Behzod Abduraimov heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de meest indrukwekkende pianisten van zijn generatie. Op Inferno kiest hij niet voor een verzameling losse favorieten, maar voor een programma dat als één geheel aanvoelt. De muziek beweegt zich voortdurend tussen spanning en rust, licht en duisternis, uitbundigheid en verstilling. Daardoor voelt het album als een muzikale reis waarin elk werk een eigen rol speelt.
De opening met de variaties van Carl Czerny is een verrassende keuze. Czerny is vooral bekend als componist van technische oefeningen voor pianostudenten, maar dit werk laat een heel andere kant van hem zien. De variaties vragen om een pianist met een grote techniek en een levendige fantasie. Abduraimov speelt ze met een opvallend gemak. De moeilijke passages klinken nooit als een demonstratie van snelheid alleen, maar blijven muzikaal en helder. Hij laat de verschillende stemmingen in de variaties goed uitkomen en voorkomt dat het werk eentonig wordt. Daardoor krijgt deze relatief onbekende compositie meer betekenis dan vaak het geval is.
Daarna volgt Liszts Après une lecture du Dante, een van de meest indrukwekkende pianowerken uit de romantiek. Hier komt Abduraimovs enorme technische beheersing volledig tot zijn recht. De heftige akkoorden, razendsnelle passages en grote dynamische verschillen maken veel indruk, maar hij verliest de muzikale lijn nooit uit het oog. De donkere, dreigende sfeer aan het begin wordt langzaam opgebouwd naar indrukwekkende hoogtepunten, terwijl de lyrische gedeelten voldoende ruimte krijgen om te ademen. Zijn spel blijft krachtig zonder hard te worden. De spanningsboog blijft van begin tot eind overtuigend.
Na deze dramatische muziek vormt Debussy’s Suite bergamasque een sterk contrast. Abduraimov kiest hier voor een heldere en transparante benadering. Hij vermijdt overdreven sentimentaliteit en laat de muziek natuurlijk stromen. Vooral het beroemde Clair de lune klinkt eenvoudig en oprecht. De melodie krijgt alle ruimte zonder dat het tempo stilvalt. Ook de andere delen profiteren van zijn zorgvuldige aanslag en aandacht voor kleur. De opname laat veel details horen, waardoor de verschillende klanklagen goed te volgen zijn.
Met Stravinsky’s Three Movements from Petrushka keert de virtuositeit terug. Dit werk behoort tot de moeilijkste stukken uit de pianoliteratuur en vraagt niet alleen technische perfectie, maar ook ritmische precisie en gevoel voor karakter. Abduraimov beheerst deze eigenschappen volledig. De vele ritmische wisselingen blijven strak en overzichtelijk, terwijl de muziek haar speelse en soms ruwe karakter behoudt. Zelfs in de meest ingewikkelde passages blijven de verschillende stemmen duidelijk hoorbaar. Zijn energieke spel geeft de muziek een grote levendigheid zonder chaotisch te worden.
Het album eindigt met het eerste Intermezzo uit Brahms’ opus 119. Na alle dramatiek en virtuositeit voelt deze afsluiting bijzonder passend. Abduraimov speelt het werk rustig en ingetogen, met veel aandacht voor de lange melodische lijnen. Hij vermijdt grote gebaren en laat de muziek voor zichzelf spreken. Daardoor ontstaat een sfeer van rust en bezinning die het programma mooi afrondt.
Technisch valt er op deze opname nauwelijks iets aan te merken. Abduraimovs aanslag is buitengewoon gecontroleerd. Hij beschikt over een breed dynamisch bereik, van bijna fluisterzachte passages tot krachtige uitbarstingen, zonder dat de klank scherp of vermoeiend wordt. Ook in snelle passages blijft iedere noot duidelijk hoorbaar. Zijn pedaalgebruik is zorgvuldig, waardoor de muziek rijk klinkt zonder troebel te worden.
De opnamekwaliteit ondersteunt zijn spel uitstekend. De piano klinkt vol en natuurlijk, met een goede balans tussen warmte en helderheid. De akoestiek geeft voldoende ruimte aan de klank zonder details te verliezen. Daardoor blijven zowel de grote dynamische verschillen als de fijnste nuances goed hoorbaar.
Wat dit album bijzonder maakt, is dat Abduraimov techniek steeds in dienst stelt van de muziek. Veel pianisten kunnen deze werken overtuigend uitvoeren, maar niet iedereen weet zoveel verschillende stijlen geloofwaardig met elkaar te verbinden. Op Inferno laat hij horen dat hij zich even gemakkelijk beweegt in de romantische wereld van Liszt en Brahms als in de impressionistische klankwereld van Debussy en de ritmische scherpte van Stravinsky. Elk werk behoudt zijn eigen karakter, terwijl het programma toch als één samenhangend geheel klinkt.
Dat betekent niet dat iedere luisteraar dezelfde interpretatieve keuzes zal verkiezen. Sommigen zullen in Debussy misschien nog meer vrijheid en mysterie wensen, terwijl anderen in Liszt juist een nog extremer dramatisch karakter zoeken. Abduraimov kiest meestal voor een evenwichtige benadering waarin helderheid, structuur en controle centraal staan. Die keuze maakt de muziek toegankelijk en voorkomt overdrijving, al gaat daardoor soms een klein deel van de spontaniteit verloren.
Als geheel is Inferno een indrukwekkend recital dat zowel technisch als muzikaal op hoog niveau staat. De zorgvuldig opgebouwde volgorde van de werken, de grote stilistische veelzijdigheid en de uitstekende opnamekwaliteit maken dit tot een album dat meer biedt dan alleen virtuoos pianospel. Het is een opname die zich goed leent voor herhaald beluisteren, omdat steeds nieuwe details in de interpretatie en de klank naar voren komen. Voor liefhebbers van de pianoliteratuur is dit een waardevolle uitgave die laat horen waarom Behzod Abduraimov inmiddels tot de belangrijkste concertpianisten van zijn generatie wordt gerekend.
ALPHA1219 http://www.outhere-music.com