Sommige muziek probeert indruk te maken met grote gebaren, overweldigende klanken of virtuoos vuurwerk. Andere muziek heeft dat allemaal niet nodig. Ze spreekt zacht, zonder zich op te dringen, maar weet ons des te dieper te raken. De pianostukken van Johannes Brahms behoren tot die laatste categorie. Het zijn muzikale gedachten waarin vreugde en verdriet, twijfel en berusting, warmte en eenzaamheid dicht bij elkaar liggen. In zijn dubbel-cd met de titel Klavierstücke, verschenen bij ECM New Series, laat de Hongaarse pianist András Schiff op indrukwekkende wijze horen hoeveel schoonheid en menselijkheid er in deze muziek verborgen zit.
Brahms was een componist die zijn gevoelens niet zomaar aan de buitenwereld prijsgaf. Achter zijn stevige persoonlijkheid ging een man schuil met een bijzonder gevoelig karakter. Die twee kanten vinden we ook terug in zijn muziek. Soms klinkt ze krachtig, onstuimig en vol temperament. Op andere momenten trekt Brahms zich terug in een wereld van herinneringen, waarin een eenvoudige melodie meer kan vertellen dan een hele bladzijde vol noten. Vooral in zijn latere pianowerken slaagt hij erin om met heel weinig middelen een wereld van emoties op te roepen. Een paar noten kunnen volstaan om een gevoel van verlangen, troost of stille droefheid te scheppen.
András Schiff begrijpt deze muziek door en door. Hij probeert nergens indruk te maken met overdreven virtuositeit of grote dramatische gebaren. Zijn spel is natuurlijk, verfijnd en bijzonder aandachtig. Hij laat de muziek spreken zoals Brahms haar heeft opgeschreven, maar weet tegelijk de gevoelens achter de noten op een heel persoonlijke manier naar voren te brengen. Elke melodie krijgt de tijd om zich te ontwikkelen, elke muzikale gedachte wordt zorgvuldig gevolgd en iedere verandering in de sfeer voelt volkomen vanzelfsprekend aan. Het resultaat is een vertolking die niet alleen getuigt van groot technisch meesterschap, maar vooral van inzicht, levenservaring en liefde voor de muziek.
Het programma begint met het Albumblatt, een kort werk dat Brahms op jonge leeftijd schreef en dat pas in 2012 opnieuw werd ontdekt. Het is een mooie opening, omdat we hier al iets herkennen van de gevoeligheid die zijn latere pianomuziek zo bijzonder maakt. De muziek heeft nog de frisheid en spontaniteit van een jonge componist, maar er klinkt ook al een zekere weemoed in door. Schiff behandelt het stukje met veel warmte en eenvoud. Hij maakt er geen grootse gebeurtenis van, maar laat het rustig zijn eigen verhaal vertellen. Het is alsof we even een blik werpen in een persoonlijk notitieboekje van de jonge Brahms.
Daarna volgen de acht pianostukken opus 76, een verzameling waarin Brahms verschillende kanten van zijn persoonlijkheid laat horen. De capriccio’s zijn vaak beweeglijk, speels en onrustig, terwijl de intermezzi meer ruimte bieden voor bezinning en lyriek. Het mooie is dat deze stukken, ondanks hun beperkte lengte, telkens een eigen karakter hebben. Ze vormen geen reeks losse muzikale schetsen, maar een afwisselend geheel waarin verschillende stemmingen elkaar aanvullen.
Schiff voelt zich in deze muziek duidelijk thuis. In de meer uitbundige stukken speelt hij met energie en ritmische scherpte, zonder dat de muziek ooit hard of zwaar wordt. De snelle passages blijven helder en levendig, terwijl de melodieën voldoende ruimte krijgen om te zingen. In de rustigere momenten toont hij een andere kant van zijn kunstenaarschap. Daar wordt zijn spel bijna vertellend, alsof hij ons iets persoonlijks wil toevertrouwen. Vooral de kleine overgangen tussen beweging en rust, tussen lichtheid en ernst, zijn bijzonder mooi getroffen. Brahms kan binnen enkele maten van stemming veranderen en Schiff volgt die bewegingen met een opmerkelijk natuurlijk gevoel.
Met de zeven fantasieën opus 116 komen we nog dichter bij de typische wereld van de oudere Brahms. Deze muziek is minder uitbundig dan die uit zijn jeugd, maar zeker niet minder levendig. Achter de vaak donkere klankkleuren schuilt een grote innerlijke spanning. De capriccio’s kunnen plotseling onstuimig worden, met krachtige accenten en nerveuze ritmes, terwijl de intermezzi juist een sfeer van rust en nadenken oproepen. Het lijkt soms alsof Brahms met zichzelf in gesprek is, waarbij verschillende gedachten elkaar afwisselen en tegenspreken.
Schiff weet die innerlijke gesprekken bijzonder goed vorm te geven. Hij houdt de muziek samen zonder de verschillen tussen de afzonderlijke stukken uit te vlakken. Zijn interpretatie is nooit eenvormig of overdreven ernstig. Ook in deze late werken blijft er ruimte voor humor, speelsheid en onverwachte wendingen. Juist dat maakt zijn vertolking zo overtuigend: hij laat niet alleen de melancholische Brahms horen, maar ook de componist die nog altijd nieuwsgierig is, die graag speelt met muzikale ideeën en die achter een schijnbaar eenvoudige melodie een verrassend ingewikkelde gedachte kan verbergen.
Een bijzonder hoogtepunt vormen de drie intermezzi opus 117. Deze stukken worden vaak beschouwd als enkele van de meest persoonlijke composities die Brahms ooit schreef. Ze hebben iets van muzikale dagboekbladen waarin een oudere man terugkijkt op het leven. Er spreekt weemoed uit, maar ook mildheid en een diep verlangen naar rust. Brahms hoeft hier nauwelijks nog iets te bewijzen. Hij zoekt niet naar grote effecten, maar naar de juiste toon, de juiste melodie en de juiste stilte tussen de noten.
Schiff speelt deze muziek met een ontroerende eenvoud. Hij laat de melodieën rustig ademen en geeft de harmonieën alle ruimte om hun gevoelens te onthullen. Vooral het eerste intermezzo heeft iets van een wiegelied, een zachte beweging die tegelijk troostend en verdrietig klinkt. Het is muziek die ons niet vertelt wat we moeten voelen, maar die ons de ruimte geeft om onze eigen herinneringen en emoties erin te herkennen. De pianist maakt nergens misbruik van de gevoelens die in deze stukken besloten liggen. Hij blijft beheerst en eerlijk, waardoor de ontroering juist sterker wordt.
Ook in het tweede en derde intermezzo toont Schiff hoe goed hij begrijpt dat Brahms’ muziek niet alleen uit melodieën bestaat, maar ook uit de subtiele manier waarop de verschillende stemmen met elkaar omgaan. Soms lijkt het alsof de ene melodie een vraag stelt en een andere daarop antwoordt. Een eenvoudige begeleiding krijgt plotseling een eigen betekenis, terwijl een kleine harmonische verandering de hele sfeer kan doen omslaan. Schiff maakt deze details op een vanzelfsprekende manier hoorbaar. Daardoor ontdek je bij iedere luisterbeurt weer iets nieuws, zonder dat de muziek haar natuurlijke karakter verliest.
De zes pianostukken opus 118 behoren wellicht tot de bekendste werken op deze dubbel-cd. Vooral het tweede stuk, het intermezzo in A majeur, is bijzonder geliefd. Het is een van die melodieën die zich onmiddellijk in het geheugen nestelen, maar waarvan de schoonheid bij herhaald luisteren alleen maar groter wordt. De melodie lijkt eenvoudig, bijna alsof Brahms haar zomaar heeft laten ontstaan. Toch schuilt er achter die eenvoud een grote rijkdom aan gevoelens en muzikale gedachten.
Schiff speelt dit intermezzo met een tederheid die nergens sentimenteel wordt. De melodie krijgt een natuurlijke beweging en lijkt zich als vanzelf te ontvouwen. De begeleiding blijft voortdurend in beweging, maar dringt zich nooit op de voorgrond. Alles staat in dienst van de muzikale gedachte. Het is een vertolking die laat horen hoe moeilijk het eigenlijk is om muziek die zo eenvoudig lijkt werkelijk goed te spelen. Je moet precies weten hoeveel ruimte een frase nodig heeft, wanneer een melodie even mag rusten en hoe je een gevoel kunt oproepen zonder het nadrukkelijk te onderstrepen. Schiff beheerst die kunst op bewonderenswaardige wijze.
Ook de andere stukken uit opus 118 krijgen bij hem een eigen gezicht. De ballade brengt meer kracht en dramatiek, terwijl de overige intermezzi opnieuw verschillende kanten van Brahms’ gevoelswereld onthullen. Soms klinkt de muziek bijna als een lied zonder woorden, dan weer duiken er donkere gedachten op die maar moeilijk tot rust komen. De pianist houdt al die stemmingen mooi in evenwicht. Hij maakt de muziek niet zwaarder dan nodig, maar verdoezelt evenmin de pijn die er soms in verscholen ligt.
In de vier pianostukken opus 119 bereikt Brahms een bijzondere vorm van eenvoud. De muziek lijkt steeds verder teruggebracht tot de essentie. Grote gebaren maken plaats voor kleine muzikale ideeën, die door hun verfijning en betekenis juist bijzonder krachtig worden. Het eerste intermezzo opent met een eenvoudige melodische beweging die onmiddellijk nieuwsgierig maakt. Het tweede brengt meer onrust en spanning, terwijl het derde juist een verrassend speels karakter heeft. In de afsluitende rapsodie laat Brahms nog één keer zijn krachtige, vurige kant horen.
Schiff maakt van deze laatste verzameling een overtuigend slot. Hij begrijpt dat de muziek niet voortdurend in dezelfde sfeer mag blijven hangen. Ook in deze late werken is Brahms niet uitsluitend de melancholische denker die we soms van hem maken. Er is nog altijd energie, er is beweging en er is zelfs iets van jeugdige overmoed. De rapsodie krijgt voldoende vaart en kracht, maar blijft tegelijk helder opgebouwd. De verschillende muzikale ideeën zijn goed te volgen en vormen samen een logisch geheel. Zo eindigt het programma niet in berusting alleen, maar ook met een gevoel van vitaliteit en innerlijke kracht.
Wat deze opname vooral zo geslaagd maakt, is de manier waarop Schiff de verschillende verzamelingen met elkaar verbindt. De pianostukken opus 76 ontstonden eerder dan de bekende late cycli, maar in deze uitvoering horen we duidelijk hoe Brahms zich als componist ontwikkelde. De muziek wordt steeds persoonlijker en meer naar binnen gericht, zonder dat ze haar levendigheid verliest. We horen een componist die zijn middelen steeds verder verfijnt en die met steeds minder noten steeds meer weet te zeggen.
Daarbij valt op hoe goed Schiff de melodische kant van Brahms begrijpt. Veel van deze pianostukken doen denken aan liederen zonder woorden. Het lijkt soms alsof er een menselijke stem klinkt, met haar natuurlijke ademhaling, haar kleine aarzelingen en haar vermogen om een eenvoudige zin bijzonder betekenisvol te maken. Schiff laat de melodieën zingen zonder ze te overdrijven. Hij geeft ze warmte en richting, maar respecteert tegelijk hun eenvoud. Ook de begeleidende stemmen krijgen veel aandacht. Daardoor ontstaat een levendig samenspel binnen de piano, alsof verschillende muzikanten met elkaar in gesprek zijn.
Die kamermuzikale benadering is een van de grote kwaliteiten van zijn interpretatie. Brahms wordt vaak geassocieerd met grote symfonische werken, krachtige akkoorden en een rijke, soms zware klank. Maar in deze pianostukken ontdekken we een andere componist: iemand die in kleine vormen een enorme diepgang weet te bereiken. Schiff laat die rijkdom horen zonder de muziek ingewikkelder te maken dan ze is. Hij vertrouwt op de kracht van Brahms’ ideeën en geeft de luisteraar alle ruimte om ze zelf te ontdekken.
Daarom is deze dubbel-cd ook zo aangenaam om in haar geheel te beluisteren. Je hoeft de stukken niet vooraf te kennen om ervan te genieten. Sommige melodieën zullen je onmiddellijk aanspreken, andere zullen pas na enkele luisterbeurten hun geheimen prijsgeven. Er zijn momenten van rust en verstilling, maar ook passages waarin de muziek plotseling begint te bruisen. Soms overheerst een gevoel van verlangen, soms klinkt er een glimlach door de noten. En geregeld gebeurt het dat een eenvoudig muzikaal gebaar je onverwacht raakt, juist omdat het zo weinig nadruk nodig heeft.
András Schiff bewijst met deze opname opnieuw dat grote muzikale kunst niet altijd om grote gebaren vraagt. Zijn interpretatie is warm, intelligent en menselijk. Hij probeert Brahms niet naar zijn hand te zetten, maar zoekt naar de betekenis die in de muziek zelf besloten ligt. Tegelijk hoor je een pianist die deze stukken niet alleen technisch beheerst, maar ze ook werkelijk lijkt te begrijpen. Dat geeft zijn spel een bijzondere rust en overtuigingskracht.
Deze Klavierstücke zijn dan ook veel meer dan een verzameling korte pianowerken. Samen vormen ze een muzikale reis door verschillende levensfasen en stemmingen, van de jeugdige frisheid van het Albumblatt tot de diepe bezinning van de late intermezzi en de krachtige afsluiting van de rapsodie opus 119. Onder de handen van Schiff worden die stukken een samenhangend verhaal over het leven zelf, met zijn vreugde en verdriet, zijn onzekerheden, zijn herinneringen en zijn kleine momenten van geluk.
Wie Brahms alleen kent van zijn grote symfonieën, concerten of kamermuziek, krijgt hier de kans om een veel persoonlijkere kant van hem te ontdekken. En wie de pianostukken al jaren koestert, zal ongetwijfeld genieten van de aandacht, de fijngevoeligheid en de muzikale wijsheid waarmee Schiff ze tot leven brengt.
Dit is een opname die je niet noodzakelijk in één keer hoeft te beluisteren. Je kunt er telkens enkele stukken uit kiezen, een intermezzo herhalen of een hele verzameling achter elkaar laten klinken. De muziek leent zich uitstekend voor zulke momenten van rust en aandacht. Hoe vaker je terugkeert, hoe meer kleine details en verborgen gevoelens zich openbaren.
Met deze dubbel-cd heeft András Schiff een bijzonder mooie bijdrage geleverd aan het rijke repertoire van Brahms. Hij laat horen dat deze muziek, hoewel ze meer dan een eeuw geleden ontstond, nog altijd verrassend dichtbij kan komen. Het is muziek die niet schreeuwt om aandacht, maar die je stilaan naar zich toe trekt. En wanneer de laatste noten van de rapsodie opus 119 zijn verklonken, blijft vooral het gevoel hangen dat je even dicht bij de componist zelf bent geweest. Dat is misschien wel het grootste compliment dat je een vertolking van deze bijzondere pianowerken kunt geven.
ECM New Series 2730/31 http://www.outhere-music.com