Het album Ich liebe dich van Johan Duijck, uitgegeven door het label Etcetera, biedt een overzicht van ruim vier decennia componeren en geeft een duidelijk beeld van de veelzijdigheid van de Belgische componist, pianist en dirigent. De opname brengt werken samen die in hun bezetting sterk uiteenlopen: intieme liedcycli voor sopraan en piano, karaktervolle pianostukken en een recent grootschalig werk voor drie klarinetten, koor en piano. Deze opbouw maakt het album tot een muzikale reis die zowel de ontwikkeling van Duijcks stijl als de breedte van zijn expressiemogelijkheden belicht.
De liedcyclus Kern van alle dingen (opus 2, 1982) laat een jonge componist horen die al vroeg een persoonlijke stem vond. De zetting voor sopraan en piano toont een voorliefde voor tekstexpressie en een gevoelige omgang met klankkleur. In Aarde van mijn geheugen (opus 17) keert die focus op tekst terug, maar is het idioom rijper en rijker, met een grotere variatie in harmonisch palet. De uitvoering door Hendrickje Van Kerckhove, begeleid door Johan Duijck zelf, brengt helderheid in de articulatie en warmte in de toon, waarbij de balans tussen stem en piano zorgvuldig bewaard blijft.
Het pianowerk Le Tombeau de Ravel (opus 23) plaatst Duijck in de traditie van componisten die hulde brengen aan hun voorgangers. De drie delen laten horen hoe hij impressionistische invloeden naar een meer persoonlijke taal vertaalt. Duijck als pianist brengt de stukken met transparantie en zorg voor klanknuances, wat de intentie van de compositie onderstreept. De pianistische schrijfstijl klinkt zowel virtuoos als verfijnd en maakt duidelijk dat de componist uitvoerder en schepper in één is.
Het omvangrijkste werk van de cd, Ich liebe dich (opus 42, 2022–2023), vormt een nieuw hoogtepunt in Duijcks oeuvre. Voor drie klarinetten, koor en piano schept hij een klankwereld die grootser en gelaagder is dan de eerdere kamermuzikale stukken. Het gebruik van tekst, gecombineerd met de specifieke timbres van de klarinetten en de koorklank, resulteert in een muzikale architectuur die zowel intiem als monumentaal aandoet. De uitvoering door Eddy Vanoosthuyse, Severine Sierens, Hannelore Vermeir, Hans Ryckelynck, het Gents Madrigaalkoor en Duijck zelf is homogeen en overtuigend. Er wordt met zorg gezongen en gespeeld, en de ruimtelijke opname laat de verschillende lagen helder uitkomen.
Objectief beschouwd is dit album meer dan een bloemlezing: het geeft een representatief overzicht van Duijcks artistieke weg, van vroege lyrische liederen tot een recent, grootschalig werk dat de veelzijdigheid van zijn muzikale taal toont. De uitvoering is consistent van hoog niveau en de opnamekwaliteit ondersteunt de transparantie van de uitvoeringen. Voor wie Johan Duijck nog niet kent, biedt deze cd een uitstekende kennismaking met zijn componeren; voor wie zijn werk volgt, vormt het een betekenisvol document dat de continuïteit en de ontwikkeling van zijn muzikale stem in kaart brengt.
KTC1841 Etcetera records – http://www.outhere-music.com