Deze nieuwe opname van Schuberts Die schöne Müllerin is een uitvoering die meteen opvalt door haar persoonlijke en eigenzinnige karakter. Georg Nigl en Alexander Gergelyfi kiezen bewust voor een benadering die ver afstaat van de traditionele manier waarop deze beroemde liedcyclus meestal wordt uitgevoerd. Dat maakt de opname niet in alle opzichten gemakkelijk, maar juist daardoor is ze bijzonder interessant. Wie de cyclus al vaak heeft gehoord, krijgt hier een andere kijk op de muziek en vooral op de jonge man die in deze liederen aan het woord is.
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het gebruik van een historisch tafelklavier uit het begin van de negentiende eeuw. Dat instrument heeft een heel ander karakter dan de moderne concertvleugel. De klank is kleiner, lichter en minder gelijkmatig, maar tegelijk zeer kleurrijk. Soms klinkt het bijna alsof er een gitaar of luit wordt bespeeld, op andere momenten krijgt het instrument iets hoekigs en zelfs wat ruws. Dat past verrassend goed bij het verhaal van de wandelende molenaarsknecht, zijn onrust en zijn steeds veranderende gevoelens. De piano is hier dan ook veel meer dan een begeleidingsinstrument. Alexander Gergelyfi speelt als een volwaardige partner van de zanger en reageert voortdurend op de tekst en op de emotionele ontwikkeling.
Dat is misschien wel een van de grootste kwaliteiten van deze opname. Het water van de beek klinkt niet alleen als een mooi decor op de achtergrond, maar krijgt bijna een eigen persoonlijkheid. Soms lijkt het de jongeman aan te moedigen, soms lijkt het hem tegen te spreken en soms wordt het zelfs dreigend. Ook in de korte liederen weet Gergelyfi veel betekenis te leggen in kleine veranderingen van ritme, accent en klank. Daardoor krijgt de muziek een sterke kamermuzikale intimiteit.
Georg Nigl kiest eveneens voor een heel persoonlijke manier van zingen. Hij probeert niet voortdurend een mooie, afgeronde zangtoon te produceren. Woorden, zinnen en emoties staan voorop. Zijn zang beweegt regelmatig in de richting van spreken, terwijl hij op andere momenten juist heel intens en lyrisch zingt. Die afwisseling geeft de teksten van Wilhelm Müller een grote directheid. Je krijgt minder het gevoel naar een zanger te luisteren die een lied voordraagt en meer het gevoel dat iemand zijn gedachten en gevoelens op dat moment werkelijk probeert uit te spreken.
Dat kan in het begin even wennen zijn. Nigl gebruikt zijn stem soms op een manier die bewust scherp, kwetsbaar of onvolmaakt klinkt. Hij neemt ook vrijheden met ritme en frasering. Sommige melodieën krijgen daardoor niet de vanzelfsprekende rust en schoonheid die we uit meer traditionele uitvoeringen kennen. Maar juist die onzekerheid past goed bij de hoofdpersoon. Deze jongeman is geen rustige verteller die achteraf op zijn ervaringen terugkijkt. Hij beleeft alles onmiddellijk en vaak buiten proportie. Liefde, hoop, jaloezie, woede en wanhoop liggen voortdurend dicht bij elkaar.
Vooral daardoor krijgt de cyclus een sterke dramatische spanning. In liederen als Der Neugierige, Ungeduld en Mein! wordt duidelijk hoeveel verlangen en onrust er in deze figuur zitten. Nigl maakt van de molenaarsknecht geen eenvoudig romantisch slachtoffer. Hij is soms charmant en naïef, maar ook bezitterig, onzeker en zelfs bedreigend. Dat maakt zijn karakter menselijker en complexer. De overgang van verliefdheid naar wanhoop wordt daardoor bijzonder overtuigend.
Ook de rustige momenten krijgen veel aandacht. In Tränenregen bijvoorbeeld ontstaat een sfeer waarin tederheid en onzekerheid tegelijk aanwezig zijn. En in Trockne Blumen wordt de kwetsbaarheid van de hoofdpersoon bijna tastbaar. Nigl probeert daar niet vooral mooi te zingen, maar laat horen hoe iemand langzaam zijn hoop verliest. Dat maakt deze bekende muziek opnieuw spannend.
Een interessante keuze is bovendien dat niet alleen de door Schubert getoonzette gedichten worden gebruikt. De opname bevat ook gesproken teksten van Wilhelm Müller. Daardoor krijgt de dichter zelf meer ruimte en wordt het verhaal duidelijker als een geheel. De cyclus wordt hierdoor minder een verzameling van vijfentwintig afzonderlijke liederen en meer een doorlopende vertelling. De gesproken passages zullen niet voor iedere luisteraar noodzakelijk zijn, maar binnen de gekozen aanpak zijn ze goed te begrijpen en geven ze extra samenhang.
De grootste kracht van deze uitvoering is uiteindelijk de overtuiging waarmee Nigl en Gergelyfi hun ideeën volgen. Ze proberen niet iedereen tevreden te stellen en zoeken ook niet naar een compromis tussen historische uitvoeringspraktijk en moderne concerttraditie. Ze maken duidelijke keuzes en blijven daar consequent in. Dat levert momenten op die heel mooi en ontroerend zijn, maar ook momenten die de luisteraar bewust uit zijn vertrouwde luisterhouding halen.
Juist daarin ligt ook het enige echte voorbehoud. Wie in Die schöne Müllerin vooral houdt van een warme, ronde bariton, een rijke pianoklank en een vloeiende, romantische benadering, zal waarschijnlijk moeten wennen aan deze uitvoering. Sommige tempi en fraseringen voelen minder vanzelfsprekend aan en Nigls manier van zingen kan soms eerder als spreken dan als traditioneel liedzingen overkomen. De interpretatie is daardoor niet bedoeld als een neutrale of comfortabele uitvoering. Ze vraagt aandacht en een zekere bereidheid om Schubert opnieuw te beluisteren.
Voor wie die stap wil zetten, valt er echter veel te ontdekken. Deze opname laat horen hoeveel mogelijkheden er nog in een werk zitten dat inmiddels tot het vaste repertoire behoort. Door het historische instrument, de sterke aandacht voor de tekst en de directe manier van zingen ontstaat een beeld van Die schöne Müllerin dat kleiner, intiemer en menselijker is dan veel traditionele uitvoeringen. Tegelijk wordt de donkere kant van het verhaal sterker benadrukt. Achter de eenvoudige wandeling langs de beek schuilt een verhaal over verlangen, eenzaamheid, jaloezie en uiteindelijk de dood.
Georg Nigl en Alexander Gergelyfi behandelen Schuberts muziek dus niet als een museumstuk. Ze proberen haar opnieuw te laten spreken vanuit de wereld waarvoor ze oorspronkelijk geschreven werd. Dat leidt tot een interpretatie die soms eigenzinnig is, maar vrijwel altijd betrokken en nieuwsgierig. Het is geen uitvoering die je na één keer volledig doorgrondt. Juist daarom is het een opname die uitnodigt om opnieuw te luisteren.
Deze Die schöne Müllerin zal zeker niet iedere luisteraar op dezelfde manier aanspreken, maar dat hoeft ook niet. Haar waarde ligt juist in de persoonlijke visie en in de moed om een zeer bekende cyclus opnieuw te bekijken. Nigl en Gergelyfi laten horen dat Schuberts muziek nog altijd verrassend direct en modern kan klinken wanneer de uitvoerders bereid zijn de vertrouwde gewoonten los te laten. Het resultaat is een bijzondere, indringende en zeer menselijke interpretatie die vooral voor liefhebbers van het liedrepertoire veel te ontdekken biedt.
ALPHA1252 http://www.outhere-music.com