Met The Complete Cello Works brengt de Amerikaanse cellist Julian Schwarz een componist onder de aandacht die bij het grote publiek nauwelijks bekend is: Arthur Foote (1853-1937). Foote maakte deel uit van de zogenaamde Boston Six, een groep Amerikaanse componisten die aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol speelden in de ontwikkeling van de Amerikaanse klassieke muziek. Zijn muziek is sterk geworteld in de Europese romantische traditie, maar heeft tegelijk een duidelijk eigen karakter. Deze nieuwe cd is bijzonder omdat ze alle werken van Foote voor cello samenbrengt. Bovendien bevat de cd de eerste commerciële opname van zijn Celloconcert in g klein, op. 33.
Dat laatste is meer dan een interessant detail. Het celloconcert was lange tijd vrijwel vergeten. Julian Schwarz ontdekte het werk tijdens zijn onderzoek naar Amerikaanse cellomuziek. De partituur bleek niet zomaar beschikbaar te zijn. Samen met zijn vader, dirigent Gerard Schwarz, ging hij op zoek naar het materiaal. Uiteindelijk werden handgeschreven orkestpartijen uit de negentiende eeuw teruggevonden in de Edwin A. Fleisher Music Collection van de Free Library of Philadelphia. Op basis daarvan werd het concert gereconstrueerd en opnieuw speelbaar gemaakt. Het werk werd vervolgens ook in een nieuwe uitgave gepubliceerd. De cd geeft ons dus niet alleen een nieuwe interpretatie van bekend repertoire, maar maakt ons ook kennis met muziek die jarenlang nauwelijks te horen was.
Wie Foote voor het eerst hoort, zal waarschijnlijk vooral getroffen worden door zijn melodische talent. Zijn muziek is toegankelijk zonder oppervlakkig te worden. Ze is romantisch, zangerig en vaak warm van karakter. Invloeden van componisten als Robert Schumann en Johannes Brahms zijn duidelijk hoorbaar, maar Foote blijft niet eenvoudigweg een navolger. Hij heeft een eigen gevoel voor melodie en weet zijn muziek een natuurlijke beweging mee te geven. Vooral in de langzame passages ontstaat een sfeer van intimiteit en ingehouden emotie.
De cd begint met drie stukken voor cello en piano, op. 1, geschreven in 1881. Het zijn vroege werken, maar ze laten al goed zien waar Foote als componist voor staat. Het eerste stuk, Andante con moto, heeft een rustige en zangerige opening. De cello krijgt meteen een belangrijke melodische rol, terwijl de piano veel meer doet dan alleen begeleiden. Beide instrumenten reageren op elkaar en bouwen samen het muzikale verhaal op. Er is een duidelijke invloed van de Duitse romantiek, maar de muziek klinkt niet zwaar of academisch.
Het tweede stuk, Andante, is nog lyrischer. Hier kan de cello zich helemaal als zangstem ontplooien. De melodie heeft iets eenvoudigs en natuurlijks, waardoor het stuk gemakkelijk aanspreekt. Tegelijk zorgt de harmonische behandeling ervoor dat het meer is dan een eenvoudige romantische miniatuur. Julian Schwarz speelt deze muziek met veel aandacht voor de lange melodische lijnen. Zijn cello klinkt warm en soepel, maar hij maakt van de muziek geen overdreven sentimentele aangelegenheid.
Met het derde stuk, Allegro con fuoco, verandert de sfeer volledig. Het tempo gaat omhoog en Foote toont zich hier als een componist die ook met ritme en virtuositeit overweg kan. Het stuk heeft een levendige, bijna dansante beweging. De cello moet technisch behoorlijk uit de voeten kunnen, maar de virtuositeit staat nergens los van de muziek. Het is geen demonstratie van techniek om de techniek, maar een logisch onderdeel van het karakter van het stuk.
Daarna volgt Aubade, op. 77, uit 1912. Dit korte werk is een van de meest verfijnde stukken op de cd. De muziek heeft een rustig, wiegend karakter en ademt een andere sfeer dan de vroege stukken. De cello klinkt hier bijna als een menselijke stem. Foote schrijft een melodie die zich langzaam ontvouwt, met subtiele veranderingen in kleur en beweging. Het werk werd geschreven voor de cellist Alwin Schroeder, een belangrijke figuur in het muziekleven van Boston. Dat het stuk ook technisch iets te bieden heeft, blijkt onder meer uit de passage waarin Schwarz de verschillende snaren van de cello op een virtuoze manier combineert. Toch blijft ook hier de muzikale lijn belangrijker dan het technische effect.
Het Scherzo, op. 22, vormt vervolgens een mooi contrast. Het is kort, levendig en speels. De cello en piano zijn voortdurend met elkaar in beweging. Foote wisselt snelle passages af met meer lyrische momenten en weet zo in enkele minuten een duidelijk muzikaal verhaal te vertellen. Het stuk heeft iets lichts en charmants, zonder dat het vrijblijvend wordt. Vooral de melodische kracht van het middengedeelte blijft hangen.
Het zwaartepunt van de kamermuziek op deze cd is de Cellosonate in e klein, op. 78. Dit is een veel omvangrijker en persoonlijker werk dan de korte stukken die eraan voorafgaan. De sonate ontstond in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog en toont een rijpere componist. De harmonieën zijn rijker en de muzikale ontwikkeling is uitgebreider. Tegelijk blijft Foote trouw aan zijn grote kracht: het schrijven van melodieën die duidelijk en natuurlijk klinken.
Het eerste deel, Allegro appassionato, begint ernstig en krachtig. De cello beweegt zich vanuit het lage register geleidelijk naar boven en ontwikkelt een brede melodische lijn. De piano speelt daarbij een volwaardige rol. Het is opvallend hoe goed de twee instrumenten in deze uitvoering op elkaar aansluiten. Marika Bournaki behandelt de pianopartij niet als een begeleidende functie, maar als een gelijkwaardige gesprekspartner. Dat maakt de sonate tot een echte dialoog tussen cello en piano.
Het tweede deel, Andantino con moto, is misschien wel het meest aangrijpende moment van de cd. Foote schrijft hier een lange, rustige melodie voor de cello. De piano zorgt voor een rijke harmonische achtergrond, zonder de aandacht voortdurend naar zich toe te trekken. De muziek is melancholisch, maar niet somber. Ze heeft iets beschouwends en intiems. Schwarz neemt de tijd om de melodie te laten ademen, terwijl Bournaki met grote zorg de harmonische beweging ondersteunt.
In het korte derde deel, Vivace assai, komt opnieuw veel beweging. De muziek heeft een sterk ritmisch karakter en vraagt behoorlijk wat technische vaardigheid van beide uitvoerders. Na de introspectie van het tweede deel werkt dit slot als een energieke ontlading. Ook hier valt op dat Foote de techniek altijd in dienst van de muzikale gedachte stelt.
Het laatste en grootste werk op de cd is het Celloconcert in g klein, op. 33. Het is een ontdekking die alleen al om die reden deze uitgave bijzonder maakt. Het concert werd in 1894 voor het eerst uitgevoerd, maar verdween daarna grotendeels uit het repertoire. Het is interessant om te horen hoe Foote in dit werk omgaat met de verhouding tussen solist en orkest. Het is geen virtuoos concert in de zin dat de cello voortdurend op de voorgrond moet schitteren. Foote zoekt eerder naar een evenwicht tussen de solist en het orkest.
Het eerste deel, Allegro ma non troppo, opent met een ernstige sfeer. Wanneer de cello zijn intrede doet, wordt meteen duidelijk dat Foote een sterke melodische stem heeft. De solopartij bevat technische uitdagingen, maar is vooral gericht op expressie. De cello krijgt verschillende mogelijkheden om zowel krachtig als lyrisch te klinken. Het orkest levert daarbij een belangrijke bijdrage aan de dramatische ontwikkeling.
Het middendeel, Andante con moto, is opnieuw sterk melodisch. Hier horen we de kant van Foote die ook in de cellosonate zo overtuigt. De cello krijgt een lange, zangerige lijn en het orkest zorgt voor een rijke achtergrond. Er zijn momenten waarop de muziek duidelijk aan de Europese romantiek doet denken, maar het werk voelt nergens als een eenvoudig samenraapsel van invloeden. Foote heeft een eigen manier om melodie en harmonie met elkaar te verbinden.
In het laatste deel, Allegro comodo, wordt het tempo opnieuw opgevoerd. Het is een levendig slot waarin Schwarz zijn technische mogelijkheden ten volle kan laten horen. Tegelijk blijft hij aandacht houden voor de muzikale structuur. Gerard Schwarz leidt het Buffalo Philharmonic Orchestra met gevoel voor de verhouding tussen de orkestpartijen en de solocello. De uitvoering probeert het werk niet groter of dramatischer te maken dan het is, maar laat de muziek voor zichzelf spreken.
Julian Schwarz blijkt gedurende de hele cd een overtuigende pleitbezorger van Foote. Hij speelt met een duidelijke toon en veel gevoel voor de melodische kwaliteiten van de muziek. Belangrijk is ook dat hij verschillende kanten van Foote laat horen: de jonge componist van de drie stukken uit op. 1, de meer verfijnde schrijver van Aubade en Scherzo, de volwassen componist van de sonate en de orkestrale Foote van het celloconcert.
Ook Marika Bournaki verdient nadrukkelijk vermelding. In de werken voor cello en piano is haar bijdrage essentieel. De pianopartijen zijn bij Foote vaak rijk en zelfstandig geschreven. Bournaki speelt ze niet als achtergrond, maar als een gelijkwaardig onderdeel van het geheel. Daardoor ontstaat een mooi samenspel waarin cello en piano elkaar voortdurend aanvullen.
Wat deze cd uiteindelijk vooral duidelijk maakt, is dat Arthur Foote meer was dan een voetnoot in de Amerikaanse muziekgeschiedenis. Zijn muziek heeft misschien niet de revolutionaire kracht van sommige Europese tijdgenoten, maar dat hoeft ook niet de maatstaf te zijn. Foote schrijft muziek die rechtstreeks communiceert, met een groot gevoel voor melodie, een verfijnde harmonische taal en een sterke belangstelling voor de mogelijkheden van de cello.
Er zijn momenten waarop zijn muziek duidelijk teruggrijpt naar Schumann, Brahms en andere componisten uit de Europese romantiek. Dat maakt zijn stijl minder vernieuwend dan die van sommige tijdgenoten. Maar tegelijk ligt juist daarin een deel van zijn aantrekkingskracht. Foote weet de romantische traditie op een persoonlijke en vaak zeer aantrekkelijke manier voort te zetten. Zijn muziek klinkt verzorgd, warm en oprecht.
The Complete Cello Works is daardoor meer dan een verzameling onbekende stukken. De cd vertelt het verhaal van een componist die buiten zijn eigen land weinig bekendheid heeft gekregen, maar die duidelijk iets te zeggen had. Dankzij Julian Schwarz, Marika Bournaki, Gerard Schwarz en het Buffalo Philharmonic Orchestra krijgen deze werken opnieuw een plaats in het muzikale landschap.
Voor celloliefhebbers is de cd vanzelfsprekend interessant, maar ook voor wie graag minder bekend repertoire ontdekt, biedt deze uitgave veel. Vooral de cellosonate en het celloconcert maken nieuwsgierig naar de rest van Footes oeuvre. De grote verdienste van Julian Schwarz is dan ook niet alleen dat hij deze muziek uitstekend uitvoert, maar ook dat hij de luisteraar uitnodigt om een componist te ontdekken die veel langer in de belangstelling had mogen staan.
delos DE3619 http://www.outhere-music.com