Na de jazz is het tijd voor de barok.
Het festival ontvangt cellist Nicolas Altstaedt en Ensemble Jupiter onder leiding van luitist Thomas Dunford, met een programma dat volledig aan Vivaldi is gewijd.
Het publiek is minder talrijk dan de avond voordien. Zou de warmte daar iets mee te maken hebben?
Nicolas Altstaedt behoort vandaag tot de meest gevraagde en veelzijdige musici van zijn generatie. Als solocellist, dirigent en artistiek leider van verschillende festivals bestrijkt hij een repertoire dat reikt van de oude muziek tot de hedendaagse creatie. Hij fascineert doorgaans met zijn charisma, zijn creativiteit en de vrijheid die elk van zijn muzikale gebaren lijkt te kenmerken.
Thomas Dunford wordt dan weer beschouwd als een van de beste luitisten van zijn generatie. Toch komt de eerste helft van het concert maar moeilijk op gang. De gekozen werken zijn minder bekend en misschien ook minder toegankelijk. Scherpte en elan blijven wat achterwege. Het publiek blijft enigszins op afstand. Misschien heeft de warmte die over het voorplein hangt zowel de musici als de luisteraars in haar greep.
En dan gebeurt er iets wonderlijks: na de pauze ontwaakt iedereen.
Met meer vertrouwde werken herwint Vivaldi’s muziek onmiddellijk haar betoverende kracht. Het beroemde Concerto voor luit in C, RV 93, is een waar juweel.
Thomas Dunford ontplooit daarin een aanstekelijke vrijheid en speelsheid. De precisie en fluwelige zachtheid van zijn aanslag – als kattenpootjes met zachte voetzolen –, de ontspannen virtuositeit van zijn spel en de innige versmelting van beweging en klank maken dat je niet meer weet wie wie draagt: de musicus zijn instrument of het instrument zijn bespeler.
“De luit is een bijzonder sensueel instrument, met een immens palet aan klankkleuren en boventonen,” vertelt hij. “Ze is ook heel organisch, bijna menselijk, met zowel een mannelijke als een vrouwelijke kant, en een kwetsbaarheid waardoor je het stilzwijgen bijna kunt aanraken.”
Thomas Dunford schuwt de grote woorden niet wanneer hij spreekt over de geheimen, de bezieling en de mystiek van zijn instrument. Zijn zonnige en gulle persoonlijkheid bepaalt duidelijk zowel zijn verhouding tot de wereld als zijn manier van musiceren.
Het Celloconcerto RV 424, vertolkt door Nicolas Altstaedt, is één groot feest. De muziek bruist en stroomt, nu eens stralend, dan weer fluweelzacht, prachtig gefraseerd en gedragen door een onweerstaanbare ritmische puls. De cello, een instrument met een uitgesproken sensuele klank, lijkt alles te kunnen: alles uit te drukken en alle mogelijkheden ten volle te benutten.
Maar het absolute hoogtepunt van de avond is het Concerto voor twee cello’s RV 531.
Bruno Philippe, die deel uitmaakt van het ensemble, voegt zich bij Nicolas Altstaedt. Wat volgt is een schitterende dialoog tussen beide cello’s. Vivaldi schreef honderden concerto’s, maar dit werk onderscheidt zich door zijn uitzonderlijke expressieve kracht.
Vanaf de eerste maten is de emotionele lading intens. In het langzame deel krijgt de muziek een bijna autobiografische droefheid. Daarna volgt een uitzinnig slotdeel, waarin Vivaldi met verbluffende vrijheid speelt met ritme en tonaliteit.
Deze keer is het publiek volledig wakker. De warmte is nog altijd voelbaar, maar de muziek heeft het van haar overgenomen.
Vivaldi kan verzengend zijn.