‘De muziek van Parsifal biedt de luisteraar een soort van zwevende tijdloosheid’, vertelt Alejo Pérez, dirigent van Parsifal in de nieuwste productie van Opera Ballet Vlaanderen. ‘Steeds horizontaal, zwevend boven de grond.’
Zoals Parsifal zelf, in de enscenering van Susanne Kennedy en Markus Selg, in kleermakerszit. In zijn cocon, zwevend boven een rots.
Kennedy en Selg kozen resoluut voor een hedendaagse taal, met reuzegrote videoschermen. Immersief heet dat tegenwoordig. Niet dat men er helemaal in slaagt de grenzen tussen wat AI-beelden zijn en het analoge op het podium te doen versmelten, maar de illusie is er wel. Doordat de beeldschermen in verschillende achtereenvolgende lagen de scène inpakken refereert het concept tegelijk zeer sterk aan de opbouw van negentiende-eeuwse operadecors, waarvan je de maquettes in musea zoals onze Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis of het Victoria & Albert-museum in Londen kan bekijken. Dat oog voor de traditie, voor de iconografie die er rond Parsifal, sinds Chrétien de Troyes, al eeuwenlang bestaat is in de voorstelling overvloedig aanwezig. In die mate dat het onmogelijke is als luisteraar en kijker om álles te vatten. Dat levert bij momenten een mikmak op die pijn doet aan de ogen, maar soms ook bijzonder sterke beelden die op je netvlies branden. De innerlijke reis van Parsifal naar verlossing wordt getoond als één groot ritueel, de tempel als eerste vorm van theater. En dat in al zijn eclecticisme: de katholieke eucharistie versmelt moeiteloos met oosterse godsdiensten. Er wordt wat afgeknield in dit vier uur durende Wagner-Bühnenweihfestspiel.
Geestelijk testament
De romantiek van het werk gaat nooit verloren in deze ultrahedendaagse vormgeving. Het woud, de bron, het wandern: de thema’s zijn overvloedig aanwezig in woord én in beeld, in dit mystieke verhaal dat draait rond de drievuldigheid van de schaal, de beker en de speer. Wagner, die niet alleen de muziek schreef, maar ook de Dichtung, kreeg van tijdgenoten, NIetschze onder andere, de kritiek dat hij de Christelijke symboliek te veel op Parsifal projecteerde, voor eigen gewin. Die ciritici hebben een punt. Het ligt er wel heel dik op. Maar Wagner hield zich al langer bezig met religie en metafysica, niet alleen met het christendom, ook met boeddhisme, schopenhauerianisme en diverse mystieke stromingen. Parsifals verlossing door medelijden is niet alleen een Christelijk uitgangspunt, ook Schopenhauer – wiens invloed hij onderging – zag medelijden als het hoogste morele goed. Dit alles werkte in op dit uitermate indrukwekkende geestelijke testament.
Orkest, koor en solisten zetten een puike Parsifal neer. Christopher Sokolowski, – bijna heel de voorstelling op de bühne, hij leerde de rol in drie weken – vertolkte overtuigend Parsifal, Albert Dohmen een verbluffende Gurnemanz en Dsahmilja Kaiser een werkelijk eclatante Kundry. Kartal Karagedik kroop overtuigend in de huid van een forse Amfortas. Prachtige passages van de soloklarinet, de basklarinet en de hobo trokken de aandacht, terwijl de steeds doorgaande strijkerslaag, een vliegend tapijt, de tijd vier uur lang opschortte.
Foto’s: Opera Ballet Vlaanderen | Annemie Augustijns
