Met Addio Amore brengen sopraan Jeanine De Bique en countertenor Terry Wey een bijzonder programma met barokmuziek rond liefde, afscheid, verdriet en verlies. Samen met het Kammerorchester Basel nemen ze de luisteraar mee naar de wereld van de 17de- en 18de-eeuwse opera. Het is een album waarin menselijke emoties centraal staan en waarin de stem het belangrijkste middel is om gevoelens uit te drukken. De muziek vertelt over geliefden die elkaar moeten verlaten, over afscheid dat pijn doet en over de onzekerheid die met verlies gepaard gaat.
De keuze van het repertoire is bijzonder geslaagd. Naast bekende namen als Georg Friedrich Händel en Tomaso Albinoni krijgen ook minder bekende componisten als Nicola Antonio Porpora, Geminiano Giacomelli en Johann Adolph Hasse de nodige aandacht. Daardoor is dit album niet alleen interessant voor liefhebbers van bekende barokopera’s, maar ook voor wie graag nieuwe muziek ontdekt. Verschillende werken op de cd zijn bovendien voor het eerst opgenomen. Dat geeft het programma een extra waarde.
Wat meteen opvalt, is de bijzondere combinatie van de stemmen van Jeanine De Bique en Terry Wey. De Bique beschikt over een heldere, krachtige sopraanstem met een groot bereik. Ze kan zowel teder en gevoelig zingen als krachtig en dramatisch uitpakken wanneer de muziek daarom vraagt. Haar stem heeft voldoende karakter om de verschillende emoties van de aria’s duidelijk naar voren te brengen. Ze weet de muzikale lijnen mooi vorm te geven en gaat zorgvuldig om met de versieringen die zo typisch zijn voor de barokmuziek.
Terry Wey is met zijn countertenorstem een uitstekende partner. Zijn stem klinkt helder, soepel en verfijnd. Hij beschikt over een goede techniek en weet de muziek met veel gevoel te benaderen. Vooral de manier waarop hij de langere muzikale lijnen zingt, verdient aandacht. Hij brengt een zekere rust en gevoeligheid in het programma, zonder dat zijn uitvoering aan kracht verliest. De twee zangers vullen elkaar bijzonder goed aan. Hun stemmen verschillen van kleur, maar sluiten toch mooi bij elkaar aan. In de gezamenlijke passages ontstaat daardoor een evenwicht dat niet vanzelfsprekend is.
Het album opent met muziek van Nicola Antonio Porpora. In deze werken krijgen beide zangers de gelegenheid om hun kwaliteiten te tonen. Porpora was een componist die bijzonder goed wist hoe hij de menselijke stem moest behandelen. Zijn muziek vraagt veel van de uitvoerders, zowel op technisch als op expressief vlak. De lange melodische lijnen, de versieringen en de afwisseling tussen rustige en meer beweeglijke passages zorgen voor boeiende luistermomenten. De Bique en Wey gaan deze uitdagingen met vertrouwen aan.
Een aangename afwisseling vormen de twee instrumentale concerten van Giuseppe Torelli. Deze werken geven het programma wat ademruimte tussen de vocale nummers. Het Kammerorchester Basel neemt hier zelf het voortouw, met Julia Schröder als een van de opvallende solisten. De concerten zorgen voor een levendiger karakter en laten horen dat het orkest ook zonder de zangers voldoende persoonlijkheid heeft. De afwisseling tussen de snelle delen en de meer rustige passages houdt de aandacht vast.
Ook de muziek van Albinoni en Händel krijgt een mooie plaats binnen het programma. Vooral de aria’s uit Händels opera Rinaldo zijn interessant. In Venti, turbini, prestate komt het beweeglijke en virtuoze karakter van de barokmuziek duidelijk naar voren. De muziek vraagt om een grote technische beheersing en een goede controle over de stem. Daartegenover staat Ah, crudel, il pianto mio, waarin de gevoeligheid en het verdriet veel meer op de voorgrond staan. Het contrast tussen beide werken maakt duidelijk hoe veelzijdig Händel met menselijke emoties omging.
Een van de interessantste momenten is het duet Placide a miglior vita van Geminiano Giacomelli. Hier komen de stemmen van De Bique en Wey opnieuw samen. De muziek vraagt niet alleen om een goede zangtechniek, maar vooral om een sterk gevoel voor samenzang. Beide stemmen krijgen voldoende ruimte, terwijl ze toch voortdurend met elkaar verbonden blijven. Het resultaat is een mooi muzikaal gesprek waarin de gevoelens van afscheid en verdriet op een natuurlijke manier naar voren komen.
Ook Johann Adolph Hasse is vertegenwoordigd met een aria die de nodige dramatische spanning bevat. Zijn muziek is misschien minder bekend bij het grote publiek, maar verdient zeker meer aandacht. Hasse was een belangrijke operacomponist van zijn tijd en wist als geen ander hoe hij de stem kon gebruiken om emoties uit te drukken. Terry Wey geeft deze muziek een overtuigende vertolking en laat opnieuw horen hoe goed hij met het barokrepertoire vertrouwd is.
Het album sluit af met Händels Io t’abbraccio uit Rodelinda. Dit werk vormt een passend slot voor een programma waarin afscheid en verbondenheid voortdurend aanwezig zijn. De stemmen van De Bique en Wey komen hier opnieuw mooi samen. De muziek heeft een warme en persoonlijke uitstraling en laat de luisteraar achter met een gevoel van ingetogen schoonheid.
Het Kammerorchester Basel verdient eveneens een bijzondere vermelding. Onder leiding van Julia Schröder zorgt het ensemble voor een levendige en betrokken begeleiding. De musici volgen de zangers nauwgezet en weten goed in te spelen op de wisselende emoties van de muziek. Ze kiezen niet voor een overdreven zwaar of dramatisch geluid, maar houden de muziek beweeglijk en helder. Daardoor krijgen de vocale partijen alle ruimte en blijft het geheel mooi in evenwicht.
Addio Amore is een album met een duidelijke muzikale gedachte en een zorgvuldig gekozen repertoire. De afwisseling tussen aria’s, duetten en instrumentale concerten zorgt ervoor dat de cd nergens eentonig wordt. Bovendien biedt het programma een mooie kennismaking met componisten die vandaag minder vaak op concertprogramma’s staan. De nadruk ligt niet uitsluitend op technische virtuositeit, maar vooral op het vertellen van een verhaal en het overbrengen van gevoelens. Dat maakt deze cd toegankelijk, ook voor luisteraars die minder vertrouwd zijn met de barokopera.
Jeanine De Bique en Terry Wey vormen een bijzonder geslaagd duo. Beiden beschikken over een sterke techniek, maar weten die steeds in dienst te stellen van de muziek. Hun stemmen passen uitstekend bij elkaar en zorgen voor enkele van de mooiste momenten op deze cd. Samen met het Kammerorchester Basel brengen ze een afwisselend programma waarin schoonheid, verdriet, liefde en afscheid op een natuurlijke manier samenkomen.
Met Addio Amore krijgen we een boeiende kennismaking met minder bekend barokrepertoire, gebracht door twee uitstekende zangers die elkaar duidelijk goed aanvoelen. Een verzorgde en inhoudelijk interessante uitgave die vooral liefhebbers van barokmuziek en historische opera zal aanspreken, maar ook andere muziekliefhebbers heel wat moois te bieden heeft.
Pentatone PTC5187 558 http://www.outhere-music.com