Ik moet nu gaan – een triptiek: ziekte, euthanasie, rouw

by Klaas Chielens
Ik moet nu gaan - Garant Uitgeverij

De Moeder

Mieke Maerten is moeder van drie kinderen en master in de wijsbegeerte en moraalwetenschappen. Ze werkte vrijwillig als moreel consulent zelfs terwijl ze nog aan het werk was binnen de financiële sector. Nu begeleidt ze mensen met vragen rond het levenseinde bij het Huis van de Mens te Brussel. In “Ik moet nu gaan” verwerkt ze de dood van haar zoon, Pieter.

De Zoon

Het communisme is mooi maar verouderd… Het boek begint met de levensfilosofie van Pieter, zijn nagelaten filosofisch testament; geschreven toen hij wellicht nog geen 18 was maar die een richtlijn vormde voor zijn latere bestaan. Hij zou er nog evenveel jaren bij doen om tenslotte zijn zelfgekozen dood te vinden op 36 jarige leeftijd. Een zoektocht en strijd voor de kunst van het leven; of zoals hij het zelf schreef “de wereld draait om kunst en kunst is alles waar liefde in zit”.

Eigenzinnig

Het boek is geen portret van Pieter; ook al worden door de woorden van de auteur uiteraard beelden van hem geschetst, toch is het geen biografisch werk. Het is een weergave van de perikelen van een moeder en haar zoon, worstelend – met veel warmte weliswaar – en niet altijd even makkelijk. Pieter had de moed om dingen te proberen, als hij ze in overeenstemming kon brengen met zijn filosofie; hij waagde de sprong en ging tegen de stroom in; ook soms tegen de ouderlijke stroom; toch was dit ook verrijkend, de moeder leert van haar zoon, brengt dingen bij.

7 Oktober

Na maanden van afwezigheid ziet Mieke haar zoon terug op 7 oktober 2014. Hij straalt vermoeidheid uit op een manier die haar zorgen baart. De bom valt op een zonnige dag; in het Centraal Station van Brussel, enkele minuten na de ontmoeting, deelt Pieter zijn moeder mee dat hij ongeneeslijk ziek is; botkanker. Een vreselijk verdikt dat hij zelf op 22 september te horen kreeg, toen hij wegens ondraaglijke pijn naar de spoeddienst trok waar het harde verdikt heel snel viel. Haar hoofd tolt, terugdenken aan de broer die ze aan die vreselijke kankerziekte verloor, nauwelijks twee jaar eerder. Het restaurantbezoek wordt anders dan verwacht; niet het blije weerzien maar een gesprek over leven en doodgaan; over de wens tot euthanasie. De lezer kan er niet om heen en het gevoel van de moeder is nauwelijks te beschrijven; en toch vindt Mieke de woorden om er nuchter op in te gaan; het is het begin van het proces dat veel te snel afgelopen zal zijn. Op 13 december reeds zal het finale afscheid zijn; nauwelijks 2 maanden tussen de eerste mededeling en het einde. Pieter wilde leven, niet geleefd worden.

Thuis en verpleging

Pieter trok niet naar het ziekenhuis; hij bleef thuis, in het pand waar hij woonde met wat vrienden; Mieke moest dus sterk blijven, blijven functioneren; ze moest er kunnen ‘staan’ wanneer Pieter haar nodig heeft. “Ik moet blijven denken, voelen en vooral functioneren.” Mieke probeert zich onzichtbaar te maken, niet in te breken in het leven van haar 36 jarige zoon die ze plots weer elke dag in haar leven heeft; moederzorg van begin, tot einde.

Alle gevoelens worden scherper; er zijn niet enkel moeilijke en pijnlijke momenten; er is geworstel met verdriet maar evenzeer met alle praktische zaken. De ziekte vreet aan zijn lijf en de pijnbestrijding draait al op maximum maar is nauwelijks voldoende. Het lichaam is op, kapot gemaakt door de pijn; het lijden van de zoon versterkt het lijden van de moeder, de lichtheid van het bestaan houdt even op.

Bureaucratie

Doorheen zijn leven – en het boek – worstelt Pieter met het systeem, en het systeem met Pieter. Er was dus geen huisarts – noodzakelijk voor euthanasie – geen mutualiteit, geen papierwinkel die nodig was. Zelfs na zijn dood blijft het verder spoken, de papiermolen; na de uitvaartplechtigheid blijft hij nog enkele dagen liggen, omdat er weer een stempel ontbrak of papiertje niet in orde was; het is kenmerkend voor Pieter en zijn manier van leven; het is alsof de administratie nog het laatste woord wou.

Rouwproces

Een ding laat zich niet dwingen, het besef dat je weg bent en niet meer terugkomt. Het proces is lang; de pijn van de patiënt is beëindigd maar op dat moment moet de moeder alleen verder; met een leegte die achterblijft. Mieke pleit voor het recht op een goede dood, naast het recht op een goed leven. De maatschappij heeft voor haar de plicht om daarvoor te zorgen. Je moet eervol kunnen kiezen voor de dood, zoals jij die voor ogen hebt. Levenskunst gaat niet enkel om leven maar ook om sterven. Ze kan rust vinden in het feit dat ze heeft kunnen helpen om dit alles tot een goed einde te brengen. Je kan het boek zien als een pleidooi voor euthanasie; die niet enkel rust brengt bij diegenen die er voor kiezen, maar die de achterblijvende familie toelaten te berusten in het feit dat er een einde kwam aan uitzichtloos lijden voor de hulpzoekende die autonoom kon beslissen dat het genoeg was. Daarnaast is het een verslag van leven, van dood, van rouw; een rouwproces dat steeds minder aanvaard wordt in de hedendaagse maatschappij waar Pieter zich zo veel mogelijk buiten stelde; op zijn eigen – zinnige – manier.

Meer info

Ik moet nu gaan werd uitgegeven bij Garant.

Het boek is te koop in de betere boekhandel. Of via bol.com:

Op 2 april 2019 volgt nog een boekvoorstelling in het Huis van de Mens te Brussel.

Misschien houdt u ook van: