Met Mandoline. Dans les salons fin-de-siècle nemen Raffaele La Ragione, François Dumont en Sandrine Piau de luisteraar mee naar het Parijs van het einde van de negentiende eeuw. Het is een periode waarin de mandoline in Frankrijk een opvallende populariteit kreeg. Het instrument werd niet alleen geassocieerd met Napels en de Italiaanse volkscultuur, maar werd ook een modieus en verfijnd onderdeel van het Parijse salonleven. Deze cd probeert niet zozeer een overzicht te geven van grote werken voor mandoline, maar wil vooral laten horen hoe het instrument in die tijd werd gebruikt en ervaren. Dat levert een programma op dat afwisselend charmant, verrassend en soms ook wat licht van karakter is.
De keuze van het repertoire is een van de sterkste kanten van de cd. Bekende namen als Debussy, Fauré, Bizet, Gounod, Saint-Saëns, Massenet en Offenbach staan naast componisten die tegenwoordig veel minder bekend zijn. Ook Cécile Chaminade krijgt een belangrijke plaats. Daarnaast zijn er verschillende bewerkingen van werken die oorspronkelijk niet voor mandoline zijn geschreven. Dat is belangrijk, want juist zulke bewerkingen laten zien hoe gemakkelijk de mandoline in het muzikale leven van die tijd kon worden ingepast. De makers hebben duidelijk niet geprobeerd een kunstmatig zwaar programma samen te stellen. De bedoeling is eerder om een beeld te geven van een wereld waarin muziek ook iets elegants, onderhoudends en sociaal aangenaams mocht zijn.
Raffaele La Ragione is daarbij de centrale figuur. Zijn mandolinespel is technisch zeer verzorgd, maar vooral valt op hoe natuurlijk hij met het instrument omgaat. De mandoline klinkt bij hem niet als een vreemd element dat aan de muziek is toegevoegd. Ze krijgt een eigen plaats binnen het klankbeeld. Zijn toon is helder en soepel en hij weet een grote verscheidenheid aan nuances uit het instrument te halen. Vooral in de snelle passages is zijn spel licht en precies. Hij vermijdt daarbij grotendeels het gevaar dat mandolinemuziek gemakkelijk iets zoets of oppervlakkigs kan krijgen. De korte pizzicati in het bekende fragment uit Delibes’ Sylvia zijn daar een goed voorbeeld van. La Ragione speelt ze met humor en elegantie, zonder de muziek groter te maken dan ze is.
Interessant is ook dat hij niet uitsluitend de mandoline gebruikt. Op verschillende momenten speelt hij mandola, die een wat donkerder en voller geluid heeft. Dat geeft het programma meer afwisseling. De verschillen tussen de heldere mandoline en de warmere mandola worden goed benut. Vooral in de meer lyrische stukken werkt dat overtuigend. De mandola zorgt ervoor dat sommige arrangementen minder licht en minder decoratief klinken en daardoor meer muzikale inhoud krijgen.
François Dumont is een bijzonder belangrijke partner. Hij speelt niet alleen een begeleidende rol, maar vormt samen met La Ragione een echte kamermuzikale eenheid. Dat is niet vanzelfsprekend bij een programma waarin de mandoline vaak de melodie draagt en de piano voor een groot deel de harmonische achtergrond verzorgt. Dumont houdt zijn spel meestal licht en transparant, zodat de mandoline voldoende ruimte krijgt. Tegelijkertijd klinkt zijn partij nooit kleurloos. Hij reageert voortdurend op de frasering van La Ragione en weet de verschillende stijlen van de componisten goed te onderscheiden.
Dat Dumont voor deze opname een Pleyel uit 1896 gebruikt, is bovendien een interessante keuze. De piano heeft niet helemaal dezelfde klank als een moderne concertvleugel. Het geluid is lichter en minder massief, waardoor de combinatie met de mandoline zeer natuurlijk overkomt. Vooral in de salonachtige stukken is dat een voordeel. De piano krijgt hierdoor een historische kleur zonder dat de opname ouderwets of kunstmatig gaat klinken. De klank blijft duidelijk en verzorgd.
Sandrine Piau verschijnt slechts in een deel van het programma, maar haar aanwezigheid is belangrijk. Haar stem past bijzonder goed bij de intieme sfeer van de cd. In Debussy’s Mandoline en Faurés Mandoline zingt zij met de helderheid en verfijning die deze muziek nodig heeft. Ze probeert de liederen niet groter of dramatischer te maken dan ze zijn. Dat is een verstandige keuze. De teksten en melodieën krijgen daardoor iets lichts en elegants. Vooral bij Fauré is haar gevoel voor nuance sterk. De mandoline en de stem lijken elkaar daar vanzelf te vinden.
De liederen van Debussy en Fauré behoren tegelijkertijd tot de momenten waarop duidelijk wordt dat de cd niet alleen over de mandoline gaat. Het instrument is onderdeel van een bepaalde esthetiek. Bij Debussy krijgt het iets lichts, speels en bijna schilderachtigs. Bij Fauré is de sfeer meer verfijnd en melancholisch. De verschillen tussen beide componisten zijn klein genoeg om binnen het concept van de cd te passen, maar groot genoeg om het programma interessant te houden.
Een van de aardige aspecten van de cd is dat niet alles even bekend of even belangrijk is. Giuseppe Silvestri’s Lo sport bijvoorbeeld is vooral interessant als historisch document en als karakterstuk. Hetzelfde geldt voor sommige van de andere salonstukken. Wie uitsluitend op zoek is naar meesterwerken, zal hier misschien af en toe het gevoel krijgen dat de muziek vooral onderhoudend is. Dat is echter geen fout van de uitvoerders. Het hoort bij het gekozen onderwerp. De Parijse salons waren geen concertzalen waarin uitsluitend de belangrijkste kunstwerken werden gespeeld. Er was ook ruimte voor populaire muziek, arrangementen en stukken die bedoeld waren om een aangename sfeer te creëren.
Juist daarom is de opname het meest geslaagd wanneer men haar niet benadert als een verzameling vergeten meesterwerken die allemaal opnieuw moeten worden ontdekt. De waarde ligt vooral in het totaalbeeld. De cd maakt duidelijk hoe flexibel de mandoline aan het einde van de negentiende eeuw werd gebruikt. Een melodie uit een opera, een dans uit een ballet, een lied of een oorspronkelijk stuk voor mandoline kan naast elkaar bestaan. De arrangementen zijn daarbij geen bijkomstigheid, maar vormen een wezenlijk onderdeel van het verhaal.
De reeks stukken van Cécile Chaminade is in dat opzicht bijzonder geslaagd. Haar muziek heeft precies de combinatie van melodische charme, ritmische beweeglijkheid en elegante virtuositeit die goed bij de mandoline past. La Ragione laat hier horen dat het instrument veel meer kan dan alleen zacht tokkelen. Er zit snelheid, humor en karakter in zijn spel. Tegelijkertijd blijft hij weg van overdreven virtuositeit. Het doel is niet om de luisteraar voortdurend te laten horen hoe moeilijk de mandoline kan zijn, maar om de muziek zelf aantrekkelijk te maken.
Ook de arrangementen van Bizet, Saint-Saëns, Massenet en Offenbach werken over het algemeen goed. Natuurlijk verandert de muziek wanneer een orkest- of operawerk wordt teruggebracht tot mandoline en piano. Er gaat iets verloren aan kleur en omvang, maar daar komt iets anders voor in de plaats: intimiteit. Een bekende melodie krijgt ineens het karakter van kamermuziek. Dat past uitstekend bij het uitgangspunt van de cd.
Niet ieder arrangement is even overtuigend. Sommige stukken blijven toch een beetje klinken als verkleinde versies van grotere werken. Vooral wanneer de oorspronkelijke muziek sterk afhankelijk is van orkestrale kleur, kan de reductie naar mandoline en piano wat mager overkomen. Dat is een onvermijdelijk probleem van dit soort repertoire. Toch wordt het nergens storend. De uitvoerders zijn zich duidelijk bewust van de beperkingen én de mogelijkheden van de bezetting.
De cd heeft bovendien een prettige afwisseling. Er zijn geen lange blokken met uitsluitend instrumentale stukken of uitsluitend liederen. De korte werken helpen daarbij. Sommige duren nauwelijks twee minuten, waardoor het programma voortdurend in beweging blijft. Dat maakt de cd gemakkelijk om in één keer te beluisteren. Aan de andere kant kan juist die opeenvolging van korte salonstukken ervoor zorgen dat sommige muziek minder lang blijft hangen. Niet ieder werk krijgt genoeg ruimte om een diepe indruk te maken.
Wat de cd uiteindelijk vooral aantrekkelijk maakt, is de combinatie van muzikaal vakmanschap en historische nieuwsgierigheid. La Ragione laat horen dat de mandoline aan het einde van de negentiende eeuw veel meer was dan een exotisch instrument uit Italië. In de handen van goede musici kon ze ook een verfijnd instrument voor kamermuziek zijn. Dumont begrijpt dat uitstekend en Piau voegt met haar stem een andere dimensie toe aan het programma.
Als geheel is Mandoline. Dans les salons fin-de-siècle daarom een zeer geslaagde en sympathieke uitgave. De cd biedt geen zwaar programma, maar wel een helder en aantrekkelijk portret van een bijzondere muzikale mode. Raffaele La Ragione speelt met grote technische beheersing en veel gevoel voor stijl, François Dumont zorgt voor een subtiele en zeer muzikale begeleiding en Sandrine Piau brengt precies de juiste lichtheid en verfijning in de liederen. De historische instrumentkeuze en de verzorgde opname versterken het geheel.
Het resultaat is vooral geschikt voor luisteraars die graag minder bekend repertoire ontdekken en belangstelling hebben voor de muziekcultuur rond 1900. Wie alleen voor Debussy, Fauré of Bizet komt, krijgt bovendien genoeg bekende namen om houvast te vinden. Maar de echte waarde van de cd zit in het grotere verhaal: ze laat een verdwenen muzikale wereld opnieuw horen. Dat gebeurt zonder overdreven wetenschappelijke pretentie en zonder de muziek zwaarder te maken dan ze is. Het is een elegante, goed gespeelde en zorgvuldig samengestelde cd die vooral overtuigt door haar sfeer, haar historische karakter en de uitstekende samenwerking tussen de drie musici.
ARCANA A596 http://www.outhere-music.com