Jonathan Roozeman verkent de veelzijdige klankwereld van de hedendaagse Finse muziek

by Knopskaya

Met Kaiku (Echo) presenteert de Fins-Nederlandse cellist Jonathan Roozeman een programma met hedendaagse muziek van zes Finse componisten. De cd bevat werken van Sauli Zinovjev, Kalevi Aho, Cecilia Damström, Sebastian Fagerlund, Outi Tarkiainen en Lauri Porra. Pianist Johannes Piirto neemt deel aan twee composities, terwijl Roozeman in de overige stukken alleen met zijn cello te horen is. Het album duurt ongeveer 55 minuten en laat verschillende manieren horen waarop componisten vandaag de dag voor dit instrument schrijven. De muziek beweegt zich tussen herkenbare melodische lijnen, ongewone klanken, ritmische onrust en meer verstilde momenten. Het is geen programma waarin traditionele melodieën en duidelijke muzikale vormen voortdurend op de voorgrond staan. De luisteraar krijgt vooral een beeld van de veelzijdigheid van de hedendaagse Finse muziek en van de mogelijkheden die de cello daarin biedt.

De titel Kaiku, het Finse woord voor echo, past bij het karakter van het programma. Een echo verwijst naar een klank die eerder heeft geklonken, maar die door de omgeving een andere vorm krijgt. Ook in deze muziek zijn soms herkenbare elementen te horen die vervolgens veranderen, vervagen of in een andere gedaante terugkeren. De verschillende componisten gebruiken de cello elk op hun eigen manier. Soms staat de melodie centraal, terwijl op andere momenten de klankkleur, het ritme of de spanning tussen verschillende muzikale ideeën belangrijker wordt. Daardoor ontstaat een afwisselend programma waarin de werken duidelijk van elkaar verschillen, maar toch met elkaar verbonden zijn door het centrale belang van de cello.

De cd opent met Sustained van Sauli Zinovjev, een werk voor cello en piano dat speciaal voor dit album werd besteld. In het begin zijn er elementen die herinneren aan de romantische muziek. De cello speelt een melodische lijn boven een fijnzinnige pianobegeleiding. Toch ontwikkelt de muziek zich niet volgens de vertrouwde patronen van een romantisch stuk. De melodie lijkt soms haar richting te verliezen en de harmonie wordt minder voorspelbaar. Klanken die aanvankelijk vertrouwd lijken, krijgen geleidelijk een vreemdere en onrustigere betekenis. De muziek roept daardoor een beeld op van iets wat men zich herinnert, maar waarvan de details niet meer helemaal duidelijk zijn.

Zinovjev speelt met de verwachtingen van de luisteraar. Een melodie lijkt zich te willen ontwikkelen, maar wordt onderbroken of verandert van karakter. De cello en de piano vormen daarbij geen eenvoudige combinatie van solist en begeleider. Beide instrumenten dragen bij aan de veranderende sfeer en reageren op elkaar. De piano zorgt voor een beweeglijke achtergrond, terwijl de cello probeert een muzikale lijn vast te houden. Die spanning tussen herkenning en vervreemding vormt de kern van het werk. Roozeman moet daarbij veel aandacht besteden aan kleine veranderingen in toonhoogte, klank en frasering. Zijn interpretatie houdt de verschillende elementen bijeen en maakt duidelijk hoe belangrijk de details zijn in deze muziek. Als openingsstuk introduceert Sustained meteen een wereld waarin vertrouwde muzikale gewoonten niet vanzelfsprekend zijn.

Daarna volgt de Cellosonate van Kalevi Aho, het langste werk op de cd. Met een speelduur van ruim 26 minuten neemt deze compositie een centrale plaats in het programma in. De sonate bestaat uit vier delen en biedt een uitgebreider muzikaal verhaal dan de meeste andere stukken. Aho maakt gebruik van sterke contrasten. Rustige, bedachtzame passages worden afgewisseld met snelle en onstuimige gedeelten. De muziek kan plotseling van richting veranderen, waardoor de luisteraar niet altijd kan voorspellen wat er zal volgen.

In het eerste deel wisselen meer beheerste momenten en krachtige uitbarstingen elkaar af. De cello heeft soms een bijna sprekend karakter, alsof het instrument een gedachte probeert te formuleren. Op andere momenten wordt de muziek onrustiger en neemt het tempo toe. De piano speelt daarbij een zelfstandige rol. Johannes Piirto zorgt niet alleen voor ondersteuning, maar draagt actief bij aan de opbouw van de compositie. De twee instrumenten vormen samen een geheel waarin spanning ontstaat door hun onderlinge wisselwerking. Roozeman en Piirto moeten voortdurend op elkaar reageren en tegelijk de grotere structuur van het werk in het oog houden.

Het tweede deel heeft een meer beschouwend karakter. De muziek krijgt hier meer ruimte om zich geleidelijk te ontwikkelen. De spanning verdwijnt niet helemaal, maar uit zich minder direct dan in de krachtigere passages van het eerste deel. De cello lijkt meer naar binnen gericht, terwijl de piano de muzikale beweging verder draagt. Aho vermijdt een eenvoudige, voortdurend herkenbare melodie. In plaats daarvan ontstaat de muzikale lijn uit kleine motieven en veranderingen in klank en intensiteit. Dat vraagt van de luisteraar dat hij de muziek niet alleen volgt op basis van melodieën, maar ook aandacht heeft voor de manier waarop de verschillende elementen zich tot elkaar verhouden.

Het derde deel bestaat uit een cadenza voor cello solo. In een traditionele cadenza krijgt de solist vaak de gelegenheid om zijn technische vaardigheden te tonen. Bij Aho gaat het echter om meer dan virtuositeit alleen. Roozeman staat hier volledig op zichzelf en moet de muzikale spanning zonder hulp van een ander instrument vasthouden. De muziek krijgt daardoor een zoekend en soms onvoorspelbaar karakter. Korte muzikale gedachten volgen elkaar op en veranderen voortdurend van richting. De cellist moet verschillende klankkleuren en speeltechnieken gebruiken om het stuk vorm te geven. Roozeman maakt van deze passage een zelfstandig onderdeel van de sonate, waarin de cello zowel kwetsbaar als krachtig kan klinken.

In het vierde deel keert de piano terug en wordt de muzikale beweging opnieuw levendiger. Ritmische veranderingen en snelle passages zorgen voor een onrustig verloop. Toch eindigt de sonate niet met een eenvoudige, uitbundige overwinning. De muziek trekt zich geleidelijk terug en krijgt een meer verstild karakter. Dat maakt het einde minder voorspelbaar dan bij een traditionele sonate. De vier delen vormen samen een omvangrijk werk waarin Aho verschillende muzikale werelden met elkaar verbindt. Voor Roozeman en Piirto ligt de uitdaging erin om de contrasten duidelijk te laten horen zonder de samenhang te verliezen. Hun samenspel geeft de compositie een duidelijke richting, ondanks de vele veranderingen die zich onderweg voordoen.

Na deze grote sonate volgen drie werken voor cello solo. Daardoor verandert niet alleen de muzikale stijl, maar ook de manier waarop de luisteraar naar het instrument luistert. Zonder piano of orkest komt elke beweging van de cellist sterker naar voren. De muziek moet volledig uit de cello zelf ontstaan. Dat betekent dat de uitvoerder niet alleen de melodie en het ritme moet vormgeven, maar ook de spanning en de ontwikkeling van het werk zelfstandig moet dragen. De drie composities laten zien hoe verschillend componisten die uitdaging kunnen aanpakken.

Aveo, opus 81, van Cecilia Damström is opgedragen aan mensen die door langdurige covid hun vroegere leven grotendeels hebben verloren. De componiste probeert die ervaring niet eenvoudigweg in muzikale beelden om te zetten, maar gebruikt de mogelijkheden van de cello om gevoelens van onzekerheid en ontregeling uit te drukken. De muziek bestaat uit korte fragmenten, herhalingen en abrupte veranderingen. De klank lijkt soms moeilijk tot rust te komen. Een muzikale gedachte begint, wordt onderbroken en keert vervolgens in een andere vorm terug.

Het werk heeft daardoor een onrustig karakter. De cello klinkt niet voortdurend warm en zangerig, zoals in veel romantische composities, maar gebruikt ook scherpere en minder vertrouwde klanken. Die afwisseling geeft de muziek een kwetsbare uitstraling. Er zijn momenten waarop de muzikale lijn zich lijkt te herstellen, maar de rust blijft vaak tijdelijk. De luisteraar krijgt daardoor geen eenvoudig verhaal met een duidelijk begin en einde voorgeschoteld. De muziek laat eerder een toestand horen waarin onzekerheid en pogingen tot herstel naast elkaar bestaan.

Roozeman moet in dit werk voortdurend schakelen tussen verschillende manieren van spelen. Hij gebruikt de cello niet alleen om melodieën te vormen, maar ook om spanning te creëren door korte klanken, stiltes en onverwachte bewegingen. De stilte krijgt daarbij een belangrijke functie. Wanneer de muziek even ophoudt, betekent dat niet noodzakelijk dat de spanning verdwijnt. De onderbreking kan juist het gevoel versterken dat er iets onuitgesproken blijft. Door de verschillende elementen zorgvuldig met elkaar te verbinden, maakt Roozeman de grillige structuur van het werk begrijpelijk zonder de onrust ervan weg te nemen. De achtergrond van de compositie geeft het stuk een duidelijke menselijke betekenis, maar ook zonder die kennis valt de ongewone en veranderlijke muzikale taal op.

Recitativo van Sebastian Fagerlund heeft een ander karakter. De titel verwijst naar een manier van zingen die dicht bij het spreken ligt. In een recitatief volgt de muziek vaak het ritme van de taal, waardoor de indruk ontstaat dat iemand een verhaal vertelt. Fagerlund past dat idee toe op de cello. Het werk ontwikkelt zich als een lange muzikale gedachte, waarin de klank geleidelijk verandert en de spanning langzaam wordt opgebouwd.

De muziek maakt minder gebruik van uitgesproken uiterlijke contrasten dan sommige andere stukken op de cd. De aandacht gaat vooral uit naar de ontwikkeling van de muzikale lijn. Kleine veranderingen in tempo, klank en intensiteit krijgen daardoor veel betekenis. De cello lijkt soms een vraag te stellen, vervolgens even stil te vallen en daarna verder te gaan. Er ontstaat een gevoel van voortdurende beweging, ook wanneer de muziek niet snel of uitbundig klinkt.

Voor de uitvoerder is dit een bijzondere uitdaging. Wanneer een compositie weinig opvallende gebeurtenissen bevat, moet de muzikale spanning vooral ontstaan door de manier waarop de afzonderlijke momenten met elkaar worden verbonden. Roozeman houdt de lijn levendig door aandacht te besteden aan de richting van de melodie en de verschillen in klankkleur. Hij laat de muziek niet uiteenvallen in losse fragmenten, maar geeft haar een herkenbare ontwikkeling. Daardoor wordt Recitativo een beschouwend moment binnen het programma, waarin de luisteraar de tijd krijgt om de cello in een meer ingetogen rol te horen.

Met Sanasi, kiveen uponneet van Outi Tarkiainen verandert het karakter opnieuw. De titel kan worden vertaald als woorden die in steen zijn verzonken. De compositie verbindt muzikale beelden uit de natuur met menselijke gevoelens. Tarkiainen is afkomstig uit Fins Lapland en de natuur van het noorden speelt een belangrijke rol in haar muzikale verbeelding. Dat betekent niet dat de muziek eenvoudigweg een landschap probeert na te bootsen. De natuur vormt eerder een vertrekpunt voor klanken en muzikale bewegingen die verschillende gevoelens kunnen oproepen.

Het werk begint met een motief dat even aan de Finse componist Jean Sibelius kan herinneren. Die herkenning is echter van korte duur. Tarkiainen ontwikkelt haar eigen muzikale taal, waarin lyrische passages worden afgewisseld met snelle, beweeglijke en soms scherpe gedeelten. De cello krijgt hier een bijzonder veelzijdige rol. Het instrument kan een melodie laten zingen, maar ook ritmische accenten leggen en met krachtige klanken een gevoel van onrust oproepen. De muziek vraagt daardoor veel van de uitvoerder, zowel technisch als muzikaal.

Roozeman moet voortdurend wisselen tussen verschillende speelwijzen en stemmingen. De ene passage vraagt om een vloeiende melodische lijn, terwijl de volgende juist om een directere en krachtigere aanpak vraagt. Hij houdt de verschillende onderdelen met elkaar verbonden, zodat het werk niet alleen een opeenvolging van effecten wordt. De spanning groeit door de afwisseling tussen beweging en verstilling. Wanneer de muziek intenser wordt, blijven er momenten waarop de cello weer een meer kwetsbare toon aanneemt. Dat contrast geeft de compositie diepte en voorkomt dat ze voortdurend op hetzelfde emotionele niveau blijft.

Het laatste werk, We Lie Down Only to Get Up Again van Lauri Porra, bestaat uit twee delen en brengt een andere sfeer in het programma. Na de onrust en de sterke contrasten van de voorgaande composities klinkt de muziek meer ontspannen. De titel verwijst naar een voortdurende beweging van rusten en opnieuw opstaan. Het werk roept de sfeer op van een zomerochtend en combineert een zekere warmte met een gevoel van verlangen.

Porra legt de nadruk op herhaling, klankkleur en de manier waarop verschillende muzikale lagen zich tot elkaar verhouden. Het eerste deel, aangeduid als Rubato, heeft een vrij bewegend tempo. De muziek krijgt daardoor een natuurlijke, niet strikt vastgelegde beweging. De cello ontwikkelt haar klanken geleidelijk en laat ruimte voor kleine veranderingen. Het tweede deel, Più mosso, brengt meer beweging. De muziek komt sterker op gang, maar behoudt haar ontspannen karakter.

Een bijzonder aspect van deze compositie is dat Roozeman zelf meerdere cellopartijen speelt. Daardoor ontstaat een voller klankbeeld dan bij een gebruikelijk werk voor cello solo. De verschillende lagen vullen elkaar aan en vormen samen een geheel waarin herhaling een belangrijke rol speelt. Toch klinkt de muziek niet als een eenvoudige herhaling van hetzelfde materiaal. De onderlinge verhoudingen veranderen en nieuwe details worden hoorbaar. De componist gebruikt die kleine verschuivingen om de aandacht vast te houden. Het werk vormt zo een rustig einde van de cd, zonder dat het programma eindigt met een grote dramatische climax.

De keuze om zes hedendaagse Finse componisten samen te brengen, maakt Kaiku tot een interessant overzicht van verschillende muzikale benaderingen. De componisten delen een belangstelling voor de mogelijkheden van de cello, maar hun stijl verschilt duidelijk. Zinovjev speelt met herinneringen aan de romantische muziek en laat die geleidelijk vervormen. Aho bouwt in zijn sonate een omvangrijke structuur op met grote contrasten. Damström gebruikt onrustige muzikale bewegingen om een ervaring van verlies en onzekerheid uit te drukken. Fagerlund concentreert zich op een meer doorlopende, bijna gesproken muzikale lijn. Tarkiainen zoekt de spanning op tussen lyriek en krachtige beweging, terwijl Porra vooral werkt met herhaling en verschillende klanklagen.

Daarom is het moeilijk om de muziek op deze cd onder één noemer te plaatsen. Hedendaagse klassieke muziek wordt soms gezien als moeilijk toegankelijk of te sterk gericht op experiment. Dit programma laat zien dat die omschrijving niet voor alle moderne muziek opgaat. Sommige passages zijn inderdaad onvoorspelbaar en vragen een aandachtige luisterhouding. Andere momenten zijn juist melodisch, verstild of bijna meditatief. De componisten gebruiken uiteenlopende middelen om hun ideeën vorm te geven, zonder allemaal hetzelfde doel na te streven.

Voor Jonathan Roozeman betekent dit dat hij zijn manier van spelen voortdurend moet aanpassen. Hij kan niet in elk werk op dezelfde klank of dezelfde expressie vertrouwen. De ene compositie vraagt om een lange, zangerige lijn, terwijl een andere juist korte, scherpe klanken of ritmische precisie vereist. Ook moet hij bij de solowerken zelfstandig de muzikale structuur opbouwen. De verschillende stukken stellen dus uiteenlopende eisen aan zijn techniek, zijn gevoel voor timing en zijn vermogen om een compositie als geheel te begrijpen.

De samenwerking met Johannes Piirto is vooral van belang in Sustained en de Cellosonate van Aho. In beide werken is de piano een volwaardige partner. Het samenspel vraagt niet alleen technische nauwkeurigheid, maar ook een goed gevoel voor de manier waarop de muziek zich ontwikkelt. De twee musici moeten de verschillende overgangen en contrasten op elkaar afstemmen. In de solowerken verschuift die verantwoordelijkheid volledig naar Roozeman. Daardoor krijgt de cd een duidelijke afwisseling tussen samenspel en muzikale zelfstandigheid.

Een belangrijk kenmerk van het programma is dat het niet voortdurend naar een groot hoogtepunt toewerkt. Sommige werken bouwen wel degelijk spanning op, maar andere zijn eerder gericht op een geleidelijke ontwikkeling of op kleine veranderingen in klank en beweging. Vooral in de composities van Fagerlund en Porra is de aandacht voor het verloop van de muziek belangrijker dan een uitgesproken dramatisch einde. Dat vraagt van de luisteraar een andere manier van luisteren dan bij een traditioneel romantisch concert, waarin herkenbare melodieën en duidelijke hoogtepunten vaak een grotere rol spelen.

Tegelijk is er voldoende afwisseling om het programma als geheel interessant te houden. De lange sonate van Aho biedt een breed muzikaal landschap, terwijl de solowerken elk een meer geconcentreerde ervaring vormen. De overgang van het onrustige Aveo naar het meer beschouwende Recitativo verandert de sfeer duidelijk. Vervolgens brengt Tarkiainen opnieuw meer beweging en contrast, voordat Porra het programma met een rustiger en meer open karakter afsluit. Die volgorde zorgt ervoor dat de cd niet als een willekeurige verzameling composities klinkt, maar als een programma waarin de verschillende werken elkaar afwisselen en aanvullen.

Kaiku is vooral geschikt voor luisteraars die nieuwsgierig zijn naar hedendaagse klassieke muziek en bereid zijn om muziek te ontdekken die niet altijd onmiddellijk vertrouwd klinkt. Wie vooral houdt van duidelijke melodieën en traditionele harmonieën, zal bij sommige composities misschien wat meer tijd nodig hebben. De muziek vraagt geregeld om aandacht voor details en om de bereidheid om een stuk niet meteen te beoordelen op basis van herkenbaarheid. Daar staat tegenover dat de verschillende werken veel variatie bieden en de cello in uiteenlopende rollen laten horen.

Met dit album laat Jonathan Roozeman zien hoe breed het hedendaagse repertoire voor cello is. De muziek beweegt zich tussen lyriek, experiment, ritmische kracht en verstilling. De verschillende componisten geven het instrument telkens een andere functie en laten horen dat de cello veel meer kan dan alleen een melodie begeleiden of een romantisch gevoel uitdrukken. Het instrument kan ook onrust oproepen, een bijna gesproken verhaal vertellen of met herhaling een eigen muzikale ruimte scheppen.

De belangrijkste verdienste van Kaiku is dat het de verschillen tussen de componisten zichtbaar maakt zonder de samenhang van het programma te verliezen. De cd biedt geen eenvoudige samenvatting van de Finse hedendaagse muziek, maar wel een veelzijdige kennismaking met zes uiteenlopende werken. Roozeman staat daarbij centraal als uitvoerder die zich aanpast aan de verschillende muzikale talen en de cello telkens op een andere manier laat spreken. Het resultaat is een afwisselend programma dat de luisteraar uitnodigt om buiten het vertrouwde klassieke repertoire te kijken en te ontdekken hoe componisten vandaag nieuwe mogelijkheden voor een bekend instrument verkennen.

BIS-2714 SACD http://www.outhere-music.com

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord