De cd met pianowerken van Nikolaas Kende gewijd aan Johannes Brahms en Robert Schumann vormt een doordachte combinatie van twee monumentale werken uit het romantische pianorepertoire: de Tweede Pianosonate in fis klein, op. 2 van Brahms en de Fantasie in C, op. 17 van Schumann. Beide composities behoren tot de meest ambitieuze pianowerken van hun respectieve componisten en vragen niet alleen een grote technische beheersing, maar vooral een sterk gevoel voor architectuur, klankbalans en expressieve nuance. In deze opname kiest Kende voor een interpretatieve benadering die duidelijk gericht is op structurele helderheid en een relatief klassieke balans tussen emotionele intensiteit en vormbewustzijn.
In de sonate van Brahms valt meteen op dat Kende de grote lijnen van het werk zorgvuldig bewaakt. Het openingsdeel wordt met een stevige, energieke aanslag neergezet zonder dat de muziek zwaar of overmatig retorisch wordt. De pianist kiest voor een vrij natuurlijke spanningsopbouw, waarbij frasering en dynamiek geleidelijk worden ontwikkeld. Hierdoor ontstaat een overtuigende dramatische boog die het uitgebreide eerste deel samenhoudt. Tegelijkertijd blijft de textuur transparant, wat bij Brahms’ vaak dichtgeschreven pianostijl niet vanzelfsprekend is. Kende lijkt bewust ruimte te laten tussen de verschillende stemmen, waardoor contrapuntische details goed hoorbaar blijven.
In het langzame deel legt hij meer nadruk op lyriek en cantabile. De melodische lijnen worden met een zangerige toon gevormd, waarbij de pianist een relatief brede maar gecontroleerde rubato hanteert. De interpretatie vermijdt sentimentaliteit en blijft eerder contemplatief dan uitgesproken emotioneel. Hierdoor krijgt het deel een introspectief karakter dat goed past bij de poëtische ondertoon van de muziek. De balans tussen linker- en rechterhand is zorgvuldig uitgewerkt, waardoor de begeleidende figuren niet alleen ondersteuning bieden maar ook een subtiele harmonische spanning creëren.
Het scherzo vormt een duidelijk contrast. Hier kiest Kende voor een scherpe articulatie en een uitgesproken ritmische precisie. De energie van het deel komt voort uit de motorische drive van de muziek eerder dan uit extreme tempi. De virtuositeit blijft gecontroleerd en gericht op de muzikale structuur. In het finale weet de pianist de verschillende stemmingen van het deel goed te verbinden: het meer reflectieve openingsmateriaal en de latere, krachtigere passages vloeien organisch in elkaar over. De sonate als geheel krijgt daardoor een coherente vorm, waarbij de dramatische intensiteit nooit loskomt van de architectuur van het werk.
In Schumanns Fantasie in C verschuift de interpretatieve focus enigszins. Waar de Brahms-sonate vooral gebaat is bij structurele stevigheid, vraagt Schumanns muziek om een grotere flexibiliteit in tempo en karakter. Kende benadert het eerste deel met een duidelijk gevoel voor de wisselende stemmingen van de partituur. De contrasterende passages – van gepassioneerde uitbarstingen tot meer introspectieve momenten – worden zorgvuldig uitgewerkt zonder dat het geheel fragmentarisch wordt. Zijn frasering blijft relatief breed, wat de lange lijnen van Schumanns melodieën ondersteunt.
De pianist vermijdt hier een overdreven romantische benadering en houdt de klank relatief helder. Daardoor komen de harmonische verschuivingen en innerlijke stemmen duidelijk naar voren. Tegelijk kan deze benadering voor sommige luisteraars iets gereserveerd overkomen, omdat de emotionele extremen van het werk minder uitgesproken worden benadrukt dan in meer flamboyante interpretaties. Kende lijkt eerder geïnteresseerd in het onderliggende muzikale discours dan in puur dramatisch effect.
Het tweede deel wordt met een krachtige ritmische impuls gespeeld. De marsachtige energie en virtuositeit van de muziek krijgen een solide fundament door de stabiele puls die Kende aanhoudt. De technische eisen van het deel worden overtuigend beheerst, zonder dat het spel zwaar of mechanisch wordt. De pianist behoudt voldoende flexibiliteit om de frasen natuurlijk te laten ademen, terwijl de algehele beweging van de muziek duidelijk vooruit blijft gaan.
In het slotdeel kiest Kende voor een zeer ingetogen benadering. De langzame, bijna meditatieve sfeer van deze muziek wordt benadrukt door een zachte, ronde toon en een zorgvuldig gedoseerd pedaalgebruik. De melodische lijnen ontvouwen zich geleidelijk en zonder haast. De interpretatie benadrukt de contemplatieve kant van het werk en sluit de Fantasie af in een sfeer van rust en introspectie.
De opname als geheel kenmerkt zich door een evenwichtige pianoklank waarin zowel kracht als detail goed worden weergegeven. De dynamische bandbreedte van het instrument komt duidelijk naar voren, terwijl de verschillende registers van de piano goed in balans blijven. Dit ondersteunt Kendes interpretatieve focus op transparantie en structuur.
Als geheel presenteert deze cd een doordachte en muzikaal consistente visie op twee belangrijke romantische pianowerken. De interpretaties vallen op door hun helderheid, beheersing en respect voor de architectuur van de muziek. In plaats van een uitgesproken theatrale of extreem subjectieve benadering kiest Kende voor een stijl waarin expressie voortkomt uit de muzikale tekst zelf. Dat resulteert in een uitvoering die eerder reflectief en analytisch aandoet, maar tegelijk voldoende lyriek en spanning bevat om de emotionele wereld van Brahms en Schumann overtuigend tot leven te brengen.
Etcetera Records – KTC 1857 http://www.outhere-music.com http://www.etcetera-records.com