KEW finaleavond 2: Twee persoonlijkheden, twee visies

by Knopskaya

De tweede finaleavond van de Koningin Elisabethwedstrijd voor cello bracht opnieuw twee sterke persoonlijkheden op het podium. Yo Kitamura en Ivan Sendetsky kregen, net als alle finalisten, eerst de uitdaging om het verplichte werk Four Odes to the Tidings of Flowers van Fang Man te vertolken, gevolgd door een concerto naar keuze met het Belgian National Orchestra onder leiding van Antony Hermus. Het werd een avond waarop niet alleen technische beheersing centraal stond, maar vooral ook de manier waarop beide musici hun eigen muzikale identiteit wisten te tonen.

Het verplichte werk bleek opnieuw een uitstekende graadmeter voor de creativiteit en het interpretatieve vermogen van de kandidaten. De partituur combineert lyrische passages met ritmische complexiteit en vraagt een grote gevoeligheid voor kleur en sfeer. Hoewel beide finalisten dezelfde noten speelden, ontstonden er twee duidelijk verschillende lezingen van het werk.

Yo Kitamura koos voor een eerder verfijnde en introspectieve benadering. Hij legde veel nadruk op de poëtische kant van de muziek en werkte met subtiele kleurnuances en zorgvuldig opgebouwde spanningsbogen. Zijn spel ademde rust en concentratie uit, waardoor de meer meditatieve momenten bijzonder overtuigend overkwamen. De verschillende motieven kregen een organische ontwikkeling en hij liet de muziek als het ware vanzelf ontstaan. Zijn interpretatie nodigde uit tot aandachtig luisteren en bracht veel detail naar voren zonder de grote lijn uit het oog te verliezen.

Ivan Sendetsky benaderde hetzelfde werk op een meer directe en expressieve manier. Waar Kitamura vooral de verfijning en de sfeer benadrukte, koos Sendetsky vaker voor uitgesproken contrasten en een grotere dramatische aanwezigheid. De ritmische accenten kregen meer scherpte en de dynamische verschillen werden sterker uitgespeeld. Daardoor ontstond een lezing die meer spanning en urgentie uitstraalde. Zijn interpretatie maakte de dramatische kant van de compositie duidelijk zichtbaar en gaf het werk een sterk narratief karakter.

Deze verschillen maakten het verplichte werk bijzonder interessant. Kitamura zocht naar nuance, kleur en innerlijke rust, terwijl Sendetsky eerder focuste op energie, spanning en directe communicatie. Geen van beide benaderingen voelde geforceerd aan; integendeel, ze weerspiegelden duidelijk de artistieke persoonlijkheid van de uitvoerders.

Met het Symfonieconcerto van Prokofjev koos Kitamura vervolgens voor een van de meest ambitieuze werken uit het volledige cellorepertoire. Het concerto vraagt niet alleen een uitzonderlijke techniek, maar ook een sterk gevoel voor vorm en structuur. Kitamura bracht een uitvoering die opviel door haar controle en helderheid. Zelfs in de meest complexe passages bleef zijn spel overzichtelijk en doelgericht. De vele stemmingswisselingen in de partituur werden zorgvuldig uitgewerkt en de grote architectuur van het werk bleef voortdurend voelbaar.

Zijn toon bleef homogeen doorheen het hele concerto en hij wist de lyrische momenten een bijzondere intensiteit te geven zonder hun natuurlijke eenvoud te verliezen. De virtuoze passages werden met vanzelfsprekendheid uitgevoerd, maar nooit als louter technisch vertoon. Alles bleef in dienst staan van het muzikale verhaal. Daardoor kreeg zijn interpretatie een sterke samenhang en overtuigingskracht.

Ivan Sendetsky koos voor het Eerste Celloconcerto van Sjostakovitsj, een werk waarin energie, ironie en emotionele diepgang voortdurend met elkaar verweven zijn. Vanaf het begin viel zijn directe podiumprésence op. Hij bracht het concerto met veel overtuiging en gaf de karakteristieke motieven een sterke profilering. Zijn spel combineerde technische zekerheid met een uitgesproken gevoel voor dramatiek.

Vooral de contrasten tussen de verschillende delen kwamen sterk naar voren. De felle passages kregen voldoende scherpte en spanning, terwijl de meer introspectieve momenten ruimte kregen om zich te ontwikkelen. In de grote cadens toonde hij niet alleen zijn technische mogelijkheden, maar ook zijn muzikaal inzicht. De opbouw van deze passage verliep logisch en natuurlijk, waardoor de overgang naar het slotdeel bijzonder overtuigend werkte.

Het Belgian National Orchestra leverde tijdens beide uitvoeringen een belangrijke bijdrage. Onder leiding van Antony Hermus werd telkens gezocht naar een evenwichtige samenwerking tussen solist en orkest. De begeleiding bleef alert en ondersteunend, terwijl de rijkdom van beide partituren volledig tot haar recht kwam.

Wat deze tweede finaleavond vooral kenmerkte, was de aanwezigheid van twee zeer verschillende artistieke profielen. Kitamura overtuigde met zijn verfijning, zijn gevoel voor structuur en zijn aandacht voor detail. Sendetsky maakte indruk door zijn directe expressiviteit, zijn dramatische kracht en zijn spontane communicatie. Ook in het verplichte werk kwamen die verschillen duidelijk naar voren: de ene koos voor contemplatie en nuance, de andere voor contrast en energie.

Daardoor groeide deze tweede finaleavond uit tot een boeiende confrontatie tussen twee overtuigende muzikale persoonlijkheden. Beide finalisten bewezen niet alleen over de vereiste technische kwaliteiten te beschikken, maar ook over het vermogen om een eigen artistieke visie uit te dragen. Dat maakte van deze avond een waardige voortzetting van een finale die nu al een bijzonder hoog niveau laat horen.

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord