Op bezoek bij Alice Nahon

by Vera Steenput

15 augustus 2021, één dag voor de 125ste verjaardag van Alice Nahon, nog altijd één van de best verkochte Vlaamse dichters ooit, werd dit op de begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen herdacht.  Alweer een schitterend initiatief, gekiemd, gegroeid en gerijpt in het creatieve hoofd van dichter en poëzie-organisator Gust Peeters.  In het realiseren van dit project kroop veel tijd en energie.  Het was dan ook betreurenswaardig dat de pers, die uitgebreid werd geïnformeerd van dit gebeuren, nergens een plekje kon vrijmaken om dit eerbetoon aan te kondigen.  Nog kwalijker was de totale absentie uit politieke hoek.  Slechts enkele van de massaal uitgenodigde Antwerpse, Hobokense en Wilrijkse gezagsdragers namen de moeite zich hiervoor te verontschuldigen.  Nochtans hadden de afwezigen meer dan ooit ongelijk.

Wél op het appel waren de dichters.  Liesbeth Aerts, Daniel Billiet, Monique Bol, Vanessa Daniëls, Bert Deben, Tom Driesen, Goedele Horemans, Leen Pil, Yanni Ratajczyk, Antony Samson, Vera Steenput, Runa Svetlikova, Leen Verheyen, Tom Veys, Akim A.J. Willems en natuurlijk Gust Peeters zelf waren vanuit heel Vlaanderen (van Roeselare tot Turnhout) naar het Schoonselhof getrokken voor deze unieke gelegenheid.  Gert Vanlerberghe en Frank Van Den Houte konden er helaas niet bij zijn.

Om 14u30 verzamelden de dichters zich rond het graf van Alice Nahon.  Na het voorlezen van een drietal gedichten werd een heildronk uitgebracht en mocht elke dichter een dieprode roos neerleggen op de eenvoudige zerk.

 

Onder de felle zomerzon begon een half uurtje later het publieke luik voor en op de imposante trappen van het Kasteel Schoonselhof.  Elke dichter had een keuze gemaakt uit het werk van Nahon, las dit voor en bracht hierop een antwoord in de vorm van een nieuw gedicht, speciaal voor de gelegenheid geschreven.  De meeste dichters kozen voor het vrije vers maar af en toe was ook wel een sonnet en één enkele villanelle te horen.


Inhoudelijk kon men een geweldige diversiteit vaststellen: de reflectie op Nahons gedichten was beschouwend, medelevend, vermanend, wonderlijk of merkwaardig naargelang de inspiratie.  Eén dichter waagde zich zelfs aan een schunnige respons op het alom gekende Avondliedeke III “’t Is goed in eigen hert te kijken”, iets wat Alice zeker had doen monkellachen.  Zij wordt immers vaak afgeschilderd als een halve heilige terwijl de biografische gegevens dit absoluut tegenspreken.
Tenslotte kon elke dichter ook nog een paar eigen gedichten brengen.
Opmerkelijk hierbij was dat velen in hun oeuvre op zoek waren gegaan naar teksten die aansloten bij Nahon, bij haar rusteloosheid, bij het vrouw-zijn of bij de bijzondere locatie van de dag.

Doordat iedereen het tijdschema respecteerde, kon Gust Peeters met zijn bijdrage de herdenking mooi afronden.
Initiatieven als dit kunnen niet hard genoeg worden toegejuicht en gestimuleerd.  Hopelijk stappen media en overheid volgende keer mee in de poëzieboot.

Schaduw III

Ik heb de liefde liefgehad;
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
Zoo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.

Ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in den lommer leeft
dan zon te dragen.

En daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar lamp- en zonnelicht
getemperd zijn voor de oogen
en waar de soobre lijn van een gelaat
en waar de vrede van een vriendschap staat
lijk schaduw van een boom
over mijn hoofd
gebogen.

Alice Nahon
uit: Schaduw (1929)

 

Misschien houdt u ook van: