Allesomvattende Mahler 3 met Antwerp Symphony in Bozar

‘Magistrale smart, magistrale troost’

by Giovanni Van Avermaet

Het was inderdaad een statement van formaat om tijdens eerste concert als chef-dirigent van het Antwerp Symphony Orchestra, donderdag 1 oktober in Bozar, Mahler 3 te dirigeren, een werk dat in het wereldje als een meesterproef geldt voor het dirigentschap. En dat heeft niet alleen met de duur ervan te maken, de symfonie vergt 95 minuten lang de uiterste concentratie van een dirigent, nooit mag die aandacht verslappen. Dat is perfect wat maestro Marc Albrecht deed, de spanningsboog zakte nooit in, ook niet in de trage passages die naar stilstand neigen. Dat is een titanenwerk. Geen detail, geen contrast,  ontsnapte aan hem en werd zichtbaar in zijn bijzonder expressieve en doeltreffende  dirigeertechniek. Dat maakte dat de rauwe natuurkrachten ruw klonken, de religieuze momenten intens verstild.

Deze derde symfonie is een vroeg hoogtepunt in Mahlers expansiedrang, niet alleen in de duurtijd, ook wat de bezetting betreft: meer strijkers, meer blazers, een groot arsenaal aan slagwerk, een mezzosopraan, kinder- én vrouwenkoor, instrumenten op het podium en in de coulissen. Wat een orkestrator was Mahler ook. De geweldige akoestiek van Bozar is er niet vreemd aan, maar tegelijk wist Albrecht die klankleurdetails allemaal hun rol te doen spelen.

Een Mahler-symfonie is sowieso een allesomvattend gegeven, ook inhoudelijk. Over de delen heen, en nu citeer ik even het programmaboekje, klimt Mahlers muziek op van de oerprincipes van de natuur, over de schoonheid van die natuur en de complexiteit van de mens, tot de erkenning van de liefde als hoogste kracht van het universum. Hij verklankt zijn wereldbeeld op een metafysisch niveau. Mahler wendt daar alle mogelijke middelen voor aan: de meer ernstige muziek, kinderliedjes, religieuze muziek, marsen – triomfantelijke en lugubere – volksmuziek. De symfonie is één grote collage.

De klankvorming daarbij, zowel in de stille(re) passages, de luide(re), maakte indruk. De crescendi waren impressionant. De aanzetten in de kopers beheerst of daadkrachtig waar nodig. Sopraan Wiebke Lehmkuhl liet ongelooflijk mooi haar ‘O Mensch’ binnenglijden. Het viel trouwens op hoe mooi, hoe verzorgd, hoe intens, de soli werden gespeeld, hoe fraai de meer kamermuziekachtige passages klonken. Tutti-passages uiteraard ook.

Samen met het vrouwenkoor en het kinderkoor van Opera Ballet Vlaanderen zorgde Antwerp Smphony Orchestra voor een magistrale, piekfijne, muzikale totaalbeleving. En dat in een werk dat tot het mooiste behoort wat de mensheid heeft voortgebracht.
Tenslotte: wat is er mooier dan het slotdeel, waarin de liefde alles overwint. Niet verstoken van invretende smart, maar terzelfdertijd ook troostend.
In een steeds killer wordend tijdvak hebben we dat op tijd en stond nodig.

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord