Met volle Gusting

by Vera Steenput

Op zondag 4 juli zette een zondvloed de Kennedytunnel onder water en werden alle evenementen in de buitenlucht geannuleerd, waaronder de poëzieroute in het Antwerpse stadspark met vier deelnemende dichters.
Een poëzieroute die werd georganiseerd door Gust Peeters, de grootste pleitbezorger van beginnende en gevestigde dichters in ons land.  In z’n eentje gaat hij het gevecht aan met administratieve en andere molens (subsidies! Sabam! pandemie!) om toch maar dichters en singer-songwriters op het podium te krijgen.

Sinds hij in 2014 de acrostichon-wedstrijd van Klara won, is de levenslange interesse voor poëzie en zijn schrijflust alleen maar gegroeid zodat hij inmiddels een behoorlijke hoeveelheid gedichten bij elkaar heeft geschreven.  Hierbij volgt hij zijn persoonlijke route die gestoeld is op open ogen en oren, inzichten en aanvoelen.  Dit resulteert in eigen-zinnige teksten die een publiek kunnen meeslepen en die ook waardering kregen van Peter Holvoet-Hanssen, Joke van Leeuwen, Patrick Lateur, Rick de Leeuw, Geert van Istendael en Jean-Pierre Rawie.

De dag na de zondvloed vonden we Gust terug op het draaiende podium van het mobiele openluchttheater De Carrousel (coronaproof) aan de boord van de Schelde.  Hij bracht er zijn gedichten van het laatste anderhalf jaar in een eenmalige voorstelling met als titel Met volle Gusting, een project dat hij ook in 2017 en 2019 uitwerkte.  Zowel vaste vormgedichten als het vrije vers kwamen aan bod.  Als balorige dwarsligger, zoals Gust zich met een monkellachje omschrijft, bracht hij een aantal gedichten rond de actualiteit waarbij de maatschappijkritiek niet werd geschuwd zoals Beeldenmaakster
(Delphine Boël), Sihamese kwatrijnen (Sihame El Kaouakibi), Amanda (Gorman), Apocalyps (Corona) en stokpaardjes als de Woke beweging en Catalonië.  Scherpe poëzie, gebracht met een verraderlijk vriendelijk en zachte stem.
Verder werden er eigen vertalingen gebracht van de Koerdische dichters
Abdullah Goran en Kazahl Ahmad, van Leonard Cohen en van het inspirerende gedicht Do not stand at my grave and weep, sinds 1998 definitief toegedicht aan Mary Elizabeth Frye.
Dat laatste brengt ons onmiskenbaar bij een thema dat regelmatig terugkeerde in deze voorstelling: ouder worden, sterven, de dood.
Enkele titels: Ik ben op de dood gericht, Dit is de tijd, Verlies mij maar, Epitaaf en Metgezel.
Verder blijven zeker ook de volgende gedichten hangen: Reiziger, Manco, Dwang, Er zit een droefheid diep in mij (melancholie), Wie (“Alle gedichten gaan eigenlijk over seks”), Er staat een man in de tuin (mystiek), Zuiderzee en het sarcastische slotgedicht Sterfbelasting (toch weer de dood), a capella gezongen door Gust.

Gust zou Gust niet zijn als hij deze gelegenheid niet te baat nam om ook een paar singer-songwriters onder de aandacht te brengen.  Op het einde van deel 1 bracht Kobe – Jakobistan – Ardui enkele van zijn nummers; het laatste werd een cross-over met spoken word artiest en podiumtijger Gert Van Lerberghe. Deel 2 werd dan weer opgeluisterd door het Antwerpse kleinkunstduo Tegen Beter Weten In, gevormd door Robin Van Araignien en Timothy Van de Gejuchte.

Door initiatieven als dit werkt Gust Peeters aan een toekomst met vruchtbare kweekgrond voor poëzie en kleinkunst.  En dat is toch waar cultuur over gaat?

Metgezel

Mijn metgezel is toch de dood,
die vriendelijke tovenaar
die met een argeloos gebaar
het leven uit de mensen stoot.

Hij geeft zich over aan het spel
en knipoogt naar de spelgenoot:
die valt dan neer en die is dood,
zijn kaarten zijn niet meer van tel.

Mijn metgezel, ik ken hem goed:
hij heeft zich aan mij vastgehecht
en mij verteld dat, heel oprecht,
hij aan mij heeft wat er toe doet.

© Gust Peeters

Foto’s © Vera Steenput

Misschien houdt u ook van: