Aglica Trio brengt fluit, altviool en harp tot leven

by Knopskaya

Met Live at BOZAR presenteert het Aglica Trio een album dat drie verschillende muzikale werelden samenbrengt. Het trio, bestaande uit fluitiste Carys Gittins, altvioliste Agnieszka Żyniewicz en harpiste Lise Vandersmissen, kiest voor een programma waarin hedendaagse muziek en het bekende repertoire voor fluit, altviool en harp naast elkaar staan. De cd bevat werken van Hilary Tann, Francisco Fontes en Claude Debussy en duurt ongeveer veertig minuten. De live-opname geeft het album bovendien een directe en natuurlijke sfeer.

Het programma begint met From the Song of Amergin van de Britse componiste Hilary Tann. Het werk duurt ruim elf minuten en vormt een rustige maar inhoudelijk rijke opening. Tann gebruikt de drie instrumenten niet alleen als afzonderlijke stemmen, maar laat ze voortdurend op elkaar reageren. De fluit kan een lijn inzetten die door de altviool wordt overgenomen, terwijl de harp voor een ander klankbeeld zorgt. Daardoor ontstaat een muziek die steeds in beweging blijft zonder voortdurend nadrukkelijk van richting te veranderen. Het Aglica Trio speelt met aandacht voor de verschillende klankkleuren. De fluit klinkt helder, de altviool voegt een warmere en donkerdere kleur toe en de harp zorgt voor een transparante achtergrond. De drie instrumenten blijven goed van elkaar te onderscheiden, terwijl ze tegelijk een overtuigend geheel vormen.

Daarna volgen twee delen uit Slices of Life van Francisco Fontes: Scherzo – Nocturne en The Journey. Deze muziek vormt een duidelijk contrast met het werk van Tann. Fontes combineert verschillende muzikale ideeën en laat de muziek zowel beweeglijk als beschouwend klinken. Een bijzonder element is dat Fontes zelf als verteller bij het werk betrokken is. Daardoor ontstaat een combinatie van instrumentale muziek en gesproken woord. Dat maakt deze compositie anders dan de andere werken op de cd en geeft het programma extra afwisseling.

In Scherzo – Nocturne wisselen beweging en rust elkaar af. De muziek heeft een levendig karakter, maar er is ook ruimte voor meer ingetogen momenten. Het trio weet de verschillende stemmingen duidelijk tegenover elkaar te plaatsen zonder dat de samenhang verloren gaat. In The Journey krijgt het idee van een muzikale reis meer ruimte. De instrumenten lijken elkaar voortdurend te zoeken en antwoorden te geven. Het resultaat is een werk dat minder onmiddellijk toegankelijk is dan Debussy, maar dat juist daardoor bij herhaald luisteren meer details kan onthullen.

Met Debussy komt het programma bij het bekendste werk van de cd: de Sonate voor fluit, altviool en harp. Deze sonate uit 1915 is een belangrijk onderdeel van het repertoire voor deze bijzondere bezetting. Debussy schrijft voor drie instrumenten die elk een heel eigen karakter hebben, maar ze tegelijkertijd voortdurend met elkaar verbinden. Dat vraagt van de uitvoerders een grote gevoeligheid voor balans, timing en klank.

In het eerste deel, Pastorale, kiest het Aglica Trio voor een beheerste benadering. De muziek krijgt voldoende ruimte om zich te ontwikkelen en de verschillende instrumentale kleuren komen duidelijk naar voren. Vooral de combinatie van fluit en harp werkt hier bijzonder goed. De altviool brengt daar een voller en warmer geluid tegenover. De musici spelen niet overdreven romantisch, waardoor de structuur van de muziek goed hoorbaar blijft.

Het tweede deel, Interlude, heeft een ander karakter. Het tempo is beweeglijker en de muziek heeft iets speels en lichts. Hier wordt vooral duidelijk hoe belangrijk de onderlinge samenwerking is. De drie musici moeten voortdurend reageren op kleine veranderingen in tempo, dynamiek en articulatie. Het Aglica Trio doet dat met grote nauwkeurigheid. De uitvoering klinkt spontaan, maar nergens slordig.

Het laatste deel, Finale, brengt meer energie in de muziek. De verschillende stemmen volgen elkaar sneller op en de contrasten worden groter. Toch blijft de klank helder. De musici vermijden een te zware aanpak en laten de muziek haar beweeglijke karakter behouden. Daardoor komt de combinatie van elegantie en kracht in Debussy’s sonate goed naar voren.

Een van de sterke punten van deze opname is de manier waarop de drie instrumenten samen klinken. Fluit, altviool en harp vormen een ongebruikelijke combinatie. De fluit heeft van nature een heldere en directe klank, de altviool is zachter en donkerder en de harp heeft een groot aantal boventonen en een snel wegstervende klank. Een goede uitvoering moet ervoor zorgen dat geen van deze instrumenten de andere overheerst. Het Aglica Trio bereikt daarin een overtuigende balans. De afzonderlijke stemmen blijven meestal duidelijk hoorbaar, maar de muziek klinkt tegelijkertijd als kamermuziek en niet als drie losse partijen.

Ook de keuze van het programma is geslaagd. Debussy biedt een bekend ijkpunt, terwijl Tann en Fontes minder vertrouwde muziek vertegenwoordigen. Daardoor krijgt de luisteraar niet alleen een uitvoering van een klassiek werk, maar ook een beeld van de mogelijkheden die deze bezetting vandaag biedt. De cd laat horen dat het repertoire voor fluit, altviool en harp niet beperkt hoeft te blijven tot de bekende werken uit het begin van de twintigste eeuw.

De live-opname draagt bij aan de aantrekkingskracht van het album. Er is een gevoel van directheid dat bij een concertzaalopname past. De muziek klinkt niet overdreven gladgestreken, maar behoudt iets van de spanning van een echte uitvoering. Dat is vooral belangrijk bij kamermuziek, waar de interactie tussen de musici een groot deel van de muzikale ervaring vormt.

Er zijn ook momenten waarop de verschillen tussen de drie composities groter zijn dan hun onderlinge samenhang. Wie vooral vertrouwd is met Debussy kan de hedendaagse werken van Tann en Fontes aanvankelijk minder toegankelijk vinden. Vooral de combinatie van gesproken tekst en instrumentale muziek in Slices of Life vraagt een andere manier van luisteren. Dat is geen tekortkoming van de uitvoering, maar wel een eigenschap van het programma waarmee de luisteraar rekening moet houden.

Het Aglica Trio overtuigt vooral door zijn samenspel. De drie musici luisteren duidelijk naar elkaar en geven elkaar ruimte. Er is weinig behoefte aan effectbejag. In plaats daarvan ligt de nadruk op klank, structuur en onderlinge communicatie. Dat past goed bij het karakter van kamermuziek.

Live at BOZAR is daardoor een verzorgde en interessante cd die zowel het bekende als het minder bekende repertoire voor fluit, altviool en harp laat horen. De uitvoering van Debussy vormt het centrale referentiepunt, maar de werken van Tann en Fontes geven het album een eigentijds karakter. Het Aglica Trio speelt met precisie, gevoel voor klank en een sterke onderlinge samenhang. De cd is vooral interessant voor luisteraars die kamermuziek willen ontdekken buiten het meest bekende repertoire, maar ook voor wie de sonate van Debussy in een frisse uitvoering wil horen. Het is uiteindelijk een album dat niet probeert te imponeren door grote gebaren, maar door aandacht voor detail, samenwerking en de bijzondere klank van drie instrumenten die samen verrassend veel muzikale mogelijkheden bieden.

KTC 1880

ETCETERA Records – http://www.outhere-music.Com

Misschien houdt u ook van:

Wij gebruiken cookies om onze website en de inhoud er van te optimaliseren. Akkoord