De tweedelige opname van Nanosonatas door Daan Vandewalle vormt een bijzonder overtuigende en diepgravende verkenning van een van Frederic Rzewski’s meest intrigerende latere cycli. De Nanosonatas zijn korte stukken, vaak miniaturen met een haast aforistisch karakter, maar ze dragen elk een sterk afgebakende identiteit. Vandewalle benadert deze diversiteit met een opmerkelijke controle, helderheid en begrip voor Rzewski’s soms grillige, soms uiterst sobere muzikale logica. Zijn spel benadrukt zowel de compactheid van de vorm als de grote ideeën die erachter schuilgaan.
Wat in deze interpretatie opvalt, is de manier waarop Vandewalle de contrasterende werelden binnen de cyclus laat ademen zonder ze ooit te laten verbrokkelen. De stukken variëren van speels en hoekig tot meditatief en haast leeg, maar hij houdt steeds een duidelijke lijn: het voelen van het moment, het niet forceren van expressie, het toelaten dat Rzewski’s gedachteflitsen vanzelf ontstaan en uitdoven. De pianist laat de miniaturen niet groter lijken dan ze zijn, maar weet ze toch een vanzelfsprekende zeggingskracht te geven, waardoor het geheel meer wordt dan een verzameling korte ideeën.
De vele stilistische schakeringen binnen de cyclus komen helder naar voren. Rzewski’s taal verwijst in flitsen naar barokke gebaren, naar pianopoëzie uit de romantiek, naar jazz, naar dansritmes of naar zijn eigen traditie van sociaal geladen muziek. Vandewalle speelt deze verwijzingen nooit uit als effecten; ze worden organisch geïntegreerd in het geheel. Het resultaat is een interpretatie die respect toont voor de fragmentaire structuur van de stukken, maar ook voor hun onderlinge resonantie. Zelfs in de meest onverwachte wendingen blijft een ondertoon van ernst en concentratie hoorbaar.
Ook de meer ontspoorde, dwarse of provocerende passages krijgen precies de juiste dosering. Vandewalle vermijdt elke karikatuur, maar laat wel de scherpte toe die in de muziek besloten ligt. De momenten van verstilling daarentegen worden niet sentimentalistisch benaderd, maar met een soort kalm, transparant luisteren dat de kern van Rzewski’s late stijl goed raakt: het besef dat muziek soms meer suggereert dan verklaart, en dat betekenis zich vaak in de eenvoud verbergt.
Door de volledige cyclus integraal voor te stellen, toont Vandewalle niet alleen de rijkdom van de afzonderlijke stukken, maar ook de bredere gedachtegang die door de hele reeks loopt. Hij maakt voelbaar hoe de Nanosonatas, ondanks hun beknopte vorm, dialogeren met elkaar en een grotere muzikale wereld schetsen. De opeenvolging van miniaturen krijgt hierdoor een boog die niet narratief is, maar eerder contemplatief, als het bladeren in een dagboek of het lezen van korte, open gedachten.
Als geheel is dit een interpretatie die uitblinkt door helderheid, concentratie en een diep respect voor zowel de speelsheid als de ernst in Rzewski’s muziek. Vandewalle weet de luisteraar uit te nodigen in een universum waarin grote ideeën in kleine gebaren schuilgaan en waarin elke noot precies genoeg is. Het resultaat is een opname die recht doet aan de complexiteit van de componist en tegelijk toegankelijk blijft, juist door haar eerlijkheid en eenvoud.
Passacaille Plus 9706 http://www.outhere-music.com