Wanneer stilte muziek wordt

by Knopskaya

Stirrings Still van Samuel Beckett en Trevor Bača is geen gewone cd met klassieke muziek. Het is een werk waarin gesproken woord en muziek voortdurend met elkaar in gesprek zijn, zonder dat de muziek de tekst eenvoudigweg begeleidt of probeert uit te leggen. De tekst is van Samuel Beckett, de muziek werd geschreven door de Amerikaanse componist Trevor Bača. Paul Griffiths spreekt de tekst en het JACK Quartet zorgt voor de muzikale uitvoering. Het geheel duurt ongeveer vijfenzestig minuten.

Becketts tekst behoort tot zijn laatste literaire werken. Hij schreef hem in 1987, enkele jaren voor zijn dood. Er is geen verhaal in de traditionele betekenis van het woord. Een man zit aan een tafel met zijn hoofd in zijn handen. Hij ziet zichzelf opstaan en weggaan, om daarna terug te keren. Hij kijkt naar het licht door een raam en probeert te begrijpen wat hij ziet. Herinneringen, beelden en gedachten lopen door elkaar. Steeds opnieuw komt hij bij dezelfde plaats en dezelfde vragen terecht. Wat is werkelijkheid? Wat is herinnering? Wat gebeurt er nog en wat is al voorbij?

De tekst is kort en zeer geconcentreerd. Beckett gebruikt weinig woorden, maar binnen die woorden gebeurt veel. Zinnen keren terug, worden licht veranderd of krijgen door een kleine verschuiving een andere betekenis. Daardoor ontstaat het gevoel van iemand die probeert grip te krijgen op zijn gedachten, maar telkens opnieuw op hetzelfde punt uitkomt. De vele herhalingen geven de tekst bovendien een natuurlijk ritme. Ook de stiltes tussen de woorden zijn belangrijk. Precies daarin vond Bača een uitgangspunt voor zijn compositie. Hij probeert de tekst niet rechtstreeks te vertalen in muziek, maar neemt de ritmiek, herhaling en stilte ervan als uitgangspunt voor een zelfstandige muzikale wereld. Stem en strijkkwartet blijven daarbij duidelijk onderscheiden. Soms spreekt Griffiths langere passages, waarna de muziek het overneemt. Op andere momenten wordt de tekst slechts kort onderbroken of aangevuld door enkele instrumentale fragmenten. Er zijn ook langere gedeelten waarin alleen het kwartet klinkt.

De muziek vertelt niet wat de tekst betekent. Ze loopt er als het ware naast en reageert erop. Daardoor ontstaat een bijzondere luisterervaring. Wanneer de stem zwijgt, blijft wat zojuist is gezegd in het geheugen aanwezig, terwijl de strijkers daarop een eigen antwoord lijken te geven. Soms lijkt dat antwoord bevestigend, soms eerder zoekend of onzeker. Bača schrijft geen muziek met duidelijke melodieën die gemakkelijk blijven hangen. Hij werkt vooral met klank, kleur, korte bewegingen, aangehouden tonen, glissandi en kleine verschuivingen. Sommige passages lijken bijna stil te staan, terwijl andere langzaam meer spanning opbouwen. Grote contrasten zijn schaars. De verandering zit vooral in details. Dat sluit goed aan bij de wereld van Beckett. Ook hier is er geen duidelijk muzikaal verhaal dat naar een traditioneel hoogtepunt en vervolgens naar een oplossing leidt. Muzikale elementen keren terug, maar nooit helemaal hetzelfde. Daardoor ontstaat een gevoel van cirkelen: er is beweging, maar die beweging leidt niet noodzakelijk ergens naartoe.

Het strijkkwartet wordt daarbij niet ingezet als een traditioneel ensemble waarin de vier instrumenten samen een melodie of begeleiding vormen. De violen, altviool en cello lijken eerder verschillende stemmen binnen één bewustzijn. Soms bewegen ze samen, soms reageren ze op elkaar en soms lijkt iedere speler zijn eigen richting te zoeken. Die onderlinge verhoudingen veranderen voortdurend, maar altijd op kleine schaal. Het JACK Quartet heeft veel ervaring met hedendaagse muziek en dat is in deze uitvoering duidelijk hoorbaar. De technische aspecten blijven echter op de achtergrond. De musici lijken vooral geïnteresseerd in de klank zelf en in de functie van elke toon binnen het geheel. Een toon kan langzaam van kleur veranderen, een glissando kan bijna onmerkbaar beginnen en een korte trilling kan een onverwachte spanning veroorzaken.

Paul Griffiths heeft ondertussen de moeilijke taak om Becketts tekst niet te zwaar en ook niet te vlak te brengen. Hij kiest voor een beheerste manier van spreken, zonder grote theatrale effecten. Dat werkt goed bij de tekst, omdat Beckett zelf weinig aanwijzingen geeft over de gevoelens van zijn personage. We weten niet precies wie deze man is, wat hem is overkomen of hoe we zijn herinneringen moeten begrijpen. Die onzekerheid blijft bestaan. De stem krijgt daardoor iets afstandelijks, maar nooit iets kils. De woorden blijven duidelijk verstaanbaar en kleine veranderingen in tempo en nadruk krijgen betekenis. Vooral de pauzes zijn belangrijk. Griffiths laat de stiltes tussen de zinnen bestaan, waardoor de luisteraar tijd krijgt om de woorden te verwerken.

De verhouding tussen stem en instrumenten verandert bovendien naarmate het werk vordert. In het begin is de tekst sterk aanwezig. Later krijgt de muziek meer ruimte en worden de instrumentale passages langer. Daardoor lijkt de taal langzaam haar greep op de situatie te verliezen. Niet omdat de woorden minder belangrijk worden, maar omdat de muziek steeds meer lijkt te zeggen wat niet meer in woorden kan worden uitgedrukt. Ook het geheugen speelt hierin een belangrijke rol. Klanken die eerder zijn gehoord, keren later terug in een andere vorm. Je herkent iets zonder het onmiddellijk te kunnen plaatsen. Dat doet denken aan de manier waarop herinneringen werken: iets komt terug, maar nooit helemaal zoals het oorspronkelijk was. De muziek heeft daardoor niet alleen een relatie met de tekst, maar ook met de manier waarop de tekst over herinnering en waarneming spreekt. De luisteraar wordt als het ware onderdeel van dezelfde beweging. Je probeert verbanden te leggen tussen wat je eerder hoorde en wat nu klinkt. Soms lukt dat, soms blijft er alleen een vage herkenning over. Dat maakt een tweede beluistering interessant. Bij een eerste kennismaking kan de muziek enigszins gesloten overkomen omdat er weinig traditionele houvast is. Er zijn geen melodieën die onmiddellijk herkenbaar worden en ook de structuur is niet altijd gemakkelijk te volgen. Wie opnieuw luistert, begint echter bepaalde terugkerende klanken en bewegingen te herkennen. Daardoor wordt de muzikale samenhang duidelijker.

Het werk vraagt wel tijd en aandacht. Wie vooral houdt van een duidelijke melodische ontwikkeling, herkenbare thema’s of een sterk ritmisch verloop, zal hier weinig vertrouwde aanknopingspunten vinden. De spanning ontstaat langzaam en zit vaak in zeer kleine veranderingen. Een toon die nauwelijks beweegt, kan daardoor toch betekenis krijgen. De combinatie van literatuur en muziek blijft daarbij overtuigend omdat beide kunstvormen hun zelfstandigheid behouden. Bača probeert Beckett niet toegankelijker te maken door diens tekst van muzikale uitleg te voorzien. Hij creëert eerder een tweede laag die naast de woorden bestaat. Daardoor kunnen beide elkaar beïnvloeden zonder dat de ene de andere overheerst. Ook de keuze voor een strijkkwartet is interessant. Beckett had een sterke belangstelling voor muziek en was onder meer een groot bewonderaar van Schubert. Zijn eigen taal heeft een uitgesproken gevoel voor ritme, herhaling en stilte. Bača maakt daar geen directe muzikale verwijzingen naar, maar er is wel een overeenkomst in de manier waarop tijd en stilte worden behandeld.

Uiteindelijk gaat de compositie sterk over tijd. Niet over tijd als een meetbare opeenvolging van minuten en uren, maar over de manier waarop tijd door een mens wordt ervaren. Een ogenblik kan lang duren. Een herinnering kan plotseling terugkeren. Iets uit het verleden kan sterker aanwezig zijn dan wat zich op dat moment werkelijk afspeelt. Dat maakt de muziek ook emotioneel, zonder dat ze uitgesproken sentimenteel wordt. De componist gebruikt geen grote gebaren om de luisteraar te vertellen wat hij moet voelen. De emotie ontstaat juist uit de traagheid, de onzekerheid en het wachten. Het einde biedt dan ook geen echte oplossing. Er wordt geen verhaal afgerond en geen probleem opgelost. De woorden verdwijnen en de muziek komt tot rust, maar er blijft een gevoel van onafheid bestaan. Dat past bij de wereld van Beckett, waarin wachten vaak belangrijker is dan aankomen.

De uitgave vraagt daarom een andere manier van luisteren dan een traditioneel klassiek album. Ze is niet bedoeld als achtergrondmuziek en laat zich ook niet gemakkelijk in één luisterbeurt doorgronden. Woorden, stiltes, herhalingen en klanken vragen allemaal hun eigen aandacht. Wie die tijd neemt, ontdekt een werk dat geleidelijk meer samenhang krijgt. De stem van Griffiths, de muziek van Bača en het spel van het JACK Quartet vormen samen geen klassiek verhaal, maar eerder een landschap waarin de luisteraar zelf zijn weg moet zoeken. Daarin ligt misschien ook de meest interessante kwaliteit van deze samenwerking. Beckett en Bača geven geen antwoord op de vragen die in de tekst en de muziek ontstaan. Ze laten ze bestaan. Wat blijft er over wanneer herinneringen vervagen? Hoe betrouwbaar is wat we waarnemen? Wat betekent het om te wachten op iets waarvan we niet weten of het ooit komt? De muziek sluit die vragen niet af. Ze laat ze juist nog even nazinderen wanneer de laatste klanken zijn verdwenen. Er is beweging en stilstand, herinnering en heden, aanwezigheid en afwezigheid. Alles lijkt voortdurend op de grens tussen twee toestanden te staan. Dat maakt deze uitgave tot een bijzondere ontmoeting tussen literatuur en hedendaagse kamermuziek. Niet eenvoudig, niet onmiddellijk toegankelijk, maar wel consequent in haar benadering. Wie bereid is rustig te luisteren, krijgt een werk waarin woord en muziek elkaar aanvullen zonder elkaar te verklaren.

De stilte aan het einde voelt daardoor niet als een definitief slot. Eerder als een laatste moment van wachten.

ECM New Series 2801 http://www.outhere-music.com

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord