Opening Transit Festival – The sound of Tomorrow: Four little composers and a Spark

by Knopskaya

Het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant gaat jaarlijks nog een stapje verder. Tijdens het Transit-festival wordt er niet teruggegrepen naar muziek van vroeger en zelfs niet van vandaag. Neen, er wordt totaal toekomstgericht gedacht. Het openingsconcert van het drie dagen durende festival liet het publiek kennismaken met de evolutie van klank.

Evolutie

De centrale gedachte bij experimentele muziek gaat steeds uit van klank, eerder dan van notenbalken en partituren. Componeren is niet alleen het neerpennen van noten, het is het creëren van klanken en dus ook het maken van nieuwe muziekinstrumenten. Voor de sceptici onder ons een kleine vergelijking; ooit vonden vele luitisten vermoedelijk de viola da Gamba een modeverschijnsel. Gambisten zullen wel hun gedacht gehad hebben over de barokviool, net zoals klavecinisten van weleer raar opkeken bij het verschijnen van de eerste pianoforte, om nog te zwijgen over de piano. Moest de muziek zich hebben laten knechten door terughoudendheid, dan was er vandaag niet zulke rijke traditie. En dat is net de reden waarom er nieuwe muziek en instrumenten moet ontstaan. Morgen zal men terugblikken naar vandaag en gisteren, overmorgen naar morgen en vandaag.

Verhaal

Het openingsconcert – in STUK Leuven – werd gespeeld door het ensemble Mosaik, die vier composities brachten in aanwezigheid van een aantal van de componisten zelf. Als eerste compositie werd 8 little Indians van Jasper Vanpaemel gebracht, gebaseerd op Agatha Christie’s thriller 10 little niggers. De compositie was om verschillende redenen hoogst spannend. Er was naast het klankeffect ook een verhaal. Vanpaemel ziet de uitvoerende muzikant ook als een soort van acteur, wat duidelijk naar voor kwam tijdens deze uitvoering. Het begint allemaal met een futuristisch geluid, gebracht door 9  muzikanten die elk een soort hoofddeksel dragen. Het instrument zelf lijkt een beetje op een soort waterpas. Via bluetooth registreert het instrument bewegingen, die tot muziek leiden. Jawel, muziek, georkestreerde nauwkeurig uitgevoerde klank. Dit werd vooral duidelijk door de dialoog tussen de instrumenten. Aan het begin gingen deze instrumenten enkel in dialoog met percussie. Telkens stapt 1 muzikant op, legt het instrument neer en gaat aan de zijkant een ander instrument bespelen. De eerste muzikant die afviel, speelde altviool, waarop de klarinet, hobo, cello, contrabas en piccolo volgden. Uiteindelijk bleef het keyboardje over. Men voelde ook telkens een spanning in de muziek voor er iemand zou afvallen. Een spannend totaalspektakel.

Geen noten maar klanken

De tweede compositie van de avond  – Fleisch van Enno Poppe – is op het eerste gezicht een explosie van klanken waar men geen directe melodie in herkent. Er worden instrumenten gebruikt uit de moderne popmuziek zoals een elektrische gitaar, keyboards en percussie, samen met een cello. Noten verdwenen als hoofdzaak. Maar aan het einde van deze composities werd het opzet duidelijk, want men kon echt een drie á vier verschillende bewegingen van mekaar onderscheiden, en dit niet door de onderbreking, maar door de variatie in klankexplosie doorheen het stuk – it makes one think.

Blinddoekspelletje

Bemessung #3 van Eduardo Moguillansky voor ensemble en twee draaitafels is een creatie die een spel speelt met uw binnenoor. Twee draaitafels – een elektrische en eentje met draairiem aangevoerd- worden nauwkeurig bediend door Ernst Surberg, die we eerder achter het keyboard aan het werk zagen. Hij voegt gewichten toe op strategische plaatsen zodat er fluctuaties ontstaan. Hierop wordt door het orkest ingespeeld. De fluitiste wisselt vlot tussen piccolo en alt om de diepe en hoge tonen op te vangen, de andere instrumenten worden op zulke catchy manier ingezet dat men na een tijdje een eenheid hoort tussen het nieuwe geluid en het geluid voortgebracht door traditionele instrumenten. Het benadrukt de eenheid van klank.

Varkentjes

Benjamin Scheuers Jammerorgel gaat voor het ludieke binnen de muziek. Voor deze compositie werden vier nieuwe instrumenten gemaakt, waarvan de geluiden gemengd worden met het spel van het orkest én een gesampelde sound. Het komt soms wat kinderlijk over –  Schuiffluiten en mondorgels. Het klonk ook bijzonder vrolijk, maar ook menselijk. Het leek alsof er mensen riepen, huilden of klaagden. Alle geluid samen is menselijk.

De apotheose was ook visueel bijzonder knap. Om zijn speelse punt te benadrukken, liet Scheuer de muzikanten hun traditionele instrument inruilen voor rubberen piepvarkentjes – jawel u leest het goed. Opmerkelijk is dat wanneer men deze correct weet te manipuleren, men exact ingeschat geluid kan produceren.

Vonk

Transit 2018 legt de nadruk op vrouwelijke componisten – zo ook tijdens het laatavondprogramma dat na het openingsconcertplaatsvond.  Tijdens haar productie Songs for Vonk nodigt co-creator Nicoline Schoeter componisten uit om samen met haar een programma te schrijven. Het resultaat zijn songs met heel verschillende invloeden, er ontstaat dus een soort van cross-over tussen soms onverwachte genres. Hierbij ook  veel aandacht voor het Woord. Het publiek in de zaal was bijzonder jeugdig, waaruit blijkt dat er bij onze jongeren nog duidelijk interesse is naar creatie toe, eerder dan naar reproduceren en eindeloos herhalen.

In dit project werden eveneens twee vrouwen betrokken; de Nederlandse Brechtje en de Amerikaanse Molly Joyce. Er is aandacht voor verschillende muziekvormen, maar ook voor verschillende vormen van beweging. Aanpassen staat daarbij voor Molly Jones centraal, gezien ze zelf sinds een auto ongeval leeft met een beperking.

Songs for Vonk is een pleidooi voor vrouwelijkheid en zelfontplooiing en daarom passend binnen het concept van Transit, het staat voor dat naar waar we (willen) evolueren.

Toelichting vooraf: Maarten Beirens, artistiek directeur Transit

 

Misschien houdt u ook van: