Een muziekopname die je naar de keel grijpt, je midscheeps raakt, je komt ze niet alle dagen tegen. ‘Bel canto, the voice of the alto’, kreeg het voor elkaar. Altviolist Antoine Tamestit en pianist Cédric Tiberghien halen op deze parel de altviool uit de shaduw van de viool. En hoe!
De altviool, haar ware kracht en identiteit, ligt heel dicht bij de menselijke stem: daar ging Tamestit bij het maken van deze cd, die al uit 2017 stamt, van uit. Tamestit is voorbij de techniciteit, in die zin dat hij het instrument op een danige manier beheerst alsof er geen technische kunde meer aan te pas komt. Als je als muzikant op dat punt komt, kan je je volledig overgeven aan de muzikaliteit. Volledig volgens zijn eigen esthetische visie: Tamestit gelooft dat elk muzikaal succes – zelfs technische virtuositeit – uiteindelijk draait om het vinden van de ideale klankexpressie.
En dat gebeurt dus. Met muzikale zinnen die op een heel organische manier vorm krijgen, ondersteund door een retorisch begrip van de partituur. De momenten waarop Tamestit zijn altviool, een Stradivarius uit 1672, tegen de stilte doet aanleunen, de grens van het instrument opzoekt, doen je adem stokken. Zelden een instrument zo horen zingen.
De muziek die hij hiervoor uitkoos heiligt dat doel. Tamestit heeft een voorliefde voor de Belgische componist Henri Vieuxtemps (° Verviers, 1820; + Algerije, 1881), Vieuxtemps, zoon van een vioolbouwer, was zelf een gevierd violist. In een tijd waarin de altviool nog vaak werd weggestopt als ‘orkestvuller’, was hij een van de eersten die de diepe, lyrische en melancholische kwaliteiten van het instrument serieus nam. Geloof me maar dat hij daarin slaagt. De ‘elegie’, het ‘capriccio’ en de ‘sonate in Bes’ laten Tamestit toe al deze aspecten optimaal te verklanken. Het hoeft geen betoog dat de overige werken van Donizetti en Bellini – waaronder het bekende Casta Diva – dat ook doen.
Van Jacques-Féréol Mazas speelt Tamestit ‘Le songe’, een elegie op een thema van Donizetti, van Louis-Casimir Ney een prelude die tot het moeilijkste behoort van wat er in de 19de eeuw voor het instrument werd geschreven. De meerstemmigheid en de akkoorden die voorgeschreven worden mogen niet beletten dat de prelude haar natuurlijke drive verliest. Zoals eerder aangehaald toont Tamestit zich hierin als een echte maestro en het werk geeft hem de kans om alle duivels los te laten, in de onzingbare virtuositeit behoudt het instrument zijn vocale ziel.
We zouden de pianist haast vergeten. Cédric Tyberghien zit er echt niet voor piet snot bij aan de piano. Hij is niet het begeleidertje van dienst. Beide heren gaan vanuit een volstrekt gelijkwaardige positie de dialoog aan. Hun klankkleuren versterken elkaar voortdurend. Dit alles, samen met de uitstekende opnamekwaliteit, maakt dat deze cd niet in je rek of je afspeellijst mag ontbreken.
Harmonia Mundi CD