Midas Dekkers is een fenomeen. En als de bioloog een nieuw boek uit heeft, kan je er donder op zeggen dat er over gesproken wordt, want de controverse heeft hij nooit geschuwd. Boeken als ‘Lief dier’, ‘Lichamelijke oefening’ of ‘De vergankelijkheid’ zinderen, jaren na de publicatie, nog na.
In zijn nieuwste worp, ‘Het menselijk tekort’, stelt hij vragen als ‘Wat moet een mens met een ideale schoonzoon? Wat moet de natuur met een ideale soort? Is de mens nu nog niet af? Want na miljoenen jaren evolutie is er nog steeds veel te wensen over.
Dekkers neemt je 282 pagina’s lang mee in zijn gedachtestroom en geloof me, dat is een voorrecht. Hij springt van hot naar her, en je weet niet waar de volgende zin of alinea heen gaat. Dat biedt een unieke, organische, kijk in het hoofd van de man. Dat het boek daardoor voor sommige lezers misschien wat structuur mist, een kniesoor die daarom maalt. Want het levert je ontelbare biologische wetenswaardigheden op, die hij lardeert met citaten uit ons religieuze verleden, maar evenzeer uit de literatuur. Dekkers lezen, het is steeds met een enorm genoegen een onderhoudende causerie in cultuurgeschiedenis beleven.
‘Romantici dweepten eind 19e, begin 20e eeuw met de weeë belofte van veel troost en weinig genezing’, aldus Dekkers in het boek. ‘Chopin was tuberculeus in een tijd dat goede gezondheid niet chic was, schreef collega-componist Camille Saint-Saëns.’ Kwestie van één fragmentje te ontlenen. Of nog eentje, om in de muziek te blijven: ‘Cellist Anner Bijlsma vergeleek muziek met een prachtige vogel, opgesloten in een kooi, terwijl het erom gaat dat je het dier laat vliegen. Zijn leerling Jean-Guihen Queyras was het daar hartgrondig mee eens: ook ik houd mijn leerlingen voor dat melodieën behoren te vliegen. Het najagen van perfectie leidt tot levenloze noten. De genialiteit van klassieke meesters als Haydn en Mozart zit hem erin dat hun volmaaktheid niet van steen is, maar vloeibaar.’
Bij Dekkers ontmoet biologie muziek, maar ook literatuur en schilderkunst.
Prikkeldraad
En de man is ontiegelijk geestig. Een verdomd goed schrijver, ook.
Ik citeer een fragmentje over koeien, omdat ik voor de dieren zelf ook een bijzondere zwak vertoon.
‘Waar ik ook niet tegen kan, zijn koeien. Daar hoeven ze niets voor te doen dan koe te zijn. Zo groot en zo schonkig en daar dan maar wat staan. Wisten ze maar waar ze heen wilden, dan gingen ze wel. Dan zouden we iets meemaken! Soms, één dag in het jaar, wanneer ze weer de wei in mogen, denken ze het even te weten. Dan springen ze bokkend op en neer en slaan met hun hoeven. Ze willen heus wel. Maar wat? Je zou willen helpen. Maar hoe? Twee onvermogens met wat prikkeldraad ertussen.’
Kritiek spaart hij niet op. Deze frase deed me gniffelen: ‘Terugkeren naar een staatsbeheerd bos is als terugkeren naar een cafeetje waarvan ze inmiddels een steengrillrestaurant hebben gemaakt.’
Zo gaat het een tijdje door, fietsend langs onze onvolkomenheden. ‘Onvolmaaktheid is onze charme’, weet Dekkers ‘De verlegen jongeman, het struikelende kind en dat spleetje tussen de tanden stemmen mild. Het leven wordt voortgedreven door onvolkomenheden, hoe hard de moderne mens die ook probeert te ontkennen door middel van fitness of botox. Koester ze.’
Ik onthoud de passage waarin hij Nietschze aanhaalt: ‘Als je een waarom hebt om te leven, kun je bijna ieder hoe verdragen.’
Dus je weet wat je te doen staat: rep je naar de boekhandel, haal ‘Het menselijk tekort’ in huis, een handleiding, één van de vele overigens in het pantheon van de literatuur, om een dieper gewortelde mens te worden.
‘Het menselijk tekort’ werd uitgegeven bij Atlas Contact.