daarna ontleedde en probeerde te analyseren – hier en daar met aanvullingen uit de zaal – om het dan, om de dichter zelve het laatste woord te geven, nogmaals voor te lezen; met een al even doffe, trage stem en een timbre dat me terug deed denken aan Michel.

De tweede spreker was mevr. Anneleen de Coux. Zij was jarenlang assistente van Prof. Bartosik – ja hier mag die titel er dan even toe doen, al zou hij het zelf wellicht weggelachen en weggewuifd hebben – en schetste een beeld van de man zoals hij doseerde en zoals hij omging met zijn studenten; nooit van uit de hoogte maar ze beschouwend al waardige gesprekspartners. In haar woorden zag je hem weer door de gangen lopen van de universiteit; zag je hem voor de klas staan; nou ja, zittend op de tafel die van voor stond, of zag je hem pensief in zijn bureau zitten; de kindertekeningen aan de muur, de oude schrijfmachine op een tafeltje; dichters van dat kaliber… weet u nog wel. Het was een mooie hommage aan haar mentor – die zoveel meer dan dat was – en menig persoon in de schaars bevolkte zaal knikte instemmend bij het portret.

Het boek

Het boek is een bundeling van tien essays; niet eens zoveel voor hen die hongerig zitten te wachten naar weergaves van de gedachtenwereld van Michel Bartosik. Vijf over dichters, vijf andere over thema’s. Ze zijn zo geplukt uit de cursussen die hij gaf aan de Vrije Universiteit Brussel. Thematisch verwante teksten over de oorlog; over de maan; over sneeuw… van alles kwam aan bod en enkele werden tot de essays in het sorteercentrum. Het doet me verlangen naar een blik op al diegenen die de selectie van hemzelve niét hebben gehaald…


Berichten uit het sorteercentrum – essays over poëzie werd uitgegeven door het poëziecentrum en kan aldaar worden aangekocht.

Misschien houdt u ook van: