Astrig Siranossian laat de cello zingen, spreken en ontroeren op Sir!

by Knopskaya

Met haar cd Sir! brengt de Franse celliste Astrig Siranossian een bijzonder mooi programma samen waarin de cello alle ruimte krijgt om zijn warme, menselijke en soms diep ontroerende stem te laten horen. Ze kiest voor muziek van Edward Elgar, Benjamin Britten en Max Bruch, drie componisten die elk op hun eigen manier weten hoe ze gevoelens in muziek kunnen omzetten. Het resultaat is een album met grote contrasten, van stille weemoed en diepe droefheid tot warme lyriek en momenten waarop de muziek weer hoop en levensvreugde uitstraalt. Siranossian speelt met veel gevoel en laat horen dat de cello niet alleen een prachtig instrument is, maar ook een instrument dat de luisteraar rechtstreeks kan raken.

De titel Sir! verwijst naar Sir Edward Elgar, een van de belangrijkste Britse componisten uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Zijn muziek vormt een belangrijk onderdeel van dit album. Elgar was een meester in het uitdrukken van gevoelens zonder dat hij daarvoor grote gebaren nodig had. Achter zijn vaak warme en rijke melodieën schuilt geregeld een zekere droefheid. Dat maakt zijn muziek zo herkenbaar en menselijk. De cello lijkt bij hem soms te spreken, alsof het instrument herinneringen ophaalt of gedachten uitspreekt die moeilijk onder woorden te brengen zijn.

Het beroemde Celloconcert in e klein, opus 85, van Elgar neemt een bijzondere plaats in binnen het cellorepertoire. Het is een werk dat zowel de technische mogelijkheden van de solist als diens vermogen om gevoelens over te brengen op de proef stelt. Het concert ontstond kort na de Eerste Wereldoorlog, een periode waarin Elgar zich steeds meer terugtrok in zichzelf. Die sfeer van verlies, twijfel en verlangen naar rust is in de muziek duidelijk voelbaar. Het is geen concert dat voortdurend indruk probeert te maken met virtuoze passages of uitbundige klanken. De kracht zit juist in de persoonlijke en soms bijna breekbare manier waarop de muziek zich ontvouwt.

Astrig Siranossian voelt die sfeer goed aan. Vanaf het begin maakt ze duidelijk dat ze niet alleen de noten wil spelen, maar ook het verhaal achter de muziek wil vertellen. Haar spel is gevoelig en betrokken, zonder dat het overdreven sentimenteel wordt. Ze geeft de melodieën voldoende ruimte om zich te ontwikkelen en laat de luisteraar de tijd om de verschillende emoties in zich op te nemen. Haar cello klinkt nu eens warm en vol, dan weer kwetsbaar en bijna fluisterend. Vooral in de meer ingetogen momenten weet ze de aandacht vast te houden. Ze hoeft daarvoor niet steeds naar grote effecten te grijpen. Een eenvoudige melodie kan bij haar al voldoende zijn om een diepe indruk achter te laten.

De afwisseling tussen kracht en kwetsbaarheid is een van de grote kwaliteiten van haar interpretatie. Wanneer de muziek donkerder wordt, laat Siranossian de spanning groeien zonder de lijn uit het oog te verliezen. Wanneer er ruimte ontstaat voor een meer lyrische melodie, klinkt haar spel soepel en natuurlijk. Ze lijkt de muziek niet van buitenaf te benaderen, maar ze maakt er iets persoonlijks van. Daardoor krijgt dit bekende concert een eigen karakter. Het blijft muziek die veel mensen al kennen, maar haar benadering nodigt uit om er opnieuw naar te luisteren.

Ook het samenspel met het orkest is van groot belang. Elgar heeft de cello niet tegenover het orkest geplaatst om een voortdurende strijd tussen solist en begeleiders te laten ontstaan. De verschillende instrumenten reageren op elkaar en vullen elkaar aan. Soms lijkt het orkest de cello te ondersteunen, terwijl het op andere momenten juist een eigen gedachte toevoegt. In een goede uitvoering ontstaat zo een gesprek waarin de verschillende stemmen elkaar begrijpen, maar niet altijd dezelfde gevoelens uitdrukken. Siranossian maakt van die wisselwerking een belangrijk onderdeel van haar vertolking. Haar cello blijft duidelijk aanwezig, maar ze houdt voldoende rekening met wat er om haar heen gebeurt.

Het Celloconcert is bovendien een werk waarin de stilte bijna even belangrijk is als de muziek zelf. De melodieën lijken soms aarzelend op gang te komen, alsof de componist niet zeker weet of hij zijn gevoelens wel wil uitspreken. Dat maakt de muziek des te aangrijpender. Siranossian begrijpt dat je zulke passages niet moet overhaasten. Ze laat de spanning rustig groeien en geeft de muziek de nodige ademruimte. Daardoor krijgt de luisteraar de kans om de verschillende stemmingen echt te beleven. Vooral wie houdt van muziek die niet alles meteen prijsgeeft, zal deze benadering kunnen waarderen.

Een heel andere kant van de cello komt naar voren in Salut d’amour, eveneens van Elgar. Dit korte werk is veel lichter van karakter dan het Celloconcert. Het ontstond oorspronkelijk als een liefdesgeschenk en draagt die warme, vriendelijke sfeer nog altijd in zich. De melodie is eenvoudig en gemakkelijk te onthouden, maar juist daarin schuilt haar charme. Er is geen ingewikkeld muzikaal verhaal nodig om een gevoel van genegenheid en tederheid op te roepen.

Siranossian benadert dit werk met een lichte toets en veel gevoel voor melodie. Ze maakt er geen zwaar romantisch stuk van, maar bewaart de eenvoud die de muziek zo aantrekkelijk maakt. De cello zingt als het ware een kleine liefdesverklaring, zonder dat de emotie overdreven wordt aangezet. Het is een aangenaam rustpunt binnen het programma, waarin de luisteraar even kan genieten van de meer zonnige kant van Elgars muziek. Tegelijk laat dit werk horen hoe veelzijdig de cello kan zijn. Het instrument kan diep verdriet uitdrukken, maar ook een glimlach oproepen met een eenvoudige, warme melodie.

Met de Cellosonate in C groot, opus 65, van Benjamin Britten verandert de sfeer opnieuw. Britten schreef deze sonate in 1961 voor de beroemde cellist Mstislav Rostropovitsj. Het is een werk dat veel meer vraagt dan een mooie toon en een gevoelige voordracht. De muziek is soms speels, dan weer hoekig en onrustig. De melodieën volgen niet altijd de vertrouwde wegen van de romantische muziek. Britten gebruikt verrassende ritmes, scherpe tegenstellingen en onverwachte wendingen. Daardoor moet de luisteraar zich voortdurend aanpassen aan wat er gebeurt.

Deze sonate toont een heel andere wereld dan die van Elgar. Waar Elgar vaak lijkt terug te kijken en gevoelens voorzichtig naar boven laat komen, klinkt Britten directer en soms zelfs een beetje eigenzinnig. De muziek kan licht en speels zijn, maar er zit ook een zekere ernst onder de oppervlakte. Het is niet altijd duidelijk waar de muziek naartoe wil, en precies dat maakt haar boeiend. De luisteraar wordt uitgenodigd om aandachtig te blijven en zich niet alleen door mooie melodieën te laten leiden.

Siranossian gaat die uitdaging niet uit de weg. Ze laat horen dat ze niet alleen sterk is in romantische en lyrische muziek, maar ook goed overweg kan met de meer moderne taal van Britten. Haar spel is beweeglijk en alert. Ze weet de ritmische scherpte van de sonate naar voren te brengen zonder dat de muziek onrustig of onsamenhangend wordt. In de speelse passages klinkt haar cello licht en levendig. Wanneer de muziek plotseling van karakter verandert, volgt ze die omslag met overtuiging.

Ook pianist Nathanaël Gouin speelt hierin een belangrijke rol. De cello en de piano moeten voortdurend op elkaar reageren. Soms vullen ze elkaar aan, terwijl ze op andere momenten als het ware met elkaar in gesprek gaan of elkaar uitdagen. Het is geen eenvoudige begeleiding waarbij de piano alleen de cello ondersteunt. Beide instrumenten hebben een eigen karakter en dragen bij aan het verloop van de muziek. Wanneer het samenspel goed werkt, ontstaat er een levendig geheel waarin elke muzikale gedachte een antwoord lijkt te krijgen. Siranossian en Gouin houden de spanning vast en maken duidelijk dat deze sonate niet alleen om virtuositeit draait, maar ook om inzicht, timing en gevoel voor humor.

De sonate laat bovendien een kant van Siranossian horen die in Elgars muziek minder op de voorgrond staat. Ze kan niet alleen zingen met haar cello, maar ook scherp en direct spelen. Ze durft de klank soms ruw te laten worden wanneer de muziek daarom vraagt. Dat is belangrijk, want Brittens muziek verliest een deel van haar karakter wanneer ze te mooi of te vriendelijk wordt uitgevoerd. Siranossian begrijpt dat expressiviteit soms ook betekent dat je de luisteraar een beetje uit zijn evenwicht brengt. Daardoor vormt deze sonate een waardevolle aanvulling op de meer romantische werken op de cd.

Met Kol Nidrei, opus 47, van Max Bruch keert de muziek terug naar een meer beschouwende en emotionele sfeer. Bruch schreef dit werk voor cello en orkest en liet zich daarbij inspireren door een joodse gebedstraditie. De titel verwijst naar een gebed dat verbonden is met Jom Kipoer, de Joodse Grote Verzoendag. Het werk heeft daardoor een bijzondere, bijna plechtige uitstraling. Toch hoeft de luisteraar niets van die achtergrond te weten om door de muziek geraakt te worden. De cello draagt een melodie die klinkt als een gebed, een smeekbede of een moment van diepe bezinning.

De kracht van Kol Nidrei ligt vooral in de manier waarop de melodie zich langzaam ontvouwt. De cello lijkt niet zozeer een verhaal te vertellen als wel een gevoel uit te drukken dat moeilijk in woorden te vatten is. Er is verdriet, maar ook troost. Er klinkt een verlangen naar rust en verzoening, alsof de muziek probeert iets goed te maken of vrede te vinden met wat voorbij is. Bruch schrijft hier muziek die toegankelijk is, maar niet oppervlakkig. De melodieën zijn herkenbaar en direct, terwijl ze toch voldoende diepgang hebben om telkens opnieuw te kunnen ontroeren.

Siranossian legt vooral de menselijke kant van dit werk bloot. Haar spel is warm en zangerig, met veel aandacht voor de natuurlijke beweging van de melodie. Ze probeert de muziek niet groter of dramatischer te maken dan nodig is. In plaats daarvan laat ze de gevoelens geleidelijk groeien. Dat past goed bij het karakter van het werk. De cello lijkt soms te treuren, dan weer even op adem te komen, om vervolgens opnieuw naar een moment van rust te zoeken. Het is muziek die vraagt om aandacht en stilte, en Siranossian weet die sfeer overtuigend op te roepen.

Wat deze cd als geheel aantrekkelijk maakt, is de manier waarop de verschillende werken elkaar aanvullen. Elgar brengt de luisteraar naar een wereld van herinneringen, melancholie en warme gevoelens. Britten zorgt voor contrast met zijn speelse, soms weerbarstige en moderne muziek. Bruch brengt vervolgens een meer spirituele en meditatieve sfeer. De cello blijft het centrale instrument, maar de manier waarop hij zich uitdrukt, verandert voortdurend. Hij kan zingen, fluisteren, vragen stellen, onrustig worden en troost bieden. Daardoor krijgt het album een afwisselend karakter zonder dat het zijn samenhang verliest.

Astrig Siranossian toont zich op deze cd een veelzijdige musicienne. Ze beschikt over een groot gevoel voor melodie en weet hoe ze een muzikale lijn moet laten spreken. Tegelijk heeft ze voldoende technische beheersing om de moeilijkere passages overtuigend uit te voeren. Toch is het vooral haar gevoel voor de menselijke inhoud van de muziek dat opvalt. Ze lijkt steeds op zoek te gaan naar wat een componist werkelijk wil vertellen. Daarbij vermijdt ze zowel overdreven dramatiek als een al te afstandelijke benadering. Haar spel blijft persoonlijk, maar staat altijd in dienst van de muziek.

Ook de keuze van de werken verdient waardering. Dit is geen album dat uitsluitend probeert te imponeren met bekende meesterwerken. De verschillende composities laten samen zien hoe breed het repertoire voor cello kan zijn. De luisteraar krijgt zowel de grote emotionele gebaren van Elgar als de meer grillige muzikale wereld van Britten te horen. Bruch brengt daar een gevoel van bezinning bij, terwijl Salut d’amour voor een eenvoudiger en vriendelijker moment zorgt. Het programma biedt daardoor voldoende afwisseling om de aandacht vast te houden.

De cd zal vooral liefhebbers aanspreken die houden van klassieke muziek waarin gevoel en melodie een belangrijke rol spelen. Wie het Celloconcert van Elgar al kent, kan hier een nieuwe en persoonlijke interpretatie ontdekken. Wie minder vertrouwd is met Britten, krijgt de kans om kennis te maken met een heel andere manier van componeren. En wie vooral op zoek is naar muziek die rust en troost biedt, zal wellicht veel plezier beleven aan Kol Nidrei.

Sir! is uiteindelijk een album dat niet alleen de technische mogelijkheden van de cello laat horen, maar vooral de rijkdom van zijn expressie. Astrig Siranossian speelt met overtuiging, gevoeligheid en een duidelijke liefde voor het repertoire. Ze weet de verschillen tussen de componisten goed naar voren te brengen en geeft elk werk een eigen karakter. Het resultaat is een cd die afwisselend, persoonlijk en vaak ontroerend is. Niet elk moment is even gemakkelijk of even direct toegankelijk, vooral bij Britten vraagt de muziek om wat meer aandacht. Maar juist die afwisseling maakt het album interessant. Het is een uitnodiging om rustig te luisteren en te ontdekken hoeveel verschillende gevoelens één instrument kan uitdrukken. De cello krijgt hier niet alleen een stem, maar ook een ziel.

ALPHA 1217 http://www.outhere-music.com

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord