Ignaz Pleyel is tegenwoordig vooral bekend als de man achter het gelijknamige pianomerk. Dat beeld doet echter weinig recht aan zijn betekenis als componist. Aan het einde van de achttiende eeuw was Pleyel een zeer succesvolle en veel gespeelde componist. Hij was een leerling van Joseph Haydn en schreef muziek die dicht bij de klassieke stijl van Haydn en Mozart staat, maar die tegelijk een eigen licht en aangenaam karakter heeft. Deze nieuwe cd van het Pettman Ensemble laat horen dat zijn muziek meer is dan een aardige historische voetnoot.
Op de cd staan drie strijkkwintetten: het Kwintet in C groot, Ben. 273, het Kwintet in Es groot, Ben. 271 en het Kwintet in g klein, Ben. 272. De werken dateren uit 1785 en 1786. Dat zijn jaren waarin ook Haydn en Mozart belangrijke werken voor strijkers schreven. Vooral het C-groot- en het g-klein-kwintet zijn interessant in verband met Mozart. Pleyels werken zouden Mozart hebben geïnspireerd bij het schrijven van zijn eigen strijkkwintetten in dezelfde toonsoorten. Dat maakt deze cd niet alleen interessant voor liefhebbers van Pleyel, maar ook voor iedereen die de ontwikkeling van het klassieke strijkkwintet beter wil begrijpen.
De muziek zelf is onmiddellijk toegankelijk. Pleyel schrijft geen moeilijke, zwaar geconstrueerde muziek. Zijn melodieën zijn helder en gemakkelijk te volgen. De muziek beweegt meestal soepel vooruit en heeft een natuurlijke elegantie. Er is veel afwisseling tussen levendige delen en rustige, zangerige middendelen. De langzame delen zijn meestal kort, maar ze hebben voldoende inhoud om niet als eenvoudige tussenspelen te klinken. Vooral de Adagio’s laten horen dat Pleyel meer kon dan alleen charmante en onderhoudende muziek schrijven.
Tegelijkertijd wordt tijdens het luisteren duidelijk waarom Pleyel tegenwoordig minder bekend is dan Haydn of Mozart. Zijn muziek mist soms de sterke persoonlijkheid en de dramatische spanning die de grote werken van Mozart en Haydn zo bijzonder maken. Pleyel werkt binnen de taal van zijn tijd en doet dat zeer vakkundig, maar hij verrast de luisteraar minder vaak. Zijn muziek is eerder verfijnd dan diepgaand, eerder aangenaam dan aangrijpend. Dat hoeft geen tekortkoming te zijn, maar het bepaalt wel de plaats van deze composities.
Het Es-groot-kwintet, Ben. 271, is van de drie werken misschien het meest uitgesproken voorbeeld van Pleyels lichte en levendige stijl. Het eerste deel, Allegro spiritoso, heeft precies de energie die de titel belooft. De muziek is beweeglijk zonder gejaagd te worden en de verschillende stemmen krijgen voldoende ruimte. Het daaropvolgende Adagio zorgt voor een duidelijke tegenstelling. Het is een rustig en melodisch deel waarin vooral de zangrijke kant van Pleyel naar voren komt. Het afsluitende Rondo is lichtvoetig en zorgt voor een natuurlijke, opgewekte afsluiting.
Het g-klein-kwintet, Ben. 272, heeft meer karakter. De keuze voor een mineurtoonsoort geeft de muziek onmiddellijk een andere kleur. Het eerste deel heeft meer spanning en het Presto aan het einde heeft een grotere motorische kracht dan de finales van de andere twee werken. Toch wordt ook hier de muziek nooit zwaar of dramatisch in de romantische betekenis van het woord. Pleyel blijft een componist van de achttiende eeuw en zijn emoties worden beheerst en elegant uitgedrukt. Juist daardoor is het g-klein-kwintet waarschijnlijk het werk dat het langst in het geheugen blijft hangen.
Het C-groot-kwintet, Ben. 273, heeft dan weer een bijzonder evenwichtige opbouw. Het eerste deel is ruim van opzet en heeft een rustige vanzelfsprekendheid. Het korte Adagio vormt een mooi contrast en het Rondo brengt de cd op een lichte manier tot een einde. Van de drie werken is dit misschien het meest typische voorbeeld van de elegante kant van Pleyels muziek.
Het Pettman Ensemble speelt deze muziek met veel gevoel voor stijl. De bezetting bestaat uit twee violen, twee altviolen en cello. Dat geeft de muziek een rijker middenregister dan een strijkkwartet en maakt het mogelijk dat verschillende melodieën en begeleidende figuren mooi tegenover elkaar worden geplaatst. De musici behandelen de partijen duidelijk als kamermuziek. Er is geen gevoel dat één instrument voortdurend de hoofdrol opeist. De muziek ontstaat uit de samenwerking tussen de vijf spelers.
Dat is belangrijk bij Pleyel. Wanneer deze muziek te zwaar wordt gespeeld, verliest ze een deel van haar charme. Het Pettman Ensemble kiest gelukkig niet voor een overdreven romantische benadering. De tempi zijn levendig waar dat nodig is en de rustige delen krijgen voldoende ruimte. De spelers lijken vooral geïnteresseerd in de structuur en de onderlinge gesprekken tussen de instrumenten. Daardoor blijft de muziek helder.
Ook de balans tussen de vijf instrumenten werkt goed. De twee violen zijn niet voortdurend dominant en de beide altviolen krijgen een duidelijke plaats in het geheel. Dat is vooral prettig in de langzame delen, waar de binnenstemmen vaak een belangrijke rol spelen. De cello zorgt voor een stevige basis zonder de rest van het ensemble te overheersen.
Een sterk punt van deze uitvoering is bovendien de natuurlijke manier waarop de muziek ademt. Pleyels werken bestaan uit korte muzikale gedachten die elkaar snel opvolgen. Het is daarom belangrijk dat de musici niet iedere frase afzonderlijk behandelen, maar de grotere lijn blijven volgen. Het Pettman Ensemble slaagt daar over het algemeen goed in. De muziek klinkt daardoor niet als een verzameling losse melodieën, maar als een geheel.
De opname is met ongeveer 56 minuten niet lang, maar het programma is goed gekozen. De drie kwintetten lijken op het eerste gezicht misschien sterk op elkaar, maar door de verschillende toonsoorten en de afwisseling tussen de werken blijft de cd voldoende gevarieerd. Het g-klein-kwintet zorgt voor de nodige ernst tegenover de twee werken in grote toonsoorten. Ook de volgorde van de werken is verstandig: de cd begint met het C-groot-kwintet, gaat vervolgens naar het langere Es-groot-kwintet en eindigt met het contrasterende g-klein-kwintet.
Het belangrijkste bezwaar tegen deze cd ligt dan ook niet bij de uitvoering, maar bij de muziek zelf. Wie bij Pleyel een tweede Mozart of Haydn verwacht, zal waarschijnlijk teleurgesteld zijn. Er zijn momenten waarop de muziek wel erg gemakkelijk en voorspelbaar wordt. Sommige finales hebben een bijna onderhoudend karakter en missen de grotere dramatische ontwikkeling die we bij Mozart kennen. Dat betekent niet dat de muziek zwak is. Het betekent vooral dat Pleyel andere kwaliteiten heeft.
Zijn kracht ligt in melodische helderheid, elegantie, vakmanschap en een gevoel voor proportie. Hij schrijft muziek die prettig klinkt zonder oppervlakkig te hoeven zijn. Vooral wanneer men de cd zonder voortdurend te vergelijken met Mozart beluistert, wordt duidelijk dat Pleyel een eigen plaats verdient. Zijn muziek hoeft niet te worden verdedigd als verborgen meesterwerken die eigenlijk net zo goed zijn als Mozart. Dat zou de verkeerde manier zijn om ernaar te luisteren. Het zijn goede, vakkundig geschreven werken van een componist die in zijn eigen tijd veel succes had en die tegenwoordig ten onrechte grotendeels is vergeten.
De keuze van Naxos om juist deze drie kwintetten opnieuw op te nemen is daarom te prijzen. Het repertoire is zeldzaam op cd en de nieuwe opname geeft luisteraars de mogelijkheid om zelf kennis te maken met muziek die anders gemakkelijk buiten beeld blijft. De drie kwintetten behoren tot een groep van twaalf strijkkwintetten die Pleyel tussen 1785 en 1789 schreef. De werken zijn bovendien van belang omdat ze iets laten zien van de muzikale omgeving waarin Mozart zijn eigen strijkkwintetten schreef.
Als geheel is dit een overtuigende uitgave. Het Pettman Ensemble speelt stijlvol, helder en met voldoende energie. De musici maken de muziek aantrekkelijk zonder haar groter of belangrijker te willen maken dan ze is. Dat is precies de juiste houding voor repertoire als dit. De cd laat Pleyel horen als een bekwame en elegante componist, met een eigen muzikaal karakter, maar ook met duidelijke grenzen.
Voor de liefhebber van Haydn, Mozart en het klassieke strijkrepertoire is deze cd daarom zeker de moeite waard. Wie alleen op zoek is naar de grote meesterwerken uit de klassieke periode, hoeft deze opname niet als eerste keuze te kopen. Wie echter nieuwsgierig is naar wat er naast Mozart en Haydn gebeurde, krijgt hier een interessante kennismaking met een componist die veel meer te bieden heeft dan zijn huidige reputatie doet vermoeden.
Mijn beoordeling zou uitkomen op ongeveer 8 van de 10. Voor de kwaliteit van het repertoire geef ik ongeveer 7,5, voor de uitvoering 8,5 en voor de betekenis van de uitgave 9. Het is geen cd die de plaats van Mozart in de muziekgeschiedenis verandert, maar wel een cd die een vergeten componist op een overtuigende manier opnieuw onder de aandacht brengt. Vooral de combinatie van de verzorgde uitvoering en het zeldzame repertoire maakt deze uitgave aantrekkelijk.
NAXOS 8.574492 http://www.outhere-music.com