“Mijn ziel ligt overhoop als de koffer met niet beantwoorde brieven”

by akim a.j. willems

De dichteres Alice Nahon (Antwerpen, 1896 – Antwerpen, 1933) was in de jaren twintig van de vorige eeuw een literaire vedette. Haar dichtbundels – “Vondelingskens” (1921), “Op zachte Vooizekens” (1921) en “Schaduw” (1928) – verkochten als zoete broodjes en ze werd, zowel in Nederland als in Vlaanderen, vaak gevraagd om lezingen te geven. Honderd jaar later doet ze bij de meeste mensen nauwelijks nog een belletje rinkelen; in ’t beste geval kent men haar nog als “dat ziekelijke meisje van ’t Is goed in eigen hert te kijken / Nog even voor ’t slapen gaan”.

Dat haar poëzie anno 2018 quasi niet meer gekend is of gelezen wordt, mag niet verbazen. Technisch was het niet bijzonder en inhoudelijk was het redelijk oppervlakkig: liefdesverdriet, gemis en verlangen; kortom: thema’s die vandaag als poëtische kitsch ervaren worden. Dat ze een eeuw eerder zo immens populair was, heeft verschillende redenen. Nahon was, om te beginnen, een zeer goede marketeer; ze had zichzelf in de markt gezet als het zieke, eenzame, weemoedige, arme dichteresje dat de mensen moesten beklagen en ze speelde die rol, geruggensteund door de realiteit die niet altijd even prettig was, met verve. Maar achter dat zielige masker zat – zo weten we dankzij “Ik heb de liefde liefgehad”, de Nahon-biografie van Manu van der Aa uit 2008 – een bijzondere, erg geëmancipeerde, sluwe vrouw die wist hoe ze zich staande moest houden en netwerken in het, overwegend mannelijke, literaire landschap van de vroege twintigste eeuw. Een vrouw ook die, in weerwil van haar vrome en preutse reputatie, een turbulent liefdesleven had – de biografie telt ruim 20 vriendjes en minnaars, waaronder (minstens) twee vrouwen en twee pastoors.

Tien jaar na het verschijnen van de biografie, brengt biograaf van der Aa nu “Brieven van Alice Nahon”, met de prachtige ondertitel “Mijn ziel ligt overhoop als de koffer met niet beantwoorde brieven” (een citaat uit een van haar brieven), uit.

Het eerste dat opvalt aan deze uitgave: deze verzameling werd door de samensteller in eigen beheer uitgegeven in een oplage van (slechts) 250 genummerde exemplaren. Naar de reden daarvoor hebben we het gissen, maar het zou jammer zijn als dat het gevolg zou zijn van desinteresse van (zijn) uitgever(s).
Nahons correspondentie was weliswaar een belangrijke bron voor, die ook veelvuldig geciteerd werd in, de biografie en brengt niets nieuws aan het licht, maar ook als zelfstandige uitgave staat ze stevig op haar poten. Bovendien ben ik ongetwijfeld niet de enige voyeuristische lezer die liever smult van de dagboeken en brieven dan van de literaire productie van auteurs, dus er is ongetwijfeld nog een markt voort.
De circa 175 brieven, postkaarten en telegrammen van Nahon aan derden – de dichteres vernietigde wellicht alle brieven die zij zelf ontving – die van der Aa kon opsporen, reflecteren de verschillende facetten van haar leven en persoonlijkheid. De bundeling telt enkele zakelijke brieven – bijvoorbeeld wanneer Nahon solliciteert voor een job als bibliothecaris in Mechelen of haar nieuwe bundel ‘pusht’ bij de minister van cultuur – maar vooral persoonlijke, vaak vleierige, maar dikwijls ook grappige brieven aan familie, vrienden, minnaars en kennissen uit het literaire wereldje, zoals de schrijvers Joris Vriamont, Paul Pée, Emmanuel de Bom, Michel Seuphor en Gerald Walschap. Verder ook heel wat liefdesbrieven aan de Limburgse dichter Jef Leynen die op bijna hartverscheurende wijze getuigen van het onvermogen van Leynen en Nahon om dichter bij elkaar te komen doordat Nahon voortdurend strijdt met haar zwakke gezondheid en omdat Leynen, ondanks zijn vrolijke, extraverte voorkomen, eigenlijk een gesloten, op zichzelf gerichte man is.

Het tweede dat opvalt – we houden wel van de ironie van het gegeven – is dat deze brievenverzameling er eentje is van iemand die een bloedhekel had aan brieven schrijven. We hebben het niet exact nageteld, maar in ongeveer de helft van de brieven verontschuldigt Nahon zich voor het feit dat het zo lang geduurd heeft voor ze weer es de pen opnam en bijna altijd was haar verklaring daarvoor, behalve haar gezondheid, het feit dat ze niet graag brieven schrijft. En daar zit – als we dan toch een kanttekening willen maken bij deze uitgave – misschien ook het zwakke punt: die verontschuldigingen nemen vaak al snel een halve brief in beslag waardoor het inhoudelijk soms wat eenheidsworst lijkt. En in een bundeling als deze leidt dat al gauw tot “overkill”; halfweg het boek konden we slechts met moeite – er zaten nog andere mensen op het terras waar we zaten te lezen – een gefrustreerd uitgeschreeuwd “Ja, kind, we weten het nu wel!” onderdrukken.

Maar, al bij al, is deze uitgave bijzonder en fijn genoeg om haar haar zelfstandige bestaan naast de biografie van harte te gunnen en in ieder geval een “must have” voor de voyeurs onder ons die eens stiekem willen binnen loeren in het huis, brein en hart van deze emo-dichteres van de “roaring twenties”

+ + +

Brieven van Alice Nahon verschijnt in een beperkte oplage van 250 genummerde exemplaren die uitsluitend bij de uitgever zijn te verkrijgen.

De bundel kost € 22,50 exclusief verzendkosten.

U kunt het boek bestellen door een e-mail te sturen naar alice.nahon@mail.be

Misschien houdt u ook van: