Foto’s: Yoshie Kuwayama – Motion in Silence
In 2022 richtte componist Wilfried Westerlinck (°1945) Klankdomein op, een festival dat de rijke, maar vaak onderbelichte wereld van de Vlaamse klassieke muziek opnieuw onder de aandacht wil brengen. Vanuit de overtuiging dat heel wat waardevolle composities te weinig weerklank vinden in het huidige concertleven, groeide Klankdomein uit tot een ontmoetingsplaats voor muziek uit verschillende generaties, stijlen en tijdperken. Het festival brengt niet alleen gevestigde namen en hedendaagse componisten samen, maar geeft ook jong talent kansen en haalt werken uit de vergetelheid die al te lang buiten het repertoire zijn gebleven. Nieuwe composities en creaties krijgen er bovendien een plaats naast muzikale ontdekkingen uit het verleden. Zo nodigt Klankdomein het publiek uit om de veelzijdigheid en eigenheid van het Vlaamse muzikale erfgoed met een open blik te ontdekken.
Op zondag 11 oktober 2026 streek Klankdomein voor zijn vijfde editie opnieuw neer in het sfeervolle Kasteel Sorghvliedt in Hoboken. In samenwerking met cultuurcentrum Gravenhof werd het historische kader het decor voor een gevarieerd programma waarin Vlaamse componisten uit verschillende tijdperken centraal stonden. De presentatie gebeurde door Anne-Marie Segers.
Van de expressieve klankwereld van Wilfried Westerlinck tot de experimentele zoektocht van de jongere generatie: het programma bood ruimte aan uiteenlopende muzikale talen en instrumentale bezettingen. Met uitvoeringen door onder meer het Desguin Kwartet (Wolfram Van Mechelen en Ludovic Bataillie-violen, Rhea Vanhellemont – altviool, Pieter-Jan De Smet – cello), klarinettiste Hannelore Vermeir, fluitiste Tille Van Gastel en harpiste Marjolein Vernimmen onderstreepte Klankdomein opnieuw zijn missie: muziek van eigen bodem niet alleen bewaren, maar vooral levend houden door haar te laten klinken, ontdekken en beleven.
Het Desguin Kwartet bracht samen met klarinettiste en soliste Hannelore Vermeir het werk Landschappen VII van de Belgische componist Wilfried Westerlinck. In deze compositie gaan klarinet en strijkkwartet met elkaar in dialoog en ontstaat een boeiend samenspel van klankkleuren, muzikale contrasten en expressieve lijnen.
Zoals de titel doet vermoeden, roept de muziek beelden en sferen op die doen denken aan een landschap dat voortdurend verandert. Soms klinkt de muziek ingetogen en verstild, dan weer levendig en krachtig. De warme, soepele klank van de klarinet verweeft zich met de rijke klankwereld van de strijkers. Zo ontstaat een muzikale reis waarin spanning en rust elkaar afwisselen en elke instrumentale stem bijdraagt aan het geheel.
Met deze uitvoering brachten het Desguin Kwartet en Hannelore Vermeir de gelaagdheid en de expressieve kracht van Westerlincks compositie tot leven.
Met Vijf Klankstudies (2023) van Frederik Neyrinck (°1985) werd het publiek uitgenodigd om fluit en harp op een heel andere manier te beluisteren. Het werk, dat tijdens Klankdomein voor het eerst werd gecreëerd, werd uitgevoerd door fluitiste Tille Van Gastel en harpiste Marjolein Vernimmen. In deze experimentele compositie verkent Neyrinck de grenzen van beide instrumenten en gaat hij op zoek naar klanken die verder reiken dan hun traditionele speeltechnieken. De harp klinkt niet uitsluitend door het tokkelen van de snaren: ook de klankkast wordt aangesproken en levert verrassende sonoriteiten op. De fluit laat zich evenmin beperken tot het klassieke blazen, maar onthult door subtiele veranderingen in de luchtstroom en het blazen over het mondstuk een waaier aan ongewone klankkleuren. Zo ontstaat een intrigerend klanklandschap waarin de herkenbare klanken van fluit en harp geleidelijk overgaan in meer abstracte, haast etherische klankwerelden. Neyrinck onderzoekt hoe deze twee instrumentale universums elkaar kunnen ontmoeten, beïnvloeden en uiteindelijk versmelten tot een nieuw, fascinerend geheel.
Een intermezzo werd gebracht door dr. Joanna Van der Heyden, een vertrouwde radiostem op onze cultuurzender die later een doctoraat, “Les armes de la critique”, behaalde aan de universiteit Antwerpen. Hierin onderzocht ze de muziekkritiek in Belgische tijdschriften tussen 1830 en 1880. Ze trakteerde het publiek op een aantal citaten en nodigde uit om tussen de lijntjes te lezen over wat men toen dacht over de politiek en de positie van de vrouw en raakt zo belangrijke sociale thema’s die vandaag nog spelen. Ze maakte de luisteraar attent op de interpretaties van persartikels over kunst en cultuur. Na deze lezing is het onmogelijk om de berichtgeving niet anders te gaan bekijken. Ze zette ons een heel andere bril op en schudde wakker. Kunst en Cultuur zijn geen ver van ons bed show, maar brandend actueel in de media en dit op alle gebied.
Met de Drie stukken voor klarinetsolo van Raoul De Smet kreeg de klarinet alle ruimte om zich als volwaardig solo-instrument te manifesteren. De Smet schreef muziek die een tijdloos karakter uitstraalt, gedragen door mooie harmonieën en een sterke aandacht voor de expressieve mogelijkheden van het instrument. In het eerste deel ontvouwt zich een muzikale ruimte waarin klank en stilte elkaar ontmoeten en de klarinet haar eigen verhaal vertelt. Daarop volgt een rustiger passage, die de luisteraar even op adem laat komen en een contrast vormt met het krachtigere Ephemera. In dit laatste deel krijgt de muziek een steviger karakter en komt de expressieve kracht van de klarinet nadrukkelijk naar voren. Zo vormen de drie stukken samen een boeiende muzikale boog, waarin verstilling, lyriek en intensiteit elkaar afwisselen.
Raoul De Smet (°1936), die in de bloemetjes werd gezet ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag, behoort tot de generatie Vlaamse componisten die het muzikale landschap na de Tweede Wereldoorlog mee vormgaven. In zijn werk zoekt hij naar een persoonlijke muzikale taal waarin harmonie, structuur en expressie een belangrijke plaats innemen. Met zijn composities verkent hij de mogelijkheden van verschillende instrumenten en geeft hij uitvoerders de ruimte om hun eigen klank en persoonlijkheid tot uitdrukking te brengen. Zijn Drie stukken voor klarinetsolo tonen hoe een instrument dat vaak deel uitmaakt van een groter ensemble ook op zichzelf een rijke, genuanceerde en zelfstandige muzikale wereld kan scheppen.
Met het Duo voor fluit en harp uit 1985 van Albert Delvaux (1913–2007) werd een minder bekend werk uit het Vlaamse muzikale erfgoed opnieuw tot leven gewekt. Fluitiste Tille Van Gastel en harpiste Marjolein Vernimmen brachten deze compositie, die sinds haar ontstaan nauwelijks nog te horen was, opnieuw voor het publiek. Delvaux, die sterk geworteld was in de klassieke muziektraditie, combineert in dit werk een verfijnde muzikale structuur met een verzorgde instrumentale schrijfwijze. De fluit ontvouwt haar melodische lijnen, terwijl de harp met haar subtiele klankkleuren en ondersteunende rol een eigen sfeer creëert. In het samenspel ontstaat een dialoog tussen de heldere, beweeglijke klank van de fluit en de warme, resonante tonen van de harp. Het werk vormt zo niet alleen een sfeervolle ontmoeting tussen twee instrumenten, maar ook een waardevolle herontdekking van een compositie die opnieuw een plaats krijgt binnen het Vlaamse muzikale landschap.
Het Desguin Kwartet bracht het Strijkkwartet in fa klein, opus 24 van de Belgische componist Georges Lonque (1900–1967). Lonque schreef dit werk in 1937, in een periode waarin hij zijn eigen muzikale taal verder verfijnde. Zijn composities kenmerken zich door een uitgesproken gevoel voor melodie en een rijke, kleurrijke harmonische taal, waarin romantische expressiviteit en verfijnde klankkleuren elkaar ontmoeten. Ook in dit strijkkwartet krijgt de combinatie van vier strijkinstrumenten alle ruimte om een genuanceerd muzikaal verhaal te vertellen. De verschillende stemmen verweven zich met elkaar en wisselen af tussen lyrische passages en momenten van grotere spanning. De intieme bezetting benadrukt daarbij zowel de individuele expressiviteit van de instrumenten als de hechte samenklank van het ensemble. Met hun uitvoering bracht het Desguin Kwartet dit werk opnieuw onder de aandacht en bood het publiek een inkijk in het kamermuzikale oeuvre van een Belgische componist die vandaag minder vaak op de concertprogramma’s verschijnt.
Met deze editie bewees Klankdomein opnieuw hoe waardevol het is om muziek van eigen bodem een podium te geven. Door vergeten composities te herontdekken en hedendaagse werken naast elkaar te plaatsen, ontstond een boeiende muzikale dialoog tussen verleden en heden. Het historische Kasteel Sorghvliedt vormde daarbij een sfeervol decor voor een programma dat niet alleen de veelzijdigheid van de Vlaamse muziek in de verf zette, maar ook uitnodigde om met open oren nieuwe muzikale werelden te ontdekken. Zo blijft Wilfried Westerlinck met Klankdomein ondanks dit de laatste editie is bouwen aan een levend muzikaal erfgoed, waarin ook morgen nog heel wat te ontdekken valt.